Home » Inspiratie » Grondleggers en nieuwkomers in de kinderfilosofie in dialoog

Grondleggers en nieuwkomers in de kinderfilosofie in dialoog

In november 2025 hebben CK en de Vlaamse VFVO voor een klein publiek een symposium georganiseerd. Als birds of a feather hebben we de grondleggers van de kinderfilosofie willen eren en bevragen. We vroegen hen (vier Vlaamse en vier Nederlandse kinderfilosofen) een stukje te schrijven over het ingrediënt dat zij belangrijk vinden voor kinderfilosofie. Vervolgens hebben daar nieuwkomers in de wereld van de kinderfilosofie op gerepliceerd. Tijdens het symposium zijn de teksten aan elkaar voorgelezen in een boekwinkel in Antwerpen. In deze serie lees je de teksten van de vier Nederlandse koppels, voorzien van een tekening door Hado Steen.

De eerste in de serie: nieuwkomer Tristan van Bemmel repliceert op grondlegger Ed Weijers.


Meningen zijn volstrekt niet interessant

Kinder-filosofie of kinder-Filosofie?

Als de burgemeester voor vier dagen de ‘sleutel’ van de stad overdraagt aan Prins Carnaval, is dan de burgemeester al zijn bevoegdheden, kennis en invloed kwijt in die dagen? Schuilt er niet een nogal plat idee over ideeën achter de redenering van overdragen? Ben ik mijn idee kwijt als ik het heb ‘overgedragen’? Hoe gaan ze er mee aan de haal? Is ‘mijn idee’ eigenlijk wel mijn idee?

Wat voor mij de essentie is, als ik terugkijk op mijn 35 jaar betrokkenheid bij Filosoferen met Kinderen, is NIET mijn idee. Ik heb er hooguit misschien wat meer over nagedacht, met anderen over gesproken, wat vaker nadruk op gelegd en aandacht voor gevraagd.

De essentie, noem het een basisingrediënt van FmK, is dat het gericht moet zijn op het laten ontstaan van een filosofisch gesprek.

Heel flauw heb ik regelmatig gezegd: een filosofisch gesprek betekent dat er gestreefd wordt op een filosofische manier na te denken over filosofische onderwerpen.

Met Catherine McCall heb ik daar uren/dagen over gesproken. Het heeft geleid tot hoofdstuk 10 in The International Handbook of Philosophy for Children. Het doet me genoegen nog steeds berichten te krijgen dat mensen, en niet de minste in de PwC-wereld, dat regelmatig lezen.

Het is belangrijk scherp voor ogen te krijgen wat het verschil is tussen een filosofisch gesprek en een gesprek waar kritisch wordt nagedacht. En al helemaal het verschil met een gesprek waar kinderen hun mening geven. Dat laatste vinden ouders en veel leerkrachten al prachtig en noemen dat ‘filosoferen’. Maar heeft, in mijn ogen niets met filosoferen te maken. ‘Meningen zijn volstrekt niet interessant’ is zo ongeveer mijn motto geworden.

Maar wat is dan die essentie? Wat is dan filosoferen?

Aan elk idee, achter elke opvatting, onder elke handeling, liggen filosofische vooronderstellingen ten grondslag. Of het nu gaat over dagelijkse handelingen, existentiële keuzes, politieke opvattingen, waarderen van kunst, jezelf, anderen. Echt aan alles. Het zijn meestal onbewuste opvattingen over taal, kennis, werkelijkheid, de mens, cultuur, samenleven, ethiek en esthetiek. Die opvattingen zijn problematisch voor iedereen. Daarom gaat filosoferen ook niet over persoonlijke problemen.

Die willen onderzoeken, fundamenteel en kritisch samen willen onderzoeken, met een open en flexibele geest is voor mij filosoferen. En dat is niet mijn idee, maar een heel oud idee.

Het ontdekken van dit terrein, het ontwikkelen van die nieuwsgierige en filosofische houding kost tijd, deskundige begeleiding en veel oefening.

Kinderen kunnen dat, maar niet vanzelf. Het vraagt veel van begeleiders. Ze behoren zelf filosofisch te kunnen denken en filosofische potentie te kunnen herkennen in een gesprek. Leuke werkvormen, spelletjes, oefeningen zijn allemaal prima, als ze maar in dienst staan van het kinderen leren op een filosofische manier samen te laten nadenken over filosofische kwesties.

In de Beroepsopleiding Filosoferen met Kinderen en Jongeren proberen we dat al jaren te realiseren op de ISVW.

Ik gun alle kinderen en volwassenen dat ze filosofisch leren denken. Wel, het is eigenlijk niet een ‘gun-factor’. Het is noodzaak.

Ed Weijers

Juli 2025


Aan Ed Wijers

Filosoferen met kinderen

Wat leuk dat onze wegen elkaar op deze manier kruisen, en dank voor de prikkelende tekst. Ik lees uw bevlogenheid voor filosoferen met kinderen met veel interesse. In een aantal van uw punten herken ik mijn gedachten. Op andere punten denk ik dat we elkaar kunnen aanvullen en bevragen.

Het onderscheid tussen kritisch denken en filosoferen vind ik waardevol. Kritisch denken gaat mijns inziens over argumenten wegen, aannames onderzoeken en logica toepassen voordat je iets aanneemt. Een onderdeel van wat filosofie kan zijn, maar niet het geheel. Filosoferen is ook ervaren, verbeelden, verwonderen en perspectieven verkennen zonder logica. Kinderen doen dat van nature: hun denken is vaak intuïtief, gevoelsmatig en speels. In die zin zijn “leuke werkvormen, spelletjes en oefeningen” geen randzaken, maar juist de kern van filosoferen met kinderen. Spel nodigt uit tot experimenteren, betekenis geven, het onderzoeken van normen en waarden en het maken van morele keuzes. De grens tussen fantasie en filosofie is soms flinterdun. Via spel kunnen vragen ontstaan over ethiek, esthetiek, de mens, samenleven en werkelijkheid: precies de domeinen die u zelf noemt.

Meningen zijn volstrekt niet interessant”, stelt u. Dat een filosofisch gesprek verder kan reiken dan het uitwisselen van meningen, betekent niet dat meningen er niet toe doen. Een mening komt voort uit een ervaring: iets raakt je, je neemt waar, je voelt iets. Dat moment vormt de kiem van reflectie: waarom voelt dit oneerlijk? Wat is rechtvaardigheid? Wat betekent goed of slecht? Het proces waarin een ervaring overgaat in reflectie, oordeel en taal is naar mijn inzicht een essentie van filosofie. Dat kinderen soms blijven steken in “ik vind dit gewoon zo” betekent niet dat ze niet filosoferen: het betekent dat ze er middenin zitten.

Daarnaast vraag ik me af of persoonlijke problemen altijd buiten het filosofisch domein vallen. Voor veel mensen vormen juist concrete ervaringen of worstelingen de ingang naar existentiële of conceptuele vragen. Bovendien bestaan er filosofische tradities die wel degelijk expliciet over persoonlijke problemen gaan; denk aan stoïcijnen, boeddhisten of taoïsten, waar filosoferen eerder een innerlijke zoektocht is dan een gezamenlijk rationeel onderzoek. Uw opvatting wortelt duidelijk in een westerse, socratische traditie.

Tot slot ben ik benieuwd naar de nadruk op “deskundige begeleiding” die u benoemt. Wat maakt iemand deskundig genoeg om filosofische potentie in een gesprek te herkennen? Betekent dit academische scholing, specifieke training, of vooral een bepaalde houding? Kan deskundigheid ook te sturend worden, waardoor juist het eigen denken van kinderen wordt ingeperkt? Ik vraag me af of kinderen ook zonder begeleiding tot filosoferen kunnen komen. Soms lijkt het in mijn ogen alsof volwassenen juist verleren wat kinderen nog vanzelf doen: radicaal, open en onbevangen vragen stellen en niet stoppen wanneer het meest logische antwoord gevonden is. Als filosofie

noodzaak’ is, hoe voorkomen we dan dat begeleiding die noodzaak vernauwt in plaats van opent?

Uw tekst prikkelt en zet tot denken aan. Misschien ligt de kracht in het erkennen van meerdere vormen van filosoferen, van rationeel onderzoek tot speelse verbeelding, zodat kinderen en volwassenen ruimte houden om samen te ontdekken wat filosoferen allemaal kan zijn.

Tristan van Bemmel

november 2025

Geschreven door:
Meer artikelen uit dit dossier:
Share This