Home » Onderzoek » Promotieonderzoek naar het Socratisch Gesprek – in gesprek met Erik Boers

Promotieonderzoek naar het Socratisch Gesprek – in gesprek met Erik Boers

Van weten naar geweten

From Science to Conscience; the Socratic Dialogue Reconsidered, Erik Boers (Proefschrift)

Naast je, in de rij bij de bakker, staat een kind. Ze wil haar bestelling opgeven, maar een wat oudere dame dringt voor. Je wil er iets van zeggen. Dit kun je toch niet laten gebeuren? Maar mag je je wel bemoeien met andermans zaken?

Het is een praktijkervaring en een vraag die Erik Boers in zijn socratische praktijk met deelnemers onderzoekt. De uitkomst van het onderzoek onder zijn leiding is opvallend te noemen: Boers is op zoek naar meerduidigheid en dissensus. Terwijl het doorgaans bij het socratisch gesprek de bedoeling is om, soms na een week lang filosoferen, te komen tot eenduidigheid en consensus.

Vijf generaties socratici

Uit Boers’ proefschrift blijkt dat hèt socratisch gesprek niet bestaat. Er bestaat meerstemmigheid over wat het betekent om een gesprek op socratische wijze te voeren. Boers pakt daarom Ockham’s razor, dunt uit en onderscheidt na Socrates vier generaties socratische praktijken. Zelf komt hij uit de traditie van de school van Leonard Nelson, Gustav Heckmann en de Philosophisch Politische Akademie. Met Jos Kessels en Pieter Mostert begon hij socratische gesprekken in organisaties te begeleiden, waaruit het boek Vrije Ruimte (2002) voortkwam.

Na vijfentwintig jaar filosoferen in het bedrijfs- en bestuursleven, deed hij weer eens mee aan een weekendgesprek bij de PPA in Duitsland. Een “bevreemdende” ervaring:  wat hij in de Nederlandse praktijk geleerd had, was iets heel anders geworden dan de Duitse. Aanleiding voor Boers om zich af te vragen hoe je nu eigenlijk naar beide socratische praktijken moet kijken? Zijn proefschrift, From Science to Conscience, dat Boers 15 november aanstaande verdedigt, is het resultaat.

Boers brengt de ontwikkeling van het socratisch gesprek in kaart vanaf Socrates, via Nelson, Heckmann en de PPA tot aan de Nederlandse organisatievariant. Hij doorspekt de historische uiteenzetting met levendige praktijkvoorbeelden en weeft het geheel aaneen met een boeiende theoretische onderbouwing.

Recht doen aan de rijkdom van de ervaring
Boers scherpt de theorievorming van de nog jonge filosofische praktijk aan, waardoor de lezer door de bomen het bos gaat zien. Hij brengt het in kaart en stelt kritische vragen. Zo legt hij onder andere lacunes bloot in de theoretische fundering van de vijfde generatie, waarvan hijzelf met onder andere Jos Kessels en Pieter Mostert deel uitmaakt. Voor deze generatie vormt het ‘cruciale moment’ de kern van de dialoog, niet de ‘kernbewering’, zoals te doen gebruikelijk. Boers maakt duidelijk dat de consequenties van deze verandering niet goed zijn doordacht. In zijn onderzoek naar een betere onderbouwing, laat Boers zien waarom juist de vijfde generatie door die aanpassing veel meer recht doet aan de rijkdom van de ervaring.

De eerste vier generaties zijn op zoek naar algemene regels, gebaseerd op een sluitende redenering. In de geschetste ervaring rond voordringen zou Socrates op zoek gaan naar een definitie van rechtvaardigheid. Nelson wil, in lijn met Kant, de onderliggende wetmatigheden van de menselijke rede blootleggen. De PPA wil tot een gedeelde opvatting komen. De vijfde generatie socratisch gespreksbegeleiders brengt in de gespreksopbouw een radicale verandering aan. In plaats van een kernbewering als “je mag je met een ander bemoeien wanneer …” sluitend te krijgen, plaatsen zij een rijke ervaring centraal. Wat gebeurt daar precies? Wat doet zo’n moment met jou? En wat zegt dat over ‘bemoeien met’, ‘zorgen voor’? Niet langer staat logica, een eenduidige redenering centraal, maar betekenisgeving: het vanuit verschillende perspectieven duiden van dit  cruciale moment.

Vanwaar deze wending? Boers: “Socrates roept op het mensenleven te onderzoeken. Wat betekent het om mens te zijn? Tijdens een socratisch gesprek gaan we op zoek naar ervaringen rond belangwekkende thema’s in ons leven (verantwoordelijkheid, vrijheid, saamhorigheid, tolerantie, zekerheid …). De kern van zo’n ervaring laat zich echter niet reduceren tot een rationele conclusie, tot één achterliggende waarheid. Woorden zijn bijvoorbeeld minder eenduidig dan wordt verondersteld door sommige socratici. En betekenis komt niet enkel voort uit logisch denken, maar ook uit het interpreteren van gevoelens. Wat voel je op zo’n moment en wat zegt dat over de waarden die hier in het geding zijn? Dit onderzoek naar gevoelens zul je bij de PPA echt niet aantreffen.”

Pluraliteit van betekenissen
In die zogenaamde vijfde generatie van het socratisch gesprek is het onderzoek dus veel rijker en ruimer dan bij eerder varianten. Toch blijkt er een verouderde kennistheorie aan ten grondslag te liggen. In het boek Vrije Ruimte blijft Plato’s grotmythe centraal staan: een gevangene ontsnapt en heeft uiteindelijk direct zicht op licht en waarheid. Die directe toegang is twijfelachtig in de hedendaagse filosofie. En het is ook de vraag of zo’n directe waarneming nodig is als laatste grondslag voor een goed mensenleven. “Betekenis komt voort uit het gesprek dat we met elkaar voeren in en over de leefwereld. We kunnen niet uit dat gesprek stappen. Er is geen privétaal, heeft Wittgenstein ons geleerd. Betekenis ontstaat altijd binnen een gemeenschap, in interactie met de ander. In een gesprek zeggen we dingen die we nooit eerder zo zeiden.”

Het is van belang voor het socratisch gesprek dat alle deelnemers de situatie duiden, niet alleen de voorbeeldgever. Zo kun je duidingen vergelijken. Dat iemand anders het anders zou hebben aangepakt wordt van belang. De rijkdom van de situatie komt door de pluraliteit van betekenissen beter tot zijn recht. Er ontstaat een rijker betekenisveld: een verruimd denken.

Van weten naar geweten
“In mijn gesprekken laat ik deelnemers het weefsel van betekenissen dat is ontstaan indikken. Ze stellen zich voor dat de beschreven ervaring een scène vormt in een film of toneelstuk. Als je hen vraagt welke titel ze die scéne zouden geven, krijg je titels als ‘Ordeverstoring’, ‘Het verwaarloosde kind’ of ‘Doet hij het of doet hij het niet?’. Wat zich aftekent is dat hun duidingen verschillen (dissensus) en elkaar toch raken. Zo ontstaat een interessante gelaagdheid in de ervaring. Er ontstaat ‘common sense’, gedeelde betekenis. En dat geeft in het complexe mensenleven voldoende en wellicht meer houvast dan ‘consensus’.”

Dat samen weten, in het Latijn ’conscientia’, vormt de oorsprong van ons woord geweten. Tijdens een socratisch gesprek scherp je je geweten aan, door je duiding te toetsen aan die van anderen. In de woorden van Hannah Arendt: er ontstaat een ‘enlarged mentality’. Dat maakt, volgens Boers, duidelijk dat het doel van het socratisch gesprek de afgelopen eeuw is verschoven van ‘weten’ naar ‘geweten’.

Exemplaren van het proefschrift zijn verkrijgbaar via info@hetnieuwetrivium.nl; €10,- plus €5,- verzendkosten.

 

Geschreven door:

Paulien Hilbrink

bestuur CKN, kinderfilosoof, leerkracht
Meer artikelen uit dit dossier:
Sorry, No posts.
Share This