In deze serie interviews spreek ik met kinderfilosofen over de hele wereld over hoe zij ooit begonnen. Judith Wagensveld van Filosoferen op school is een heel eigen weg gegaan en heeft een originele kijk op hoe je kinderfilosofie aan de man brengt. Zij maakt van een school een filosofische leergemeenschap.
HOE BEN JIJ BEGONNEN?
Uit nieuwsgierigheid. Ik was zoekend – ik ben iemand die wilde doen, maken, denken en filosoferen. Maar mijn opleidingen gaven me de boodschap: je bent of het een of het ander. Op de Pabo mocht ik niet versnellen, de kunstacademie vond me een lastige vragensteller, maar de combinatie die ik met de studie Cultuurwetenschappen maakte werd evenmin gewaardeerd. Ik voelde me uiteindelijk het meest thuis op de universiteit, waar ik filosofie kreeg, essays kon schrijven, en ging filosoferen. Voor mijn scriptie interviewde ik directeuren over hun onderwijsfilosofie en de vraag waarom een onderzoekende leercultuur niet te verenigen leek met een studie aan de kunstacademie. Universitair onderzoeker bleek echter toch niet mijn eindbestemming. Ik kon moeilijk kiezen tussen denken en doen, maken en spelen, werken en leren. Bij toeval kwam ik filosoferen met kinderen op het spoor. Ik verdiepte me erin, las veel, oefende zo vaak ik kon, zocht samenwerking met kinderfilosofen en deed een opleiding tot socratisch gespreksleider.
HOE RAAKTE JE DUURZAAM BIJ SCHOLEN BETROKKEN?
Ik opende in Rotterdam een lesatelier voor kinderen zoals ik, denkers en doeners, om te filosoferen, te schrijven en te verbeelden – een cross-over van filosoferen met kinderen en cultuureducatie. Aanvankelijk vanuit huis, vervolgens in een winkelpand met kantoor, lesatelier, winkel- en koffiehoek. Hierdoor kon ik ook stagiairs aanstellen. Al snel werd ik door scholen benaderd, om naschoolse lessen te geven, als kunstenaar/filosoof in de klas en uiteindelijk om leerkrachten te leren filosoferen. Vanuit die vraag, en al lerend in projecten met pedagogische en educatieve bureaus, heb ik mijn werkwijze ontwikkeld.
HOE GA JE AAN DE SLAG OP EEN SCHOOL?
Ik train het leerkrachtenteam en begeleid bij visieontwikkeling. Ik geef gastlessen in alle groepen, zodat de leerkrachten de gespreksleiding en de interactie in de groep kunnen observeren. Daarna coach ik de leerkrachten en onderzoek ik samen met de directie en het team welke plek het filosoferen in het curriculum krijgt. Het is een intensief traject, maar zeer de moeite waard.
Het opleiden van kinderfilosofen is iets anders dan het toerusten van leerkrachten met filosofische vaardigheden. Leerkrachten kunnen al met een groep werken, ze kennen de eisen die het onderwijs stelt en hebben ervaring met pedagogisch gecompliceerde situaties. Zij hoeven alleen nog te leren filosoferen met hun leerlingen. De training is intern, omdat ze juist in hun klas een andere rol moeten leren innemen: die van gespreksleider in plaats van didacticus. Kinderen verwachten iets anders van een leerkracht dan van een gespreksleider. Ik oefen daarom eerst met de leerlingen, maak ze vertrouwd met het filosoferen, terwijl de leerkracht observeert. Pas daarna geef ik het stokje door en gaat de leerkracht zelfstandig oefenen. Als ze een aantal keer zelf gesprekken hebben gevoerd, kom ik weer in de klas kijken en coachen.
Bij de eerste school die ik begeleidde dacht ik dat beheersing van filosofische vaardigheden voldoende was voor de leerkrachten om zelf te gaan filosoferen – vanuit eigen verwondering en vragen. Maar zo werkt dat niet – het onderwijs is zo ingekaderd, de druk is hoog, er is weinig ruimte voor leerkrachten om stil te staan en zich te verwonderen. Ik merkte dus dat leerkrachten mijn input nodig hebben om filosofielessen vorm te geven. Ik besloot daarom mijn lessen uit te schrijven en toegankelijk te maken op mijn website. Dat is uiteindelijk een goedgevulde database geworden, waaruit scholen kunnen putten voor eigen thema’s en leerlijnen. In 2019 won de database de publieksprijs van de Berrie Heesenprijs. Sinds 2020 maak ik maandelijkse themakalender met linkjes naar het lesmateriaal. En sinds 2023 is er de leerlijn Filosoferen en burgerschap, die op 10 domeinen vorm en inhoud geeft aan burgerschap door middel van het filosoferen.
WELK DOEL BEREIK JE MET JE FEEDBACK?
Ik maak altijd gespreksverslagen, zowel bij gastlessen als bij coaching: Hoe verliep de les? Wat hebben we gehoord? Welke filosofische momenten vielen op? Welke keuzes zijn er gemaakt, in gespreksleiding en pedagogiek – en waarom?
Ik stem mijn feedback af op de individuele leerkracht, niet op hoe je precies filosofisch gespreksbegeleider moet zijn. Het is niet pas goed als de leerkracht aan dat beeld voldoet – voor zover dat al bestaat. Voorop staat dat het gesprek de kinderen raakt, dat het aansluit bij hun belevingswereld, dat de leerkracht luistert, filosofische en creatieve vragen stelt en doorvraagt. Ik laat leerkrachten zien hoe ze kunnen laveren tussen concreet en abstract denken, tussen het persoonlijke en algemene, zodat er nieuwe inzichten ontstaan. Ik benoem of de leerkracht in de rol van gespreksbegeleider is gebleven en niet ongemerkt als leerkracht voor de groep stond en sturing gaf aan de inhoud. Per leerkracht en per klas kijk ik naar waar het accent moet komen te liggen, wat ook weer afhangt van de situatie waar de school en de leerlingen in zitten. Mijn feedback kan ook van pedagogische aard zijn. Een kind met ass dat eindeloos aan het woord is, kun je bijvoorbeeld begrenzen zonder het te veroordelen: je geeft het bij aanvang drie potloden en spreekt af dat bij elke beurt één potlood wordt ingeleverd. Zo is vooraf helder wanneer de beurten op zijn. Soms gaat de feedback over de beleving van de leerkracht. Hoe komt het dat de leerkracht zich wel ergert aan een kind dat ondersteboven hangt, en ik niet?
HOE ZORG JE VOOR BORGING VAN HET FILOSOFEREN IN HET ONDERWIJS?
- Werk met wat er is.
Door te werken met ‘leerkracht-gespreksleiders’ heb ik met mijn missie meteen veel bereik. Van mij hoeft niet iedere leerkracht kinderfilosoof level 2 te worden. Ik kijk naar wat al aanwezig is in een lerarenteam. Zo kan het zijn dat de leerkracht van groep 5 heel analytisch is en nauwgezet kan argumenteren en onderzoeken. Haar collega in groep 7 geeft de leerlingen veel vertrouwen en zelfstandigheid in de dialoog. De leerkracht van groep 2 is juist goed bezig met het verbeelden en onder woorden brengen van ideeën, terwijl die van groep 4 met veel empathie aansluit op persoonlijke voorbeelden die kinderen inbrengen. We vertrouwen erop dat kinderen zo door de jaren heen alle aspecten van het filosoferen meekrijgen. Elk kind leert weer anders van andere leerkrachten.
- Oefenen, oefenen, oefenen.
Filosoferen leer je door te doen. Oefening baart kunst. Het is niet makkelijk, en daarom moet je veel en vaak oefenen om het in de vingers te krijgen. Natuurlijk zijn er verschillen en gaat het de ene beginner gemakkelijker af dan de andere. Sommige leerkrachten zijn analytisch van aard en kunnen vrij snel spontaan inhaken en doorvragen op antwoorden van leerlingen. Anderen zijn al blij als het lukt om oordeelsvrij te reageren op de kinderen.
- Filosoferen is van ons allemaal.
De leerkracht moet het filosoferen onder de knie krijgen vanuit het perspectief van het onderwijs. Anders wordt het iets van vakdocenten. En ik vind het juist belangrijk dat filosoferen iets is van ons allemaal. Vragen zijn van ons allemaal, niet alleen van filosofen. Het leven willen onderzoeken, twijfelen, je voeden aan de ideeën van anderen – het is allemaal heel gewoon menselijk. En filosofische vragen kun je bij alle vakken stellen.
- Beweeg mee.
Als we het filosoferen eenmaal op poten hebben in een school, is het belangrijk om de continuïteit te waarborgen. Door een vaste plek in het curriculum, door jaarlijkse studiemiddagen of coachingsrondes. We houden contact, op zijn minst via de website en de maandkalender. Elke school heeft iets anders nodig, en door de veelvoorkomende wisselingen in teams en directies is het belangrijk mee te blijven bewegen.
WAAR TREK JIJ DE GRENS? WAAR LIGT VOOR JOU DE GRENS?
Ik vind het moeilijk om mee te gaan in projecten waar mijn tijd te weinig oplevert. Ik verwacht niet dat een school leert filosoferen als daar tegelijkertijd allerlei andere vernieuwingen op het programma staan. De vraag komt dan niet overeen met de realiteit of de mate waarin ze erin kunnen investeren. Waar ik ook niet aan meewerk, zijn programma’s, lessen of projecten waarbij de einduitkomst al vaststaat en er geen vrije ruimte bestaat voor de deelnemers om hun eigen ideeën, antwoorden, teksten of beelden vorm te geven. Dat heeft te weinig met filosoferen of creativiteit te maken.
WAT IS DE ROL VAN FILOSOFIE IN JOUW MANIER VAN WERKEN?
Mijn werkwijze en website ‘Filosoferen op school’ is één deel van mijn werk. Daarnaast doe ik allerlei projecten, in opdracht of op eigen initiatief, waarin filosofie een plek heeft. Ik vind het leuk om te kijken waar de kansen liggen, met welke opdrachtgever dan ook. Ik krijg een vraag, ik bespeur een onderwijsontwikkeling, ik lees een subsidieaanvraag en denk: ja, daar kun je iets moois mee doen. Filosofie, het filosofische gesprek of onderzoek speelt daarin vaak een rol. Net als kunst en creativiteit.
Ik werk graag samen, vooral ook met kunstenaars en cultuureducatoren. Mijn collega-kunstenaars zie ik ook als filosofen, al onderzoeken en antwoorden zij in andere ‘talen’ – talen zoals spel, muziek en beeld, talen die kinderen graag spreken. Dit beeld is mijn denkraam. Kunst is voor filosofie een verrijking en andersom. Het maken van cross-overs tussen verschillende disciplines is boeiend en spannend, daar blijf ik steeds nieuwsgierig naar.
Meer weten over Judith Wagensveld?

