WALK YOUR TALK – een bespreking van Strijdvaardig leven door Ilse Daems

WALK YOUR TALK

Strijdvaardig leven. In het spoor van Socrates, Seneca en de samoerai.

Ere wie ere toekomt: de eerste die mij als kind met een diep filosofisch inzicht van mijn zelfgemaakt stokpaard bliksemde was Tonke Dragt. Ik zat in de tweede klas van de lagere school en had op mijn verjaardag de mazelen. Kon en mocht voor mijn klasgenoten dus geen feestje geven. Om mij te troosten kreeg ik van mijn vader ‘De brief voor de koning’. In het begin van dat boek houdt schildknaap Tiuri de nacht vóór hij zelf tot ridder geslagen zal worden met zijn lotgenoten een verplichte wake. De regels zijn streng. Ze mogen met niemand praten en onder geen beding de kapel verlaten. Op een bepaald moment hoort Tiuri echter een stem, heel duidelijk, al was het niet meer dan een gefluister: ‘in gods naam, doe open!’

De zinnen die daarna komen staan voorgoed in mijn leesgeheugen gebrand:

“Wat nu? Hij mocht de deur niet openen …, maar als het nu eens een mens was die in nood verkeerde, een vluchteling die een vrijplaats zocht? Hij luisterde. Het was weer stil. De stem klonk echter nog na in zijn oren. Hij zou die nooit kunnen vergeten. O, waarom moest dit juist nu gebeuren? Waarom moest juist hij die smeekbede horen? Hij mocht er niet op antwoorden, maar hij zou zich niet gerust voelen voor hij het toch had gedaan. Hij aarzelde. Toen nam hij een besluit.”

Tiuri worstelt met een verscheurend dilemma: als ik doe wat die man vraagt, word ik morgen niet tot ridder geslagen. Als ik echter niet doe wat hij vraagt, zal ik me zelf nooit nog een waarachtige ridder voelen. Hij staat op, doet de deur open en helpt de man. In het boek is dit de start van 340 pagina’s avontuur. Voor mij het begin van het besef dat ‘niet gehoorzamen ook iets goeds kan zijn.’ Een totaal nieuw inzicht dat mij als kind compleet van mijn sokken blies. Tot dan toe was ik er immers van overtuigd dat ongehoorzaam zijn altijd ‘stout’ was. Omdat dit me zo was aangeleerd en ingepeperd. Ik nam me plechtig voor zelf ook zo’n soort ridder als Tiuri te worden. Sindsdien lees ik elk jaar rond mijn verjaardag ‘de brief voor de koning’ opnieuw. En draag ik – om me te herinneren aan die belofte – aan een leren riempje rond mijn hals een klein zilveren zwaard.

Die boon voor ‘rebels with a cause’ ben ik blijven bewaren. Als puber hing ik de slogan ‘ni dieu, ni maitre’ boven mijn bed. Als jonkie las ik Stirner, Bakoenin, Makhno, Russell, Freire, Illich, Read, Nietzsche, Chomsky. Nu zijn er Byung Chul Han, Bruno Latour, Frédéric Gros, Murray Bookchin, Giorgio Agamben en René ten Bos.

En dan is er opeens ook ‘Strijdvaardig leven. In het spoor van Socrates, Seneca en de samoerai’ van Pablo Murazábal Lamberti. Een man met een naam die klinkt als een muziekstuk en die ik een heel klein beetje ken als levensgezel van mijn FMKJ-jaargenoot op de ISVW, Sterre, en als intellectuele sparringpartner van onze gemeenschappelijke vriend Pieter Mostert.

Ik heb zijn krijgsfilosofisch kompas met onnoemelijk veel plezier gelezen.

Om verschillende redenen. Dit zijn voor mij de belangrijkste:

  • ‘Strijdvaardig leven’ ontzenuwt een hardnekkig cliché. Wie aan filosofen denkt, heeft doorgaans immers niet meteen krijgers voor ogen maar eerder stoffige studeerkamergeleerden. Pablo Lamberti toont echter onomstotelijk aan dat in de klassieke oudheid en in het Japan van de samoerai filosofie en krijgerschap nauw met elkaar verbonden waren.
  • ‘Strijdvaardig leven’ doet inzien dat denken niet en nooit vrijblijvend kan zijn. Denken is niet iets om te doen in een steriel laboratorium, maar in het leven zoals het is. Het boek leert me dat filosofisch denken niet over handelen gaat, maar zelf doet.
  • Ik heb in het middelbaar destijds voor de richting grieks-latijn gekozen omdat ik stekezot was van die mythes en verhalen. Het was groot feest om die weer op te frissen en opnieuw uitvoerig te beleven.
  • ‘Strijdvaardig leven’ is een dapper boek dat niet blijft schuilen bij het veilige bekende [onze westerse manier van denken], maar met de nodige voorzichtigheid en schroom ongekende oosterse verten verkent. Het boek is een heerlijk uitvoerige trektocht van het westen naar het oosten en weer terug. Het heeft me opnieuw met veel plezier naar ‘de zeven samoerai ‘ van Akira Kurosawa doen kijken. Een film die ik nu nóg beter begrijp dan ik toch al deed.
  • Het boek is helder en transparant, het blijft te allen tijde bangelijk bescheiden, ook al is het bijzonder erudiet. Soms zelfs bijna té volledig zodat je er als niet-academicus toch af en toe een beetje in verdrinkt.
  • Het maakt een kleine 200 pagina’s lang overduidelijk dat strijdvaardig leven belangrijk is. Het geeft bruikbare aanzetten tot reflectie over waarom nu in deze tijden misschien zelfs meer dan ooit. Maar het trapt [zoals dat van ware filosofen in de boeken staat] nooit in de valkuil om te gaan uitleggen hoe je dat ‘strijdbaar leven’ dan precies moet doen. Het boek is een vinger die naar de maan wijst. Het gaat niet om de lengte van de vinger of om de vinger zelf, maar om het zelfstandig leren inzien waar de vinger naar wijst.

Mijn exemplaar van ‘strijdvaardig leven’ is eentje van de eerste druk.

Die heeft een kleine tikfout op de rug. Er staat ‘strijvaardig leven’. Met een D te weinig. Toen ik de uitgever mailde om dat te signaleren, verontschuldigde hij zich en bood attent en genereus aan om mijn exemplaar te vervangen door een nieuw. Eentje met een juiste rug. Dat heb ik vriendelijk maar beslist geweigerd. Ik beschouw dit boek met zijn mankementje als bijzonder en koester het. Omdat het me met zijn geschonden rug doet inzien dat strijdvaardig leven soms blikschade oplevert. En nóg belangrijker: omdat zijn onvolmaakte rug me herinnert aan het feit dat perfectie niet bestaat. Perfectie ligt altijd buiten ons bereik ook al oefenen we ons leven lang. Is dat frustrerend? Nee. Het is zalig. Want daarom komt er nooit een einde aan het bewandelen van de weg.

Heb ‘strijdvaardig leven’ in mijn boekenrek naast ‘de brief voor de koning’ gezet. Er zijn vrienden die dat raar vinden. In hun logica hoort filosofie bij filosofie te staan en jeugdliteratuur bij jeugdliteratuur. Als ze me vragen waarom, zeg ik: het is een ereplaats.

[ilse]

Binnenkort verschijnt een recensie van Strijdvaardig Leven door onze redacteur Léon van der Sande. Hou de website en de nieuwsbrief in de gaten!