Standaarden level 1 en level 2

In de Beroepsgroep kinderfilosofie filosoferen wordt gesproken over level 1 kinderfilosofen (junior) en level 2 kinderfilosoof (professional). Hieronder lees je over de CKN-standaarden die duidelijk maken waarin het onderscheid zit.

Level 1 

Algemeen doel: Maakt (groeps)gesprekken meer filosofisch.

  1. Moedigt deelnemers aan om zelf of samen te denken.
  2. Selecteert kunst, films, literatuur, nieuws, objecten, musea, uitjes en gebeurtenissen als focus en startpunt voor een filosofisch onderzoek.
  3. Maakt deelnemers vertrouwd met meerdere manieren om kwesties te bevragen en onderzoeken.
  4. Moedigt de deelnemers aan om redenen te geven voor hun opvattingen en om te onderzoeken of redeneringen kloppen.
  5. Zorgt ervoor dat de omgeving past bij de intenties voor de onderzoeksgemeenschap
  6. Identificeert filosofische vragen: vragen die de deelnemers aanmoedigen om een onderwerp filosofisch te onderzoeken.
  7. Maakt elk onderwerp geschikt voor filosofisch onderzoek.
  8. Past diverse interventies toe die bijdragen aan de ontwikkeling van de filosofische onderzoeksgroep.
  9. Reflecteert op de inhoudelijke, didactische en organisatorische aspecten van het filosofische gesprek.
  10. Volgt tenminste vier dagen training of opleiding in fmkj.
  11. Voert tenminste vier filosofische gesprekken met kinderen of jongeren.

Level 2 (professional)

Algemeen doel: Faciliteert onderzoeksgesprekken zo dat de deelnemers zich bekwamen in kritisch, creatief, verantwoordelijk en gemeenschappelijk filosofisch nadenken.

  1. Bevordert de innerlijke dialoog van elke deelnemer (bijvoorbeeld door individuele opdrachten of reflectiemomenten aan te bieden).
  2. Bevordert het gemeenschappelijk onderzoek door deelnemers aan te zetten tot denkbewegingen die afwisselend logisch, doorleefd (uit de eigen ervaring afkomstig) en creatief zijn.
  3. Doordenkt de keuze voor het startpunt met het oog op de manier waarop men het onderwerp wilt bevragen en onderzoeken.
  4. Moedigt deelnemers aan verschillende manieren van onderzoek aan te leren.
  5. Moedigt deelnemers aan en leert hen verschillende onderdelen van correct redeneren toe te passen in het onderzoeksgesprek.
  6. Kan filosofische onderwerpen rubriceren in de domeinen van de filosofie.
  7. Faciliteert het onderzoeksgesprek zo dat deelnemers met verschillende achtergronden in gelijke mate aan het gesprek kunnen deelnemen.
  8. Moedigt deelnemers aan en stimuleert hen om zelf filosofische vragen te stellen in het onderzoek.
  9. Bepaalt de geschiktheid van startvragen en onderwerpen aan de hand van de filosofische diepgang en – rijkdom.
  10. Draagt bij aan de gesprekken op school over de inrichting van het onderwijs vanuit de uitgangspunten en praktijk van FmKJ, indien in dienstverband verbonden aan een school.
  11. Evalueert het onderzoeksgesprek door te reflecteren op het geheel van organisatorische, didactische en inhoudelijke aspecten van het gesprek.
  12. Voert tenminste tien oefengesprekken met kinderen, waarvan vier van een uur (inclusief werkvormen) met minstens tien kinderen.
  13. Investeert tenminste 100 uur in een opleiding FmKJ, waarvan ten minste 50 contacturen
    (Binnen een Pabo kunnen andere vakken deze uren ook aanvullen. Zoals levensbeschouwing, kunstzinnige vorming, identiteit, burgerschap, sociaal emotionele vaardigheden, godsdienstonderwijs. In overleg met CKN wordt dit per geval bekeken).
  14. Didactische en pedagogische vaardigheden specifiek voor filosoferen met kinderen (de werkgroep levels, bestaand uit 6 opleiders uit het veld, zal deze criteria het komende jaar nog verder uitwerken).