Hoe kom je als FMKJ-er aan werk?

Een interview met twee basisschooldirecteuren.

Hoe kom je als FMKJ-er aan werk? Over het nut van FMKJ voor leerling en school zullen de meeste lezers van deze nieuwsbrief het eens zijn. Bovendien kun je hier nog eens nalezen wat onderzoek naar de effecten van FMKJ zoal heeft uitgewezen. Maar ja, niet alle schooldirecteuren hebben dit soort informatie op hun netvlies op het moment dat er gesproken wordt over invulling van het curriculum met externe freelance specialisten. Als zelfstandige wordt dus van je gevraagd dat je er zelf op uit gaat en je product aan de man brengt.

Wij spraken met twee scholen die elk aan de andere kant van een breed spectrum liggen. Doen zij aan FMKJ, zo ja met welk doel? Hoe kom je als zelfstandig FMKJ-er binnen bij zo’n school? We spraken met Henk Makker, directeur van RKB  De Hoeksteen in Bussum. Deze school is een zogenaamde éénpitter, heeft ongeveer 500 leerlingen en de leerlingen zijn afkomstig uit gezinnen waarin ouders hoog opgeleid en blank zijn. Ook spraken we met Roos Oostdam. Zij is cultuurcoördinator bij basisschool St. Henricus in Amsterdam Sloterplas. De school maakt deel uit van de  stichting KBA Nieuw West, waarin nog zes andere scholen zitten. De populatie op haar school: de 120 leerlingen zijn allemaal afkomstig uit Turkse en Marokkaanse gezinnen.

Op De Hoeksteen wordt niet aan filosoferen met kinderen gedaan, althans, het is geen vast onderdeel van het curriculum dat door een externe specialist gegeven wordt. Er zijn wel leerkrachten op de school die hier belangstelling voor hebben en dit met enige regelmaat verweven in lesstof die zich hiervoor leent. Maar lang niet alle leerkrachten beschikken over de competenties om dit te kunnen.  De school huurt wel externe specialisten in voor muziek, en voor bewegings- en dramalessen. Die laatste twee worden gecombineerd in circuslessen. Daarbij gaat in de onderbouw de aandacht vooral uit naar bewegen en ontdekken; later verschuift het accent naar expressie en samenwerken.

Makker geeft aan dat de circuslessen dus gedeeltelijk wel voorzien in de behoefte om kinderen te leren zich uit te drukken. De behoefte aan filosoferen met kinderen zou wat hem betreft vooral voortkomen uit de wens om kinderen zo vroeg mogelijk te laten kennis maken met vragen over  het leven en over het leven op deze planeet. Dus: Wat betekent het om mens te zijn? En: Wat betekent het om mens te zijn op deze unieke planeet. Daarnaast zou hij ook behoefte hebben om de kinderen iets te bieden dat niet door middel van toetsen en dergelijke direct weer tot een meetbare prestatie hoeft te leiden.

Op Sint Henricus neemt FMKJ wel een vaste plaats in het curriculum in. Roos Oostdam vertelt dat zij en haar collega’s op zoek waren naar een oplossing voor het simpele feit dat ze registreerden dat bij de ouders de mannen altijd aan een kant van een ruimte waren en de vrouwen aan de andere kant. Ook in de klas kwam deze waterscheiding meestal automatisch tot stand. Ze zijn gaan zoeken naar een programma dat de kinderen én ouders zou leren reflecteren op dit soort dingen. Dat mondde uit in een schoolbreed programma, waarin FMKJ een centrale  plaats inneemt. In de groepen 1,2 en 3 ligt de nadruk op het leren vertellen van verhalen aan elkaar. Daarbij worden alle mogelijke vormen van expressie gestimuleerd en gebruikt. Je kunt denken aan bijvoorbeeld drama en dans. In de groepen 3,4 en 5  worden lessen filosoferen  gegeven. Vooral vragen omtrent identiteit worden aan de orde gesteld; vanuit een verhaal of gedicht gaan de kinderen aan de slag met vragen als “Wie ben ik?” “Ben ik altijd zo?” “Waarin en waarom verschil ik met anderen?” “Wat is vriendschap?”. De kinderen onderzoeken begrippen en komen er spelenderwijs achter dat anderen anders denken en dingen ook anders ervaren.

Het programma tot en met klas 5 wordt verzorgd door externe specialisten die via SEP (Stichting Educatieve Projecten Amsterdam) worden ingehuurd. In de bovenbouw verschuift het accent naar vragen over de maatschappij. Thema’s als gelijkheid en vrijheid worden besproken. Ook de vorm is net iets anders; waar bij het filosoferen vooral het onderzoeken centraal staat, ligt het accent in deze groepen bij het leren discussiëren en gesprekken voeren. Ook voor ouders zijn er verplichte bijeenkomsten, om te zorgen dat het gesprek ook thuis wordt voortgezet. De specialist die hiervoor bij Sint Henricus verantwoordelijk is, kwam daar terecht via de stichting Discussiëren kun je leren.

Elke klas krijgt per jaar zo’n vijf uur les van een externe specialist over deze onderwerpen. Dat kost de school ongeveer 2000 euro en dat wordt betaald uit een extra subsidie die de school ontvangt vanwege de wijk waarin hij staat. Roos Oostdam geeft aan dat zij niet snel met een enkele freelancer in zee zou gaan. De SEP heeft voor haar ook de functie van sparring partner, bovendien hoeft ze zich geen zorgen te maken over de kwaliteit van de mensen die voor de klas komen te staan.

Je aansluiten bij een organisatie die bijzondere projecten aan scholen aanbiedt is dus ook een optie om aan de slag te kunnen.

Bij De Hoeksteen hebben zich ooit wel eens mensen gemeld die FMKJ aanboden. Makker geeft aan dat op zijn school de financiering van dit soort extra’s meestal geen bottleneck is; het gaat meer om de afweging hoe en aan wie het geld het best besteed is. Hij zou er bijvoorbeeld niets voor voelen om FMKJ alleen in te zetten voor hoogbegaafden. Kinderen hebben heel goed door als er groepen zijn die altijd in een uitzonderingspositie terecht komen, alleen maar omdat ze slimmer zijn. Dat zou hij niet nog meer aan willen dikken. Als zich iemand zou melden bij zijn school, dan zou hij vooral letten op mogelijkheden die de betreffende specialist heeft om met kinderen om te gaan.  Hij zou bijvoorbeeld dan een filmpje willen zien waarin diegene daadwerkelijk bezig is met kinderen. Daarnaast: “Elke school heeft een eigen sfeer, die bepaald wordt door o.a. het leerkrachtenteam, de directie en de leerlingpopulatie. Daar past niet iedereen; dat moet wel een match zijn, ook als het om een onderwerp als filosoferen gaat.”

 

Conclusie

  • Aan behoorlijk andere uiteinden van het spectrum aan basisscholen is wel degelijk behoefte aan FmKJ.  Financiering kan soms uit extra subsidies komen, soms heeft de school er zelf best geld voor.
  • Je moet je wel presenteren op een overtuigende manier. Weten wat je sterke punten zijn en weten met  welke leeftijd  kinderen je het best uit de voeten kunt. En, misschien wel het belangrijkst: weten wat je favoriete onderwerpen zijn, want de accenten en doelen verschillen nogal per school. Goed dus om je hier tevoren in te verdiepen of er een inschatting van te maken.
  • Je kunt ook samen met de school inventariseren wat de behoefte precies zou kunnen zijn en daar een bijpassend programma bij maken. Een beetje creativiteit doet hier natuurlijk wonderen.
  • Tenslotte kun je onderzoeken of er organisaties zijn die educatieve projecten ontwikkelen en aanbieden aan scholen, waarbij jouw sterkste thema’s mooi aansluiten. Beste zoekterm om dan te gebruiken is “aanbieders cultuureducatie”, eventueel aangevuld met termen als “filosoferen met kinderen” en je regio of  woonplaats.

Genoeg mogelijkheden dus!