Home » Inspiratie » Grondleggers en nieuwkomers in de kinderfilosofie in dialoog #2

Grondleggers en nieuwkomers in de kinderfilosofie in dialoog #2

In november 2025 hebben CK en de Vlaamse VEFO voor een klein publiek een symposium georganiseerd. Als birds of a feather hebben we de grondleggers van de kinderfilosofie willen eren en bevragen. We vroegen hen (vier Vlaamse en vier Nederlandse kinderfilosofen) een stukje te schrijven over het ingrediënt dat zij belangrijk vinden voor kinderfilosofie. Vervolgens hebben daar nieuwkomers in de wereld van de kinderfilosofie op gerepliceerd. Tijdens het symposium zijn de teksten aan elkaar voorgelezen in een boekwinkel in Antwerpen. In deze serie lees je de teksten van de vier Nederlandse koppels, voorzien van een tekening door Hado Steen.

De tweede in de serie: nieuwkomer Jip van Zant repliceert op grondlegger Rob Bartels.


Meer dan voor jou

De filosofie is een reusachtige schatkamer. Nog bijna dagelijks ontdek ik nieuwe ideeën, betreed ik nog onbekende denkpaden die mij leiden naar andere gezichten op de wereld. Ik ontdek steeds nieuwe vormen van dialoog die mij samen met anderen in staat stellen de wereld opnieuw te begrijpen. Te midden van al die rijkdom is de kinderfilosofie de leukste schat: bijna altijd aantrekkelijk en uitdagend. Waarschijnlijk hebben kinderfilosofen meer dan anderen het gevoel hun best te moeten doen om alle kinderen bij het denken te betrekken. Het verhaal, de oefening, de gespreksvorm, ze moeten er toe doen, kinderen moeten er zin in hebben. Ik ervaar het als een voorrecht om in de filosofie en de kinderfilosofie te verkeren en mee te werken. Maar het voorrecht is soms wel erg exclusief. Kinderfilosofen maken zich regelmatig druk over wat erbij hoort en wat niet. Dat leidt tot beperkingen in twee richtingen: naar binnen en naar buiten.

De afscherming naar binnen, van wat wel filosofie is en wat niet, begrijp ik goed. Er wordt een hoop als denken verkocht, dat het niet is. Maar denken is niet het exclusieve domein van filosofen. De psychologie heeft heel veel kennis over ons denken. Veel beter dan wij snappen ze waar al die rare denkbewegingen die mensen vaak maken vandaan komen. En ze weten ook veel over hoe je hier een wending aan kunt geven. Ik heb nu een paar keer meegedaan met Deep Canvassing. Niks premissen, geen logische structuren, wel persoonlijke ervaringen, aandacht voor emoties. In die ontmoetingen gaat het denken bewegen. Ook kunstenaars hebben andere manieren om de werkelijkheid te begrijpen. Die kunnen onder ons rekenen op wat meer coulance, maar we benadrukken wel dat VTS geen kinderfilosofie is. Als we met kinderen het denken onderzoeken en ons wereldbeeld onder de loep willen nemen, mogen we ons niet beperken tot de filosofie.

Belangrijker dan de afscherming van de kinderfilosofie naar binnen, vind ik die naar buiten. Is het ooit de bedoeling geweest dat het filosoferen met kinderen een exclusief domein zou zijn, dat door goed gekwalificeerde mensen in aparte uren met kinderen zou worden gepraktiseerd? Lipman zag het filosoferen als een opdracht aan de school. In de school, schreef hij, wordt voornamelijk kennis overgedragen alsof die vanzelfsprekend is, alsof die kennis helemaal niet problematisch is. Het filosoferen is er niet alleen voor het filosoferen, maar ook (en vooral?) om onderwijs op een andere manier – onderzoekend – vorm te geven. En mede daarmee de samenleving. Dat noemde hij: Education for an inquiry-driven society.

Nog niet zo lang geleden heb ik kennis gemaakt met het werk van de Duitse pedagoog Theodor Ballauf (1911 – 1995). Hij identificeert vier functies van onderwijs. Net als Biesta benoemt hij kwalificatie en socialisatie. Daarnaast heeft hij het niet over subjectificatie, maar – schrijft Ballauf – moet onderwijs kinderen en jongeren in staat stellen zich kritisch te verhouden tot de wereld, tot de werkelijkheid zoals die door eerdere generaties wordt voorgesteld. Daarom moeten we de Gemeenschap van Onderzoek veel breder inzetten dan alleen in aparte uren, en door aparte mensen.

De vierde functie van onderwijs is die van verbetering. De school reproduceert niet per generatie, maar maakt mensheid, wereld, cultuur beetje bij beetje beter, in de zin van herstellen en verbeteren. Aldus Ballauf. Ja! Wij moeten kinderen zien als cultuurvernieuwers, als verbeteraars van de wereld. Onderwijs moet kinderen niet voorbereiden op de toekomst, maar hen in staat stellen die toekomst, hun wereld met elkaar vorm te geven. Dat gaat verder dan filosofie. De Gemeenschap van Onderzoek is bij uitstek de plaats waar kinderen en jongeren hun denken kunnen onderzoeken met het oog op hun handelen in de wereld. Hun gezamenlijk handelen ook!

De filosofie is een reusachtige schatkamer. We moeten onze toegang daartoe veel beter gebruiken en daarmee een bijdrage leveren aan een betere wereld.

Rob Bartels


Waar ligt de grens

Beste Rob,

Dank voor het delen van jouw gedachten over filosofie in het algemeen en kinderfilosofie in het bijzonder. In je tekst ga je in op twee belangrijke vragen: wat is kinderfilosofie, en hoe verhoudt zij zich tot het onderwijs en de maatschappij? Twee hele belangrijke en boeiende vragen waar ik graag op in ga.

Wat is kinderfilosofie? Filosofie gaat over denken zeg je. Maar heel terecht merk je op dat psychologen ook veel weten over het denken van mensen. Je hebt het over Deep Canvassing, waarbij mensen worden verleid hun overtuigingen te herzien, niet door middel van logica maar door middel van persoonlijke verhalen, en door ruimte te bieden aan emoties. Juist door de logica achterwege te laten komen vaste overtuigingen soms in beweging. Dit zette me aan het denken.

Want wat is de rol van emoties binnen de filosofie? Mogen die er überhaupt zijn? Of telt je emotie pas mee als je er een bijpassend argument voor hebt gevonden? In tegenstelling tot veel westerse filosofen is er volgens Martha Nussbaum een plek voor (sommige) emoties binnen de filosofie. Ze zegt: zonder emoties is ons denken krachteloos. Hoewel ze niet alle emoties als nuttig bestempelt, ziet ze angst en woede als nuttige emoties, omdat die iets teweeg kunnen brengen. Ze pleit ervoor dat kinderen via literatuur leren waar hun eigen emotionele kwetsbaarheid ligt (bron filosofie magazine). Waar liggen hun angsten en wat maakt hen boos? En hoe kunnen ze deze emoties inzetten om iets teweeg te brengen in de wereld?

Ik denk dat emoties ons de weg kunnen wijzen binnen de filosofie naar de argumenten die we misschien nog niet gevonden hebben. Waar sommige kinderen al heel helder en scherp kunnen denken, vinden anderen dit nog lastig. Dit betekent echter niet dat hun bijdragen minder interessant zijn. Hun ideeën en overtuigingen liggen alleen dieper verborgen, en vergen wat meer graafwerk om aan de oppervlakte te komen. En hier kan de psychologie ons helpen. Door ruimte te maken voor gevoel en emoties wordt de drempel om deel te nemen lager, en kan er gezamenlijk worden nagedacht waar deze gevoelens vandaan komen. Zo blijft de gezamenlijke denkopdracht ook echt collectief, en kan de groep samen vooruit komen.

Dit pleidooi voor het combineren van disciplines als psychologie en filosofie raakt ook aan de tweede vraag die je beantwoordt. Wat is de functie van filosofie binnen het onderwijs? Moet zij zich volledig isoleren door op vaste tijden met kinderen te filosoferen, om hier de rest van de week niks of weinig mee te doen? Of moet filosofie zich vervlechten met het onderwijs, en haar hervormen tot een permanente gemeenschap van onderzoek? Net als jij en Lipman pleit ik voor dat laatste.

Door samen te onderzoeken leer je meer dan door klakkeloos kennis te reproduceren. Bovendien boort het de eigen interesse en motivatie van leerlingen aan. Onderzoekend leren geeft de leerlingen een beetje van de autonomie terug die hen door het huidige schoolsysteem is afgenomen. En het zorgt ervoor dat diezelfde leerlingen zich uiteindelijk verantwoordelijk voelen voor het mede vormgeven van de samenleving waarin zij leven. Het leert hen dat hun mening en ideeën ertoe doen, en dat zij deze mogen uiten, zolang ze hierover in gesprek blijven met andersdenkenden.

Maar waarom gebeurt dit nog zo vaak niet? Ik denk dat de toegenomen specialisatie en optimalisatiedrang ervoor heeft gezorgd dat we iets waardevols zijn verloren, namelijk de interactie en samenwerking tussen disciplines. Waar de filosofie en de psychologie elkaar afstoten, is ook het onderwijs verdeeld geraakt in verschillende hokjes waar verschillende docenten elk hun eigen taak uitvoeren. Het mooie is dat kinderen nog geen weet hebben van deze arbitraire scheidslijnen. Of het nu gaat om taal, rekenen, kunst of filosofie, een kind zal zijn of haar reactie niet afstemmen op de taak die op dat moment afgevinkt moet worden. Wat dat betreft kunnen we wat leren van het associatievermogen van kinderen, en is de uitdaging aan de docenten om te bedenken: hoe kunnen onze verschillende disciplines elkaar juist verrijken? Want juist door soms over de grens te kijken kan het denken gaan bewegen.

Jip Zant november 2025

Geschreven door:

Centrum Kinderfilosofie

Stichting Centrum Kinderfilosofie
Meer artikelen uit dit dossier:
Share This