Macht – gezag #5

Bo Kok onderzoekt de kaders van de kinderfilosofie

Over de auteur:

Bo Kok is begin 2021 afgestudeerd aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie. Zij onderzocht voor het Centrum Kinderfilosofie Nederland (CKN) hoe de literatuur binnen de kinderfilosofie zich verhoudt tot de werkende praktijk.

In haar scriptie onderzocht zij of er een goede afbakening en analyse van het concept kinderfilosoof gegeven kan worden, zodat het CKN op grotere schaal het filosoferen met kinderen kan professionaliseren.

In de volgende reeks artikelen worden er stukjes van haar scriptie uitgelicht. Bo Kok is tekstschrijver, blogger, bijlesdocent en is als vrijwilliger aangesloten bij het CKN. Voor meer informatie over Bo, zie haar eigen website www.boisme.nl.

 

ARTIKEL 5 van 8

Macht – gezag

1.4.1 Machtsverhouding tussen kinderfilosoof en kind

Als de kinderfilosoof inhoudelijk niet bijdraagt aan het gesprek, heeft de klas dan een anarchistische vorm aangenomen? Hoe zit het met de machtsverhouding tussen een kinderfilosoof en het kind, aangezien de klassieke leerkracht vooral via haar machtspositie probeert orde te houden (zie tabel 1[1]). Deze klassieke benadering, die vóór de jaren ‘60 vooral tot uiting kwam in lik-op-stuk beleid: direct straffen, een breed palet aan disciplinaire maatregelen en de onomstreden autoritaire houding van de leerkracht[2], verliest na de jaren ’60 door anti-autoriteit en vrije opvoeding aan kracht.[3] Deze veranderende beweging zet zijn eerste voetstappen ten tijde van de Verlichting[4] en brengt ons veel goeds, onder meer doordat er aandacht komt voor het individuele kind dat kritisch leert denken, gestimuleerd wordt ‘mondig’ te zijn en op een pedagogisch verantwoorde[5] manier moet worden behandeld.[6] Toch zien we met het verlies aan autoriteit problemen ontstaan. Zowel in de klas “Wie denk je wel niet dat je bent!” (Verhaeghe, 2015, p. 34) als in de opvoeding (onhandelbare pubers).

Neem het woord autoriteit in de mond en je proeft de negatieve nasmaak. Het roept beelden op van strenge docenten waar een eigen mening afgestraft wordt, vroegere pastoors naar wie je moest luisteren, ook al deden ze dingen die niet door de beugel konden[7] en koningen die onder het mom van ‘God heeft mij gekozen’ het volk uitbuitten en eigen gedrag rechtvaardigden.[8] De term autoriteit draagt deze negatieve smaak niet van nature bij zich. Sterker nog, ik wil hier pleiten voor een kinderfilosoof als autoriteit tijdens het filosoferen met kinderen. Ik zal dit goed moeten uitwerken om verkeerde interpretaties te voorkomen. Ik doe dit aan de hand van Arendt’s essay What is authority?, waarin zij een analyse geeft over het functioneren van autoriteit. Paul Verhaeghe met zijn boek Autoriteit en Christien Brinkgreve met Het verlangen naar gezag gebruik ik hier ook bij.

1.4.2 Omschrijving autoriteit

Een goede omschrijving van autoriteit is lastig, maar niet onmogelijk. Hannah Arendt geeft in haar essay What is authority? een flinke analyse over het functioneren van autoriteit. Aan het begin van haar essay maakt zij duidelijk wat autoriteit niet is.

“Since authority always demands obedience, it is commonly mistaken for some form of power or violence. Yet authority precludes the use of external means of coercion where force is used, authority itself has failed! Authority, on the other hand, is incompatible with persuasion, which presupposes equality and works through a process of argumentation.” (Arendt, 1954)

Als er dus externe dwangmiddelen worden gebruikt, zoals in het onderwijs: straf, extra regels of zelfs uitleg (als in overreding) heeft het gezag[9] gefaald. Als er namelijk argumenten worden gegeven waarom er op een bepaalde manier wordt gehandeld, dan schort dat het gezag op. Verhaeghe maakt een onderscheid tussen macht en autoriteit door een voorbeeld te geven van macht en geld. Deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wie veel geld heeft bezit macht en andersom.[10] Echter, veel geld (en dus macht) is geen voorwaarde voor autoriteit en moreel gezag. “In veel situaties illustreert het gebruik van macht juist een gebrek aan of zelfs een mislukking van autoriteit,” (2015, p. 35) aldus Verhaeghe.

1.4.3 Vanzelfsprekende macht

Autoriteit berust volgens Arendt op ongelijkheid.[11] Er wordt door middel van autoriteit vanzelfsprekende macht uitgeoefend op degene die zich vrijwillig hieraan onderwerpt. Twee dingen zijn hierbij van belang: het ‘vanzelfsprekende’ en het ‘vrijwillige’. Een aantal voorbeelden van Verhaeghe: “De rechter doet een uitspraak, de betrokken partijen leggen zich daarbij neer. De arts komt tot een diagnose, de patiënt aanvaardt die en maakt een afspraak voor de behandeling” (2015, p. 35).

Die vanzelfsprekende macht zal buiten de persoon zelf moeten liggen. Immers, als de autoriteit vanzelfsprekend tot stand komt door de persoon in kwestie, zou het ‘naakte macht’[12] zijn. Als gezagdrager ‘draag’ je gezag of autoriteit bij je en bezit je het niet. “Iemand kan gezag verwerven, uitoefenen, verliezen, doorgeven – dus ligt de bron van autoriteit buiten de persoon zelf” (Verhaeghe, 2015, p. 35). Dit is een groot verschil met macht, wat duidelijk wordt in de afbeelding hieronder.[13]

Arendt stelt dat de grond van autoriteit buiten het individu ligt en dit mogelijk is doordat punt 3 (zie afbeelding) een externe bron is waar beide individuen sterk in geloven. 2 is nog altijd onderworpen aan 1 maar doet dit vrijwillig omdat het gelooft in 3. Er is sprake van innerlijke dwang in tegenstelling tot externe dwang die altijd komt kijken bij macht. Bij macht is er geen sprake van een gezamenlijk geloof in een externe grond.

De ongelijkheid waar Arendt op doelt is terug te vinden in de verhouding tussen de kinderfilosoof en het kind. Hoe graag een kinderfilosoof ook de gelijke van het kind zou willen zijn of meer deelnemer dan gespreksleider, de kinderfilosoof heeft een functie waardoor zij automatisch ‘boven de groep’ wordt geplaatst.[14] Dit is niet erg, het doet zelfs niet af aan het idee van relationele gelijkheid tussen kinderfilosoof en kind. Het gaat hier namelijk om een functionele hiërarchie waar verantwoordelijkheid een groot deel van uitmaakt.

1.4.4 Verantwoordelijkheid

Gezag of autoriteit wordt in de opvoeding gerechtvaardigd omdat de opvoeder (zowel ouder als leerkracht) als rationeel weldenkend wezen beter in staat is te beslissen wat wel of niet goed is voor het kind. De verantwoordelijkheid van het kind ligt dan niet bij het kind zelf, maar bij de opvoeder. Deze kijk op verantwoordelijkheid en gezag kan worden bediscussieerd. Mij volstaat het hier te verwijzen naar Artikel 183.2 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, waarin wordt vermeld dat wettelijk gezien kinderen tot 14 jaar niet aansprakelijk kunnen zijn, maar hun ouders/voogden.[15] Een kinderfilosoof hoeft niet te worden gezien als opvoeder, maar heeft wel degelijk tijdens het filosoferen met kinderen een verantwoordelijke positie.

In plaats van te focussen op de inhoudelijke verantwoordelijkheid die een (klassieke) leerkracht heeft, gaat het bij de kinderfilosoof vooral om het verloop en de vorm van het gesprek.[16] De vorm van het gesprek gaat met name over het filosofisch houden van het gesprek, waar achtergrondkennis van het filosofische landschap voor nodig is.[17] Ook is zij verantwoordelijk voor het verloop. Op deze manier probeert ze ervoor te zorgen dat iedere leerling het gesprek kan volgen. Dit kan zij doen door exact te noteren wat er gezegd is, kinderen hun antwoord te laten herhalen, om voorbeelden te vragen bij een stelling ter verduidelijking en te waken voor ‘wazige’ begrippen die vragen om begripsverheldering.[18]

1.4.5 Autoriteit als noodzakelijkheid

Deze (herverdeelde) verantwoordelijkheid kan alleen plaatsvinden als de kinderfilosoof een bepaalde autoriteit bezit. Volgens Arendt kunnen we niet zonder autoriteit. Zij sluit haar essay af met het idee dat wanneer autoriteit wegvalt, we direct worden geconfronteerd met “de elementaire problemen van het menselijk samenleven” (Verhaeghe, 2015, p. 61). We beseffen niet dat in een politiek rijk zonder gezag, macht zijn gang kan gaan. De bron van gezag overstijgt de macht.[19]

Voor een kind is bijvoorbeeld de autoriteit van de moeder uiterst belangrijk, laat Verhaeghe zien. “[Het] installeert de veiligheid waarin het kind geleidelijk autonomie kan verwerven en in alle rust de buitenwereld kan verkennen” (Verhaeghe, 2015, p. 25).  De trend om kinderen mee te laten beslissen omdat ‘kinderen ook inspraak moeten krijgen’ is een vaak goed bedoelde opvoedingstechniek die vergeet dat we het over kinderen hebben en ouders verantwoordelijk blijven. Als voorbeeld neemt Verhaeghe een echtpaar dat twijfelt naar welke basisschool hun driejarige dochter moet. Ze leggen de keuze bij haar neer, maar het meisje twijfelt. Die weerspiegelde twijfel die komt van de ouders is volgens Verhaeghe niet goed voor de Eva’s van onze tijd. Kinderen worden dan wel mondiger, brutaler en kritischer, die “zogenaamde mondigheid is een gevolg van de angst bij de ouders om hun ouderlijke positie in te nemen, een positie die er een is van gezag” (Verhaeghe, 2015, p. 26). En zo zit dat ook met het filosoferen met kinderen, zowel in als buiten het onderwijs. De angst van een kinderfilosoof om ‘boven de groep’ te staan of een autoritaire houding aan te nemen is niet in tegenspraak met de niet-wetende houding of de inhoudelijke afwezigheid waar zij voor staat. Dat onderwijs (en daarmee bedoel ik het filosoferen met kinderen op de basisschool) zonder autoriteit zou kunnen zoals ik hier autoriteit heb omschreven, is niet alleen een vergissing maar zorgt ook voor een omgeving waarin moeizaam gefilosofeerd kan worden. Dit laat ik in het volgende artikel zien (artikel 6).

Lees hier artikel 1 t/m 8

 [1] H.B., & Wiebenga, E. (2016). Verbindend gezag. Tijdschrift voor Psychotherapie, 7. https://doi.org/10.1007/s12485-017-0206-8

[2] Botermans, J., & Grinsven, W. (2011). Bij ons op school. Arnhem, Nederland: Terra Lannoo, p. 37.

[3]  Hogent. (2019). Hoe kan de relatie leerkracht-leerling versterkt worden? (Scriptie). Geraadpleegd van https://www.scriptiebank.be/sites/default/files/thesis/2019-06/Bachelorproef_VervaetEline.pdf

[4] Verhaeghe, P. (2015). Autoriteit. Amsterdam, Nederland: De Bezige Bij, p. 20.

[5] Pedagogisch verantwoord betekent hier dat je handelt op een manier die opvoedkundig correct is jegens het kind. Je handelt op een manier die verantwoord en goed is, zoals een leerkracht gerust boos kan zijn op een leerling, maar deze niet de huid hoeft vol te schelden of fysiek klappen uit hoeft te delen.

[6] Galle, C., & Wauters, B. (2018, 18 april). DM.focus. Geraadpleegd op oktober 2020, van https://www.groepintro.be/_library/_files/de_morgen_18042018.pdf

[7] Idem

[8] Verhaeghe, P. (2015). Autoriteit. Amsterdam, Nederland: De Bezige Bij, p. 21.

[9] Gezag en autoriteit gebruik ik hier door elkaar heen.

[10] Verhaeghe, P. (2015). Autoriteit. Amsterdam, Nederland: De Bezige Bij, pp. 34-35.

[11] Arendt, H. (1954). What is Authority? Geraadpleegd op november 2020, van http://la.utexas.edu/users/hcleaver/330T/350kPEEArendtWhatIsAuthorityTable.pdf

[12] Deze term ontleen ik aan Christien Brinkgreve die ze gebruikt in haar boek: Het verlangen naar gezag

[13] Deze afbeelding komt van https://www.onderwijsfilosofie.nl/autoriteit/

[14] Mijland, I. (2016). Onderwijs is een wij-woord. Geraadpleegd op november 2020, van https://wij-leren.nl/macht-gezag-orde.php

[15] Maxius. (2015). Burgerlijk Wetboek Boek 6. Geraadpleegd op november 2020, van https://maxius.nl/burgerlijk-wetboek-boek-6/boek6/titel3/afdeling2

183.2 Degene die het ouderlijk gezag of voogdij uitoefent over een kind dat nog niet de leeftijd van veertien jaren heeft bereikt, is in zijn plaats uit de artikelen 173 en 179 voor de daar bedoelde zaken en dieren aansprakelijk, tenzij deze worden gebruikt in de uitoefening van een bedrijf.

[16] Anthone, R., & Mortier, F. (2007). Socrates op de speelplaats (4de editie). Leuven, België: Acco, p. 64.

[17] Zie paragraaf 1.7 Kennis.

[18] Anthone, R., & Mortier, F. (2007). Socrates op de speelplaats (4de editie). Leuven, België: Acco, p. 64.

[19] In de slotzinnen van Arendt, H. (1954). What is Authority? Geraadpleegd op november 2020, van http://la.utexas.edu/users/hcleaver/330T/350kPEEArendtWhatIsAuthorityTable.pdf