Recensie Lepelsnijder van Marjolijn Hof – door Ilse Daems

LATER WORD IK LEPELSNIJDER

Er zijn dingen die weinig of niet veranderen. Als iemand op dit moment aan mijn klas vijfjarigen vraagt wat ze later willen worden, zijn er nog altijd een paar jongens die ‘pompier’ zeggen of ‘politieman’ en een paar meisjes die ‘verpleegster’ opgeven als keuze. Dat was 60 jaar geleden – toen ik zelf een kleuter was – óók al zo.

Er zijn dingen die wel verschuiven. Seppe uit mijn klas antwoordde met overtuiging dat hij later ‘kleuterjuf’ zal zijn. Eerst dacht ik nog dat dit voor hem misschien enkel een beroepskeuze was en geen genderkwestie. Maar toen een van de andere kinderen zei: ‘Seppe, dat kan toch niet want jij bent een jongen,’ zei hij resoluut: ‘En dan? Dan word ik toch gewoon een meisje!’

Dat zou in mijn tijd geen enkele jongen al hebben gezegd.

Het deed me eveneens  beseffen dat wij hier in België intussen wel al lang over ‘verpleegkundigen’ spreken omdat er ook veel mannen zijn die verpleger worden maar nog steeds niet ‘brandweerkundige’ zeggen of ‘politiemens’. Terwijl er bij beide korpsen nochtans óók vrouwen zijn …

Er zijn echter ook dingen waarvan ik zielsgraag zou willen dat ze veranderen.

Tot nu toe heb ik nog nooit een kind ‘lepelsnijder’ horen antwoorden op de vraag wat hij of zij later worden wil. Maar nu het gelijknamige boek van Marjolijn Hof, – uitgegeven bij keurmerk Querido – bestaat, hoop ik hartsgrondig dat dit voortaan wel kan en zal gebeuren.

Ik vind Lepelsnijder één van de beste jeugdboeken die ik ken.

Het gaat over Janis die eigenlijk Folker blijkt te heten, maar die zelf toch liever Janis wil blijven. Over Frid, Schenkelman/Dabbertal, Ever, Jutta, Silke, Asserik en Koender. Over de hond Luki en de ezel Kiezel.

Het speelt zich af in een onbestemd verleden. Toch gaat het óók over jou en mij.

Lepelsnijder gaat over de grote ziekte die slimmer is dan je denkt, die kan sluipen, klimmen en springen, hollen, kruipen en zwemmen. Van mens naar mens, van huis naar huis. Een ziekte die je neus opvreet, je vingers en de rest. Een grote ziekte die uiteindelijk … niet blijkt te bestaan. Lepelsnijder gaat over waarheid en leugen. Over fake nieuws en memes. En over hoe je voor niks zo bang moet zijn als voor de angst zelf.

Lepelsnijder gaat over heelmakers en stukmakers, over de intrinsieke schoonheid van kunst en vakmanschap, over hoe een verre vriend toch uiterst dichtbij kan zijn, over kwaad dat soms doet alsof het goed is en over de rijkdom van ‘less is more.’ Lepelsnijder gaat over het feit dat je je familie op een bepaalde manier wél zelf kan kiezen en over dat je altijd moet worden wie je bent.

Lepelsnijder gaat dus over de Gote Dingen des Levens. Met hoofdletters. Toch neemt het, zoals Pieter Mostert dat zo helder en juist verwoordt, niet de grote poort om ze binnen te rammen maar een zijdeur om erbij binnen te komen en ze omzichtig respectvol aan te raken. Lepelsnijder is geen filosofieboek dat om marketingredenen en omdat het kinderen zwaar onderschat, verpakt wordt in een oppervlakkige pseudo-avontuurlijke inkleding. Nee. Lepelsnijder is een avonturenboek pur sang, maar eentje waar de filosofische thema’s van afspatten. Het is alles wat een jeugdboek van grote klasse moet zijn. In mijn boekenrek staat het op het schap met de koesterboeken.

De Kinderboekenweek van 2021 is intussen weer voorbij. Dit jaar was het thema ‘worden wat je wil’. En het sneed door mijn ziel dat Lepelsnijder niet bij de officiële thematips stond. Ik weet dat de Kinderboekenweek het goed bedoelt en dat ze met het thema ‘worden wat je wil’ keuzevrijheid in de verf willen zetten. Dat ze kinderen willen aanmoedigen om te kiezen voor wat zij zelf willen en belangrijk vinden. Los van standaard verwachtingspatronen, aspiraties van ouders/leerkrachten en maatschappelijke tendensen. En ik heb er begrip voor dat de Kinderboekenweek ‘beroepen’ als invalshoek heeft gekozen. Omdat dit voor leerkrachten een kids ‘an easy going’ en laagdrempelige, concrete ingangspoort is. Verder weet ik natuurlijk óók wel dat lepelsnijder niet direct een bijzonder sexy knelpuntberoep is waar op de hedendaagse arbeidsmarkt veel vraag naar is…

Toch vind ik ‘worden wie je bent’ een juistere invalshoek dan ‘worden wat je wil’.

Al was het maar omdat ‘worden wat je wil’ onderhuids toch wat op zijn Theodore Dalrymples suggereert dat als je niet geworden bent wat je wilde, dat dit dan je eigen schuld is. Terwijl het om een ongelijkheid gaat waarvoor we weliswaar met velen op de barricades staan, maar die wel nog steeds bestaat.  Niet alle kinderen krijgen immers dezelfde kansen om dat ‘worden wat ze willen’ waar te maken.

Om die redenen en om nog veel meer, zet ik Lepelsnijder postuum toch op de leeslijst van de Kinderboekenweek.

En de eerste leerling die op de vraag wat ie later worden wil ‘lepelsnijder’ antwoordt, adopteer ik en neem ik mee naar huis.

[ilse]