Home » Inspiratie » DE VRAAG DIE IK NIET BEGRIJP

DE VRAAG DIE IK NIET BEGRIJP

Onlangs had ik een kwaaie vader aan de telefoon: “onze zoon was 8 toen hij op school met jou filosofeerde, intussen is hij 18 en wil hij wijsbegeerte gaan studeren. Het is jouw schuld dat hij daarvoor kiest in plaats van voor een studierichting waarmee hij later de kost kan verdienen.” Ik heb die vader niet durven vertellen dat [àls dat inderdaad aan mij zou liggen] dat ik me dan allesbehalve ‘schuldig’ voel. Eerder lichtjes trots en in de eerste plaats ook bijzonder blij. Kort daarna kreeg ik van een andere ouder voor de zoveelste keer de vraag ‘of filosofie nog wel een functie heeft in deze tijd? Als de kinderen van tegenwoordig het antwoord op een vraag willen, zoeken ze dat toch gewoon op het internet?” De moeder die me dat vraagt, doe dit omdat ik met haar kinderen filosofeer. Nooit zal ze bijvoorbeeld aan een schoenmaker vragen of schoeisel nog een functie heeft in onze tijd. Dat komt niet eens in haar hoofd op. Nu weet ik wel dat er over ons filosofen in de boeken staat dat wij ‘vragen altijd omarmen en koesteren’ maar dit is een vraag die ik niet begrijp.

Voor mij persoonlijk -ben ik dan geneigd te antwoorden- heeft filosofie [net als literatuur trouwens] een zó grote functie dat ik het me niet eens afvraag. Het is als eten en ademen. Zonder dat kun je niet leven. Voor mij is de vraag naar de functie, louter gevoelsmatig, bijna al een belediging op zich. Volgens de cultuurpessimisten heeft de literatuur, ‘het woord’, het allang moeten afleggen tegen het beeld en het geluid. Zo zal AI volgens hen ook voorgoed komaf maken met de filosofie en alle vragen. Ai zal hen vakkundig vermoorden. Want een vraag die beantwoord is, houdt op een vraag te zijn.

Ik mag het ondergangsgemopper van die cultuurpessimisten af en toe graag horen, bij wijze van zelfkastijding, maar het is al zo vaak gezegd en zulke antwoorden vervluchtigen snel. Ik denk dat men aan cultuurpessimisten meer verstand en profetie toedicht dan zij bezitten. Als alles zo hard achteruit holt als zij al duizenden jaren beweren, waarom zijn er dan nog steeds boeken? Waarom zijn er nog steeds kinderen die met alle intensiteit van hun grote verbeeldingskracht vragen: ‘ilse, kan je een plas leegspringen? En hoe komt het dat lijm die je vingers in 1 seconde aan elkaar kleeft, niet blijft plakken aan de binnenkant van der tube?’ Literatuur en filosofie bestaan nog steeds. Ze zijn hun eigen overwinnaar. Kan je trouwens iets beters en doeltreffenders verzinnen dan dat je kinderen de vaardigheid van het denken zelf bijbrengt en hen leert er zeker van te zijn om met onzekerheid te kunnen leven?

Dat zijn dingen die door mijn kop schieten als ze me vragen ‘of filosofie nog een functie heeft in onze tijd?’ maar ik zeg ze niet luidop.

Ik weet dat het geen zin heeft. De vraag zal blijven bestaan en men zal haar tot vervelens toe aan filosofen en schrijvers blijven stellen. Niet aan schoenmakers.

Ik schrijf graag en filosoferen met kinderen is een van de liefste dingen die ik doe.

Maar soms wou ik dat ik wat anders kon.

[ilse]

Geschreven door:

ilse daems

kinderfilosoof identikit ilse daems:* geboren in het vorige millennium* huurwoordenaar & speelduivel* levenslange legofanaat* extreem allergisch voor vis & schaaldieren én voor schoolse methodes* expert in buiten de lijntjes kleuren* volgde de opleiding fmkj aan de isvw [kan dus ook rijmen en dichten zonder haar gat op te lichten]* filosofeert met kleuters en lagere schoolkinderen op ‘de pientere piste’
Meer artikelen uit dit dossier:
Share This