“Begrip” is een vreemd begrip. Zoals zoveel woorden heeft het meerdere betekenissen. Ik ga hier in op begrip als het begrijpen en op begrip als concept. En ik doe een suggestie voor het hanteren van beide.
Tip 1:
Heb juist ook eens géén begrip voor iets
Als je begrip voor iets hebt, dan geef je er blijk van dat je een situatie, keuze, mening of iets dergelijks snapt. Je kunt je hierin kennelijk inleven, verplaatsen en erkent dat iets zo is. Een belangrijk deel van begrip hebben is ook dat je het gevoel dat hierbij hoort en/of de achterliggende redenen erkent, ook als je het er niet mee eens bent of zelf anders zou handelen/je anders zou voelen.
Het is natuurlijk heel fijn dat we over het algemeen vaak begrip kunnen opbrengen voor situaties waarin onze medemensen zijn beland, of voor de dingen die ze zeggen en doen. Empathie is een groot goed en dat we dit ruimschoots inzetten om tot begrip te komen voor elkaar is behoorlijk cruciaal.
Maar er zijn gevallen waarin dit ‘systeem’ hopeloos tekort schiet. Namelijk wanneer ons inlevingsvermogen niet voldoende is, bijvoorbeeld doordat we zelf bepaalde ervaringen niet gehad hebben en te weinig verbeeldingskracht hebben om dit gemis aan ervaring op een realistische manier in te vullen/vorm te geven. Ik geef een paar voorbeelden. De situatie van:
– Een asielzoeker, hier beland vanuit een andere, ons onbekende cultuur. Met andere regels, gewoonten, rituelen en vanzelfsprekendheden. Misschien ook wel met andere emoties. Een andere taal. Er is een kans dat deze persoon trauma’s met zich meedraagt, voortgekomen uit de situatie die hij/zij/die is ontvlucht, of opgedaan tijdens de vlucht. Misschien is deze persoon gedurende langere tijd ‘sprakeloos’, letterlijk dan wel figuurlijk. Door bijvoorbeeld gebrek aan uitdrukkingsmogelijkheden en/of door gevoel van verdwaaldheid, ontheemdheid en gemis.
– Een persoon met een chronische aandoening, die, doordat het lichaam de godganse tijd bezig is met te proberen te herstellen en in balans te blijven, in een staat van continue vermoeidheid verkeert. Ik vermoed dat veel chronisch zieken, wanneer ze iets van hun toestand proberen te belichten of te duiden aan een ander, met regelmaat horen: “Ach, iedereen is wel eens moe”. Iemand die niet in een dergelijke situatie zit, kan zich vermoedelijk niet waarachtig genoeg voorstellen hoe het is om jaren lang vermoeid te zijn, door te buffelen met een soort kapotte ‘oplaadbare batterij’ die nooit verder opgeladen raakt dan half.
– Iemand die vanwege seksuele voorkeur in elkaar gemept is en de verwondingen (zowel fysiek als mentaal) die deze persoon op zijn weg naar herstel moet zien te helen. Waar haalt zo’n iemand de kracht vandaan te durven blijven wie die is? Terwijl diens persoonlijkheid/staat van zijn kennelijk vanzelf een gevaar vormt?
In al deze gevallen ben ik er getuige van geweest dat ‘begrip hebben’ faalde, doordat zowel de persoonlijke ervaring als de verbeeldingskracht te gering waren. En dan ontstaan er (impliciet, dan wel expliciet) verwachtingen waaraan de betreffende persoon onmogelijk kan voldoen.
Van de asielzoeker werd tóch een soort westerse mindset verwacht, van de chronisch zieke dat die zijn rug rechtte en energie zou hebben, en van de in elkaar geslagen persoon dat die geen hersteltijd zou ‘verspillen’ aan opmonterende bezigheden en uitgaan, totdat die weer volledig aan het werk zou zijn (terwijl uitgaan in dit geval niet alleen een middel was om sociale contacten te behouden, maar juist ook een weg was naar het te boven komen van de nare ervaring). Al deze mensen moesten zich naar anderen toe verantwoorden voor hun staat van zijn, en voor de tijd die zij nodig hadden.
In zulk soort gevallen is het dus vermoedelijk wijzer en effectiever om gewoon aan te nemen wat iemand je vertelt, dan hiervoor begrip proberen te hebben. De kunst is dan om eerst een snelle check te doen bij jezelf om duidelijk te krijgen of je je met jouw vermogens voldoende kunt inleven en verplaatsen in de persoon met wie je te maken hebt. Maar zodra je hieraan twijfelt, simpelweg aan te nemen wat iemand zegt. En hieraan dan ook gevolg te geven door oordeelloos verder te luisteren en handelen. In het vertrouwen dat iemand die voldoende ruimte krijgt en voelt dat het eventuele probleem er mag zijn, heus wel zijn verantwoordelijkheden zal nemen.
Een valkuil is, denk ik, sowieso dat wij onszelf vaak als uitgangspunt nemen, en dus als meetlat. En dan de ander met onszelf vergelijken, waarbij wij als ‘maat’ fungeren. Maar we kunnen er wellicht beter van uitgaan dat mensen zodanig van elkaar verschillen (niet alleen op het gebied van ervaring, maar ook van perceptie, emotie en gevoeligheid van ons zenuwstelsel [denk bijvoorbeeld aan pijnbeleving]), dat uiteindelijk veel van de vergelijkingen met onszelf onzinnig zijn.
De vroegere juffrouw van mijn dochter zei vaak tegen de klas: “Doe de ANNA: Altijd Navragen, Niet Aannemen.” Dat is in veel gevallen natuurlijk een goede raad…….maar als het gaat om vertrouwen geven aan iemand in een moeilijke situatie, doe dan liever eens de GAGA (Gewoon Aannemen, Geen Achterdocht)!
Tip 2:
De dingen van hun begrip ontdoen
Ik zit hier te schrijven en neem een slok thee uit mijn (enorme) beker. Ik twijfel er geen moment aan dat die thee in een beker zit. Zodra er zo’n ding, met ongeveer zo’n vorm, voor mijn neus staat denk ik “beker”, dat gaat vanzelf. Best saai, altijd hetzelfde.
Laatst las ik een tekst van Thich Nhat Hanh, over een mindfulness oefening waarbij je de dingen van hun namen of begrippen ontdoet. Dat doe ik per ongeluk wel eens, als ik me verwonder over iets….soms kijk ik dan alsof iets helemaal nieuw is. En met deze oefening doe je dat dus expres. Het gaat eigenlijk meer over fenomenen en emoties, zoals geboorte/dood en angst. En over de ruimte die ontstaat wanneer je alleen maar aanschouwt of beschouwt, en niet benoemt (met platgewalste standaard termen die je er zo even opplakt, waardoor je voorts niet meer goed oplet).
Maar of je nu een ding, emotie of fenomeen van zijn begrip ontdoet, er gebeurt in principe hetzelfde. Er ontstaat ruimte waarin nieuwe ideeën en sensaties kunnen ontstaan, en waarin de dingen die je je afvraagt anders begrepen kunnen worden. Het is zowel verhelderend, als speels en verfrissend. Kijken als een baby die veel nog nooit heeft gezien, als een kind dat telkens nieuwe dingen ontdekt. Helemaal in het hier en nu…..
Het voelt een beetje hetzelfde als uitzoomen, of het innemen van een alienperspectief, maar is toch net anders. Niet per sé alsof je iets nooit eerder gezien hebt, of alsof je vanuit een absurdistisch perspectief kijkt, maar meer beschouwend als volkomen betekenisloos. Nog geen functie hebbende. Als iets wat gewoon aan het zijn is.
Laatst was ik angstig omdat zich in mijn lijf iets voltrok wat ik niet eerder had meegemaakt. Door mezelf niet ‘bang’ te noemen, maar alleen observerend te voelen wat er gebeurde, was ik niet meer bang. En toen ik naar mijn theebeker keek zonder ‘te weten’ dat dit een beker was, zag ik niet alleen een vorm die mij verbaasde, maar ook allerlei frappante mogelijkheden van dit bijzondere ding.
Kinderen zijn hierin meesters; denk maar aan het bekende voorbeeld van dat kinderen veel meer toepassingen kunnen bedenken van de paperclip dan volwassenen. Kinderen kunnen sowieso veel dingen beter dan volwassenen, hebben vaak onderzoekender, filosofischer gedachten.
Misschien kunnen wij wel extra veel leren van kinderen als we hen van het begrip ‘kind’ ontdoen en helemaal vers, onbevangen naar hen kijken. Die frisse ‘hier en nu-blik’ wens ik volwassenen toe, en ik wens voor kinderen dat er met die blik naar hen wordt gekeken. De blik van eerlijkheid, ruimte en mogelijkheden.

