Aanrader: Rekenen voor je leven – door Doenja Heemsbergen

Rekenen voor je Leven

Edward van de Vendel, Ionica Smeets & Floor de Goede
Door Doenja Heemsbergen


Een cadeautje

Afgelopen zomer kocht ik het boek Rekenen voor je Leven van een boekenbon die ik kreeg (dank Marc & Cynthia!). Een schot in de roos. Ik las het zelf met plezier en bewondering, mijn dochter heeft het, na het al gelezen te hebben, nu opnieuw tevoorschijn gehaald en haar vrienden zie ik het ook telkens pakken als het ergens ligt te slingeren … en zitten dan ineens stilletjes op de bank.

Waarom?

Het is geen filosofisch kinderboek. Toch voelt het kloppend om hierover voor de CKN-website een stukje te schrijven. Want afgezien mijn enthousiasme, zie ik veel overeenkomst tussen wat de schrijvers (denk ik) willen bereiken en wat ik zelf o.a. belangrijk vind als ik filosofeer met kinderen: aan de hand van onderwerpen en vragen van kinderen meer verbinding tot stand brengen met de wereld, het schoolse curriculum en met elkaar. En vergroting van de relevantie van wat kinderen (moeten) leren. Met plezier!

Wie, wat, waar?

Ik het kort: een klas begint zich af te vragen of het rekenonderwijs niet anders kan. Zoals het gegeven wordt, doormiddel van een standaard methode, is het duf, vol herhaling en vooral…niet inspirerend of relevant. De kinderen snappen vaak niet waarom ze het zitten te doen, want het raakt totaal niet aan hun levens. Ze beginnen een experiment. Iedere week gaan ze werken aan de hand van een echte vraag van een kind. Elk kind komt een keer aan de beurt. De vraag wordt van tevoren opgegeven zodat de twee leerkrachten van de klas zich goed kunnen voorbereiden. Nou, het laat zich raden: het wordt natuurlijk een groot succes! Anders zou het wel een vreemd boek zijn.

3 goede redenen

Waarom vind ik dit nu zo’n geslaagd boek waarvan ik een jubel voel? Dat zit ’m vooral in drie aspecten:

Ten eerste natuurlijk het onderwerp. Dat wat zich ontketent in de klas, wordt omschreven als een vuurtje dat is aangestoken en niet meer te stoppen is. Als de schellen je van de ogen vallen, ‘hang’ je ze er niet weer voor. Dat is vaak ook zo met filosoferen. Eenmaal de ogen geopend en het denken aangezet, kun je eigenlijk ook niet meer terug. En beter nog, velen van ons willen niet meer terug. Kortom, het boek is een pleidooi voor meer betekenisvol en fantasierijk rekenonderwijs. En ook praktisch toepasbaar rekenonderwijs, zodat de kinderen er in hun eigen levens meer mee kunnen.

Ten tweede is het wat mij betreft mooi en veelzijdig in elkaar gezet. Het boek is trefzeker geschreven (Edward van de Vendel). Alle kinderen van de klas hebben een eigen hoofdstukje waaraan de rekenvraag ontspringt. In dat stukje is knap gecomprimeerd een voelbare karakterschets gegeven, een leefomgeving/gezinssituatie geschetst en iets wat op dat moment in het leven van het kind urgent is. Daaruit voort vloeit de rekenvraag, en de uitwerking of beantwoording van die vraag in de klas krijgt vervolgens de vorm van een stripverhaaltje (Floor de Goede). Het is dus een lees- en stripboek ineen! En dan nog de onderwerpen. Door een wiskundige (Ionica Smeets) zijn er interessante, verrassende rekenmanieren en –trucjes bedacht die ruimschoots tot de verbeelding spreken.

Ondanks de losse hoofdstukken per kind is het toch een geheel geworden doordat de verhaallijnen van de kinderen vermengd raken. Er zijn allerlei levensechte verwikkelingen zoals dat gaat binnen een klas die bestaat uit individuen van zeer uiteenlopende achtergronden. Ook de tragische, frustrerende kanten van het kinderbestaan worden niet geschuwd. Of je een bad zou kunnen vullen met al de tranen van je leven. Een scheiding die erin hakt. Zorgen over een familielid.

En ten derde: het is een prachtig voorbeeld van een klas die in opstand komt door zichzelf krachtige vragen te stellen, namelijk “Waarom doen we dit, waarom doen we het op deze manier en kan het anders?” De kinderen voelen dat er iets aan schort en, ‘god’ zij dank, nemen hun gevoel serieus. Het gevoel leidt tot echte vragen, en de vragen leiden tot een klacht. De opstand wordt serieus genomen door twee leerkrachten die eigenlijk zelf ook al langere tijd worstelen met de hopeloos ouderwetse rekenmethode. Zo zou het onderwijs mijn inziens moeten functioneren: als een continue feedbackloop. Gevoel van onbehagen komt altijd ergens vandaan en moet op z’n minst onderzocht worden. Want zo kom je langzaamaan, in samenspraak met elkaar, steeds meer tot de kern der dingen. En voelt ieder zich beter gehoord, gezien en begrepen, ook de leerkrachten.

Een minpuntje

Maar, er kleeft ook een nadeel aan dit boek. Als een klas denkt: “Yes, dit gaan wij ook doen!”, dan gaat het resultaat waarschijnlijk vies tegenvallen. Het is moeilijk om goede rekenvragen te verzinnen. En het komt maar zelden voor dat je door het beantwoorden van een vraag op een interessant wiskundig fenomeen stuit. In het boek ging het waarschijnlijk dan ook omgekeerd: er is uitgegaan van een leuk wiskundig fenomeen en daarbij is een vraag verzonnen die naar het fenomeen leidde. In het echt wordt het nooit zo rijk, vrees ik. Ook al niet omdat de gemiddelde leerkracht daarvoor hoogstwaarschijnlijk te weinig wiskundige kennis paraat heeft, en al helemaal geen tijd zal kunnen vinden zich hier ad hoc ineens grondig in te verdiepen.

Dus het is fictie, en niet helemaal realistisch. Daarmee is helemaal niets mis, want het is een prachtig gelaagd, zowel serieus als humorvol boek. Maar het idee dat eraan ten grondslag ligt, is in mijn ogen juist heel realistisch: écht levend, fantasierijk rekenonderwijs voor iedereen, en de mogelijkheid dit als klas zelf te agenderen! Dus kinderen en leerkrachten: laat je inspireren door dit heerlijke boek. Laat je stem horen en zet verandering in gang! Maar temper misschien de verwachting dat je dit op een degelijk niveau zou kunnen herhalen, met zulke diverse voorbeelden en vlammende resultaten. De schrijvers lijken zich van dit probleem bewust te zijn. Ze laten er dan ook kinderen zijn die worstelen met het formuleren van een goede vraag. Zo is er een jongen die helemaal geen vraag weet te verzinnen. Dat komt overeen met de werkelijkheid, want vragen stellen is belangrijk, maar lang niet altijd makkelijk. Zulk soort onderwijs is één van de manieren om dit in de praktijk te brengen en te oefenen!

Toekomstwens

Wat zou het mooi zijn om naar zulk onderwijs te streven…en dan niet alleen het rekenonderwijs! Levensecht, uit het bestaan en uit de fantasie van kinderen gegrepen. Ik werd heel blij van dit boek 🙂