met dank aan Pieter Mostert
Pieter geeft ons een aanzet op basis van een vermoeden, dat we samen onderzoeken, uitproberen, en vervolgens wat over vertellen (“De Baambrugse school”).
Inleidend 4 punten die aanleiding vormen voor het onderwerp van de middag: De gespreksleider doet gewoon mee!
- Leerling: “Mister Pieter, er zijn veel onderwerpen waarover we met elkaar kunnen spreken op allerlei momenten in een week. U bent de filosoof die eens per week komt. U kiest daarom de vraag en u vertelt ons wat we gaan doen. Dat is het filosofische gesprek wat we graag willen.” à Wat kan de gespreksleider nu precies doen? Welke ingang kies je? Een filosofische vraag? Of begin je toch het gesprek op grond van iets dat hen drijft?
- Wat doe je nu eigenlijk waardoor een gesprek goed lukt? Het leiden en tot stand brengen is al een kwestie. Meedoen is dan soms te veel gevraagd. Maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Er zijn ook situaties waarin je mee kunt doen. à Op welke manieren kun je meedoen? Wat doe je al, wat niet, wat past bij jou, wat niet?
- Socratisch gespreksleider versus Socrates: Socrates is een deelnemer!
- Justus Buckler was leermeester van Lipman. Hij schreef in het magazine Thinking (te vinden IAPC website) dat studenten meer zouden leren als de docenten met studenten zouden meedenken en meeleren. “Make your thoughts public”. Het pleit dus voor een vorm van meedoen. Geef niet alleen les, begeleid niet alleen gesprekken, maar deel je gedachten. Daar hebben studenten recht op, aldus Buckler. Bij Lipman zat dat wat hij van Buckler leerde al niet meer in de opleiding die hij gaf. Laten we dat nu eens onderzoeken.
Vier keer een aanzet tot onderzoek
- Starter: HET HAND ORAKEL / Baltazar Gracia, een boek met korte teksten over dat wat je je voorgenomen hebt en je in de palm van je hand kunt opschrijven. Dingen die je in het doen niet wilt vergeten. Uit dit boekje: #200 (hou iets over om te verlangen, wat je overhoudt aan geluk is fataal). Aanzet: stel, je neemt deze stimulus en vraagt de groep om een vraag te verzinnen om verder over te denken. Onderzoek samen of en hoe je je zal bemoeien met de vraag. Wat is jouw stijl hierin en hoe ga je dat doen?
Wat er zoal gebeurde in de groepen:
- Meta gesprek: hoe pak je dat aan?
- Of: iemand begeleidt en test uit hoe het is om de teugels los te laten. Vervolgens volgt een reflectie.
- Een oud afgezaagd thema: Vriendschap. Probeer eens uit hoe het zou zijn als je een voorgesprek voert over de vraag: wat verwacht je van dit gesprek? / hoe wordt dit een interessant gesprek? De gespreksleider doet ook mee aan dit voorgesprek. [Het thema is zo vaak gebruikt, dat het uitnodigt om een voorgesprek te voeren over de vraag: hoe maak je een gesprek over vriendschap interessant?]
Wat er zoal gebeurde in de groepen:
- Op zoek gaan naar een controversiële vraag i.t.t. allerhande vragen ophalen.
- Je organiseert reflectie en ook kritiek op voorgaande gesprekken.
- Je kunt kinderen ook zelf een voorgesprek laten opstarten.
- Socrates over moed in Laches: onderzoek wat de essentie is van moed. Hij demonstreerde hoe je dat kunt onderzoeken, aan de hand van een onderzoek naar de essentie van een ander (eenvoudiger) concept: gemak. Bijvoorbeeld: hoe doe je iets wat gemak uitstraalt? En hoe ziet het eruit als het ongemakkelijk gaat? Zo kom je erachter hoe je een concept als gemak en dus ook moed onderzoekt en verder gaat dan alleen het ophalen van bijzaken. Nu dit voorbeeld is getoond, en de truc verhelderd is, kent men de manier waarop je kunt onderzoeken wat moed is. Aanzet: bedenk zelf een manier waarop je een manier van onderzoek kunt voordoen aan kinderen, zodat zij zelf op die manier (dus: tot een essentie proberen te komen, en hoofd- van bijzaken te onderscheiden) een heel ander thema kunnen gaan onderzoeken (de begeleider helpt hen hier vervolgens bij als dat nodig is).
Wat zoal gebeurde in de groepen:
- Thema diversiteit en seksuele geaardheid, waarbij het wenselijk is dat er geen discussie komt, maar een dialoog. Hoe je de dialoog voert, kun je ervaren aan de hand van een dialoog over minder gevoelig thema: liefde. Het voordoen van het voeren van een dialoog over een minder beladen kwestie, geeft handvatten om ook over een delicater onderwerp een dialoog te voeren.
- Denkbewegingen als redeneren voordoen, de drogredenering voordoen: daarmee doe je voor hoe je een gedachte kunt formuleren. Een ander voorbeeld is om personages in een geconstrueerde dialoog denkbewegingen laten maken, laat filosoferen, zodat kinderen de transfer kunnen maken en het ook kunnen gaan doen / oefenen. Lipman deed dat bijvoorbeeld in de dialogen die hij uitschreef. De leerkracht was hierin bovendien ook een personage, zodat ook de leerkrachten de kunst konden afkijken.
- Doe je als gespreksleider voor wat een argument is? “Ja dat vind ik, want … .” Wat mag je daar dan achteraan plakken, zodat het een argument is? Maak je hiervan een oefening voorafgaand aan het gesprek? Doet de gespreksleider voor hoe je een argument maakt? Zodat kinderen weten wat als argument telt? Is iets dat je voor moet oefenen? Pieter: zonder deze voorgeschiedenis, kun je niet tijdens het gesprek zeggen: maar dat is geen argument. Voor dit onderzoek hadden we helaas geen tijd meer.