Rond de Tafel met Jos Kessels | Praktijkwijzers maken

Hoe kies je een geschikte werkvorm voor een filosofisch gesprek?

Op woensdag 12 oktober organiseert CKN een Rond-de-Tafelbijeenkomst over geschikte werkvormen voor een filosofisch gesprek met Jos Kessels


Datum: 12 oktober 
Tijd | 16.00 uur – 18.00 uur
Locatie | Daltonlaan 200, Utrecht, lokaal 2.03
Prijs | 20 euro

Koop je kaartje hier


Schuif aan bij de Rond-de-Tafelbijeenkomst met Jos Kessels en ontdek welke werkvormen je ook zou kunnen inzetten in jouw filosofisch gesprekken met kinderen en/of jongeren.

Jos Kessels deelt praktische tips en tricks. En aan de hand van het nieuwe boek Hoog spel, dat onder zijn redactie samen met Jan Ewout Ruiter en Luuk Stegmann (red.) tot stand kwam, ontwikkel je in deze workshop een eigen praktijkwijzer. Aan het einde van de middag ga je naar huis met een set uitgewerkte werkvormen voor jouw praktijk.

De workshop duurt twee uur.

Voor deze Rond-de-Tafelbijeenkomst zijn een beperkt aantal plekken, dus wacht niet te lang met je aanmelding.


Jos Kessels

studeerde rechten en filosofie, was muzikant, journalist en filosofiedocent. Hij heeft onderzoeken gedaan in wetenschapsfilosofie en didactiek van filosofie. Op zijn proefschrift over kennistheorie en filosofieonderwijs is hij gepromoveerd. Omdat hij steeds meer op de markt ging werken heeft hij de universiteit verlaten en heeft hij 35 jaar gesprekken en trainingen geleid met managers en bestuurders van uiteenlopende organisaties.

Hij schreef boeken en specialiseerde zich in Ideeënleer waarin hij zich richtte op de theorie en praktijk van het socratisch gesprek. In de loop der tijd heef hij verschillende gespreksinstrumenten ontwikkeld.


Praktijkwijzers maken – Jos Kessels

(Uit: Hoog spel – Filosoferen in de praktijk, ISVW Uitgevers 2022, p. 205-206)

Synopsis: Een belangrijke oefening in de praktische filosofie is het ontwerpen van oefeningen.

Sommige mensen zien geen heil in praktijkwijzers voor filosofie. ‘Als je iets kunt vangen in een handleiding of stappenplan, kan het niet veel zaaks zijn,’ vinden ze. Ja, enkele basisvaardigheden lenen zich misschien voor simpele instructie. Maar het echte werk niet, laat staan zoiets als het werk van de meester. Die heeft zo’n doordringend inzicht, zo’n rijk perspectief, dat het nooit in een stappenplan is onder te brengen. Een beetje filosoof voelt zich verheven boven dat primitieve niveau. Vinden ze.

Anderen hebben als bezwaar dat praktijkwijzers ogenschijnlijk neutraal zijn en dus in te zetten voor elk doel, los van de normatieve waardering daarvan. Dat is in hun ogen de omgekeerde wereld. Niet de techniek of methodiek moet centraal staan in een vak, maar het doel waarop het gericht is, en de aard van de intenties die er aan ten grondslag liggen.
Nog anderen vinden dat er al te veel lieden op de markt zijn die zich, gewapend met niet meer dan een paar praktijkwijzers, opwerpen als vakman of -vrouw, wat een blamage is voor het vak en een aantasting van de goede naam van de echte beoefenaar.

Dat mag allemaal waar zijn, er zit ook een andere kant aan de zaak: veel professionals, ook filosofen, zijn niet in staat de meest eenvoudige basistechnieken van het vak uit te voeren. Neem LSD, de techniek van luisteren, samenvatten en doorvragen. Veel mensen hebben moeite met vragen stellen. Als ze na twee of drie keer niet het antwoord krijgen dat ze willen horen, gaan ze zelf maar uitleggen hoe het zit. Wie deze basistechniek al niet beheerst, zal complexere technieken als socratisch gesprek of speelveldanalyse helemaal niet kunnen uitvoeren. Het verhelderen van de vaardigheden die daarvoor nodig zijn, de structuur ervan en de opbouw erin, heeft het ambacht en de kunst van de praktische filosoof veel zichtbaarder gemaakt, en diens gereedschapskist, het organon, rijker en explicieter.

Bovendien is zulke explicitering van vaardigheden van belang voor onderwijsdoeleinden. Om studenten van beginners tot gevorderden te vormen, of zelfs tot ‘master’ in de toegepaste filosofie, zullen ze hun weg moeten leren vinden in de werkplaats van het vak, leren welk instrumentarium er beschikbaar is, hoe en wanneer het te gebruiken, wat het oplevert en wat niet, enzovoort. De kunst van filosofie bedrijven in de praktijk is anders dan de academische filosofie, waar uitleg, colleges en oefeningen in eigen denkwerk centraal staan. In de opleiding tot praktijkbeoefenaar gaat het erom iemand te leren zelf in het voetspoor van Socrates te treden, door anderen tot nadenken en bezinning te brengen en hen zelf filosofie te laten bedrijven. Dat is het grote doel van de toegepaste filosofie, reflectie in actie brengen.

Vroeger leerde je een ambacht door jarenlang als gezel de kunst van een meester af te kijken. In de thuishaven van het socratisch gesprek, de Duitse Philosophisch-Politische Akademie, gaat het nog steeds op die manier. Je leert er het vak door veel gesprekken bij te wonen, er uitgebreide verslagen van te maken en die te bespreken, alvorens je zelf onder begeleiding aan de slag gaat. In Nederland bieden, naast een aantal opleidingen, de verschillende socratische cafés die mogelijkheid. De plekken waar je het vak in de professionele praktijk kunt leren zijn schaars, moeilijk te vinden en vaak ook lastig te realiseren. Makkelijker is het om ouderejaars al vroegtijdig in te zetten als docent voor jongerejaars, zoals in sommige onderwijssystemen gebruikelijk is (Montessori). Ook daarvoor helpt het als je over ondersteunende praktijkwijzers beschikt, die specifieke kennis en vaardigheden articuleren. Het zijn handvatten en richtingwijzers om mee op koers te blijven.

De beste manier is vermoedelijk nog zulke praktijkwijzers zelf te ontwikkelen en scherp te slijpen. Dat is het werk van de reflective practitioner, de bezonnen beoefenaar. Daarmee help je niet alleen jezelf bewust te worden van wat je precies doet, je dient ook anderen en het vak als geheel, door onderdelen ervan bespreekbaar en toetsbaar te maken.
Om het ambacht van de praktische filosoof onder de knie te krijgen moet je oefenen, langdurig en zorgvuldig. Daar heb je oefeningen voor nodig. Het maken van praktijkwijzers is zelf een oefening, en onderdeel van het ambacht. Probeer het eens.

Literatuur: Richard Sennett, De ambachtsman. De mens als maker. Meulenhoff, Amsterdam 2008.