Interview met Fabien van der Ham: wegbereider in kinderfilosofie

Fabien van der Ham

“Ik wil met mijn website, eerst Filosofiejuf.nl en nu Filosovaardig.nl zoveel mogelijk mensen laten zien wat filosoferen met kinderen en jongeren is. Leraren en pedagogisch medewerkers, maar ook ouders. Dat je daarmee op een hele andere manier met kinderen in gesprek kan komen en dat ze daar heel veel van leren en zichzelf ontwikkelen.

Ik wil laten zien dat filosoferen veel te bieden heeft en dat eigenlijk iedereen op school en thuis, vaker dit soort gesprekken zou moeten hebben met kinderen.”

 


Hoe ontdekte jij het Filosoferen met kinderen?

In 2009 schreef ik mijn eerste kinderboek. Mijn zusje heeft een verstandelijke beperking en ik schreef een boek over een meisje met zo’n zusje.  Door dat boek werd ik uitgenodigd om op scholen met kinderen in gesprek te gaan en ik werd gegrepen door wat kinderen allemaal vertellen. In die tijd zat ik thuis aan tafel met drie kinderen van 4, 6 en 8 en die waren wel eens heel druk. Ik heb altijd al interesse in filosofie gehad en op een dag gooide ik eens een de bekende filosofische vraag in de groep: ‘Als er in een bos een boom omvalt en niemand hoort het, maakt het dan geluid?’ Mijn kinderen waren gefascineerd en ik was gefascineerd door hoe ze met die vraag aan de slag gingen. Die twee dingen maakten dat ik ging zoeken naar informatie over hoe je filosofische gesprekken met kinderen kunt voeren. In 2011 heb ik de beroepsopleiding Filosoferen met Kinderen en Jongeren op de ISVW gedaan, omdat ik de gesprekken op scholen wilde verrijken en verdiepen en ik dacht dan heb ik iets dat andere schrijvers van kinderboeken niet hebben. Maar uiteindelijk vond ik het zo leuk dat het filosoferen eigenlijk het belangrijkste van mijn werk is geworden. Ik schrijf nog wel, vorig jaar nog een boek met tien voorleesverhalen voor jonge kinderen, dat echt bedoeld is om mee te filosoferen.

Waarom heb je de naam van je site van Filosofiejuf.nl in Filosovaardig.nl veranderd?

Als Filosofiejuf.nl vond ik dat het te veel over mij als persoon erachter ging. Personal branding noemen ze dat in de marketing en dat vond ik niet zo prettig. Bovendien zat ik daarmee op internet in het onderwijsinspiratiehoekje en ik wil juist dat er een bredere interesse van andere betrokkenen komt. Daar komt dan nog bij dat, als ik op een onderwijsbeurs stond, de “meesters” de stand van Filosofiejuf.nl voorbijliepen! Mannen voelen zich toch minder aangesproken door de filosofiejuf. Het duurde een tijd voor ik een geschikte naam had maar op een zondagochtend kwam mijn vriend met Filosovaardig en dat is het geworden. Ik ben nog steeds in mijn eentje filosovaardig, ik heb wel gastbloggers en werk met veel freelancers samen, maar ik ben niet opeens een groot bedrijf.

Educatieve uitgever Zwijsen die bekend is van de AVI-leesboeken maar ook lesmethodes maakt, benaderde mij om een paar filosofielessen te maken.  Ook andere methodemakers vragen om filosofische bijdragen aan hun lesmethodes. Mede doordat burgerschapvorming belangrijk is, komt steeds meer in beeld wat filosoferen kan bijdragen. Ik maak geen aparte filosofiemethode maar bedenk filosofische lessen met een denkprikkel, werkvormen en vragen die je kunt stellen. Bijvoorbeeld bij een methode voor taalontwikkeling of bij een thema als geloven.

Als filosoferen meer in schoolmethodes verweven zou zitten, wat levert dat dan op?

Het levert vooral de kinderen wat op. Dat het betekenisvoller is wat je leert doordat je er samen met leeftijdsgenoten over gaat praten. Dat je meer je mening gaat vormen, hoort wat anderen denken en het onderwerp gaat verbinden aan concrete situaties en aan je eigen leven. Daardoor krijgen kinderen meer inzicht en leren ze verbanden te leggen. Voor de leerkracht wordt het werk wellicht anders.

Wat verwacht je van de interesse in filosofisch onderwijsmateriaal, is die blijvend?

Dat hangt van meerdere dingen af. Nu is het incidenteel dat in een lesmethode een paar filosofische hoofdstukjes zitten en als de leerkracht die tegenkomt, gaat die dat doen. Maar in mijn ideale wereld is het in het hele onderwijs verweven.  Met steeds een afwisseling van kennisoverdracht, soms moet je gewoon de feiten leren. Na de geschiedenisles kun je bijvoorbeeld heel goed filosofische vragen stellen. Daardoor begrijp je de geschiedenis ook beter. Het werkt twee kanten op, maar het vraagt andere vaardigheden van de leerkrachten, die ze nu niet- of niet genoeg meekrijgen op de meeste Pabo’s en lerarenopleidingen. Het is daarmee vooral een aanvulling op het filosoferen zoals dat op aparte momenten wordt gedaan door ingehuurde kinderfilosofen. De leraren doen dat deels zelf maar er worden ook externe docenten uitgenodigd voor gastlessen.

Ik schrijf het materiaal zo dat de leerkrachten de les zelf kunnen geven.  Dat is dan af en toe misschien minder echt filosoferen dan wanneer een kinderfilosoof het zou doen maar als leraren er mee kennismaken, al zien ze maar een fractie van wat het op kan leveren, worden ze toch getriggerd. Ik ga ervan uit dat ze zich dan misschien meer gaan verdiepen en bij CKN terechtkomen of op mijn website. Dat ze zich realiseren dat het niet iets is wat je zomaar kan, dat er meer te leren is en dat ze dan zelf trainingen gaan volgen of experts inhuren.

Voor nu werkt het denk ik zo, maar als we bedenken waar we over vijf- of tien jaar zijn dan zou ik willen dat het leiden van filosofische gesprekken op de PABO een vak is dat op z’n minst een heel semester gegeven wordt. Dan kunnen de leerkrachten het in alle lessen terug laten komen in plaats van een keer per week of maand een uurtje. Bijvoorbeeld als een kind spontaan een filosofische vraag stelt. Op mijn site staat een blog van iemand die filosofische gesprekstechnieken toepast bij een rekenles bijvoorbeeld. Dan gaan kinderen op een heel andere manier het rekenen begrijpen. Dat hoeft natuurlijk niet altijd, maar als je dat vanuit je opleiding hebt meegekregen dan kun je dat wel op die manier toepassen en inzetten.

Je zegt in één van je artikelen dat tijdsgebrek vaak als reden wordt gegeven om niet te filosoferen.

In trainingen liet ik leerkrachten vaak een aantal voordelen en een aantal nadelen van filosoferen bedenken. Wanneer we die dan bespraken bleek dat de meeste nadelen ook als voordeel gezien kunnen worden en andersom, behalve de factor tijd die bleef als probleem achter. Dat is te begrijpen nu het onderwijs zo strak is ingericht. Dan kom je er ondanks goede wil niet aan toe en raak je ook niet geroutineerd om het te doen. Door de manier waarop alles geregistreerd en gemonitord moet worden, worden heel veel dingen geïsoleerd aangeboden Je moet bijvoorbeeld een bepaalde tijd aan mondelinge taalvaardigheid besteden. Dat gaat vaak met een aparte oefening en dat gaat ten koste van het gevoel van betekenis en de leukheid van onderwijs. Maar als je na een geschiedenisles gaat filosoferen dan kun je mondelinge taalvaardigheid en geschiedenis afvinken. . En het zou kunnen dat het méér tijd kost om niet op een (filosofische) vraag van een kind in te gaan dan even een gesprekje te voeren. Omdat het kind toch met die vraag bezig blijft en niet aan zijn rekenwerkje werkt.  Filosoferen neemt natuurlijk tijd, maar omdat je vakdoel- en leerdoeloverstijgend bezig bent en dingen combineert kan je juist aan alle leerdoelen toekomen. Dat gaat dan op een betekenisvolle en leukere manier omdat de kinderen hun taalvaardigheid kunnen inzetten om het over iets te hebben waar ze zelf een vraag over hadden. Lees hier slimme tips om met filosoferen tijd te besparen.

Je zegt ook dat FmKJ naast een abstract, ook een zweverig imago heeft. Wat bedoelen mensen als ze dat zeggen?

In teamtrainingen zijn altijd wel mensen die het niks vinden. Die vinden dan dat het te abstract is, dat het de verbinding met de realiteit kwijt is. Of ze hebben het vooroordeel dat het zweverig of spiritueel is. Ze weten gewoon niet wat het is en filosoferen wordt te pas en te onpas gebruikt voor situaties waarin je samen over iets nadenkt maar dat is natuurlijk niet altijd filosoferen. Als je een gesprek in de kroeg over je relatie filosofisch noemt dan krijg je een verkeerd idee. Veel mannen denken volgens mij ook dat filosoferen praten over je gevoelens is.

Wat doe je met dit vooroordeel?

Show, don’t tell! Uit de vele praktijkvoorbeelden die ik geef, blijkt wat filosoferen wèl is. Dat is vaak de beste manier. Ik leg het ook wel uit maar dat werkt minder goed dan het ervaren.  Ik geef ook veel praktische handvatten. Mensen zijn soms terughoudend als ze bang zijn dat ze het niet kunnen.  De doorvraagkaarten zijn vaak een opluchting, gewoon iets praktisch wat ze kunnen gebruiken als ze het een keer uit willen proberen.

Wat doe je als scholen interesse hebben in ‘iets met filosoferen’?

Als ik word uitgenodigd om te komen vertellen wat het filosoferen inhoudt, geldt weer: show, don’t tell. Ik maak het concreet, dat is ook vaak de behoefte van mensen. Ik kom dan met voorbeelden van filosofische gesprekken met kinderen. Daarmee toon ik welke onderwerpen je kunt bespreken, hoe dat dan gaat en wat er dan geleerd wordt. Dan kan het handig zijn om de taal van de schoolbestuurders te spreken, kerndoelen en 21e-eeuwse vaardigheden en zo.  Ik zet in op mijn ideale groepsgrootte, 10 of 12 kinderen. Scholen willen vaak dat je de hele klas hebt en met 30 kan het ook, maar dan kom je tot minder verdieping. Een te strakke orde is funest voor een filosofisch gesprek. Te strak de regie houden staat het denkproces in de weg. Ik ben zelf graag wat losser maar soms is vinger opsteken toch weer handig. Orde houden is wel van belang om het niet uit de hand te laten lopen natuurlijk. Het is altijd een moeilijke balans.

Wat maakt het filosoferen zo leuk en belangrijk ?

Ik filosofeer nu tien jaar met kinderen. Het mooiste zijn de momenten waaruit blijkt dat het wat met kinderen doet. Bijvoorbeeld als ze na de les naar me toekomen en zeggen dat ze het leuk vonden, of dat ze een week later komen vertellen dat ze nog wat bedacht hebben over het onderwerp.Maar bijvoorbeeld ook als ze direct reageren. Ik was op een school in Delfzijl met een ingewikkelde populatie met ook wel leerachterstanden. Daar was een kind dat niet zo heel goed mee kon komen en waarvan je in eerste instantie denkt: die gaat het vast helemaal niks vinden. Maar hij ging iedere keer toch helemaal meedenken en op een bepaald moment zei hij: “Ik krijg er helemaal hoofdpijn van. Maar op een fijne manier!” Daar word ik blij van. Vooral omdat je toch vaak ziet dat filosoferen voor plusklassen wordt georganiseerd of voor “slimme kinderen”. Maar ik zie in de praktijk niet terug dat ‘je de beste filosofen perse in de plusklas ziet. Uit het het onderzoek naar Filosofisch talent van Tehkla Rondhuis, blijkt er ook geen significant verband te zijn met intelligentie. Ik zie juist ook dat kinderen met een leerachterstand kunnen opbloeien van filosofielessen.

Hoe zie je de toekomst van Filosovaardig?

 

De laatste jaren ben ik me steeds meer gaan richten op de ontwikkeling van les- en spelmaterialen. Hierbij is tegenwoordig ook ruimte voor de ideeën van anderen. Zo heb ik in 2021 het spel van hvo-docent Francis Faken uitgebracht. Ik heb nog volop ideeën. Steeds als een plan verwerkelijkt is, begin ik aan een van de andere ideeën. Door zelf les te geven kom ik vanzelf op ideeën en zie ik wat werkt en wat je dus als gespreksleider nodig kan hebben. Zo is het ook begonnen. Ik had vragen nodig om met mijn kinderen te filosoferen, dus maakte ik de Praatprikkels (waarmee ik in 2012 de Berrie Heesenprijs won). Die zijn nu in het Engels, Duits en Japans vertaald. Ik hoop het met de materialen voor anderen makkelijker te maken om te gaan filosoferen met kinderen.

 

Lees hier de aanbeveling Rekenen voor je leven, een boek waarin de rekenles op basis van vragen van kinderen, interessant gemaakt wordt.