FilOpinie | Filosoferen is bewegen

De waterpolospeler’

een overdenking van Jan-Bram van Luit

Zolang als ik mij kan herinneren wandelt mijn leven, samen met mij en de ‘mijnen’, steevast over twee ‘hobbelpaden’. Die van het onderwijs en die van de sport. In diverse rollen en taken. Als (top)sporter, lichamelijk opvoeder, docent biologie, (bonds) trainer-coach, manager, counselor, mediator, projectleider, opleider van trainer-coaches, maar laat ik op deze plek vooral niet vergeten ook als kinder- en jongerenfilosoof en Socratisch gespreksleider.

Mijn sport is waterpolo. De ‘primaire’ wereld en de secundaire (oefen)wereld van de sport (Damon Young, 2014) zijn bij mij op een of andere manier altijd verstrengeld. Altijd vulden ze elkaar aan en maakten elkaar beter of duurzamer. Als ik de inscriptie boven de tempel van Apollo ter harte neem, ken ik mijzelve nog steeds het allerbeste als waterpolospeler. In het spel en soms wedstrijd van het leven.

Filosoferen en bewegen, gaat het dan om hoofdzaken en lijfzaken? Dood of levend, elke peinzer heeft zo zijn denkkronkels. Verondersteld de een dat ik mijn eigen brein ben, de ander geeft juist mijn lichaam alle credits en durft het zelfs als mijn zijn te definiëren. Schreef Maya Angelou: “nothing will works, unless you do!” en worden we van doendenken ecosofischer (Henk Oosterling, 2020). Denken okay, maar het leven is zeker ook een ge-doe (vrij naar René Gude, 2014). Vooral als daarbij ook nog verwacht wordt het ‘schone’, ‘ware’, ‘goede’ en het weggemoffelde ‘lekkere te doen.

Filosofie lijkt een dirty job, maar everybody should do it. Damon Young beschreef dat Socrates zijn leerling Alcibiades waarschuwde tegen de verwaarlozing van het lichaam. Volgens Socrates bevordert sportbeoefening namelijk ook de filosofie. Niet alleen het lichaam, maar ook deugden en genot. Ik ben wel een beetje van die tijd. Een filosoof was toen iemand die als filosoof leefde en niet noodzakelijk een theoreticus van de filosofie. Voor mij is het leven ook meer een kwestie van kunnen dan van kennen.

Hoewel je dat kunnen wel zal moeten (leren) kennen. Een IQ is vlot gescoord evenals een EQ of een motorische quotiënt (MQ). Maar wat kun je ermee, dat is tenslotte waar het om gaat. Een filosofisch quotiënt (FQ?) zou alleen in de toepassing van de filosofie iets kunnen betekenen.

Illustratie: Helen van Vliet

Mijn bondscoach onderrichtte mij als waterpolospeler en trainer-coach zowel in de praktijk alsook in de theorie. Theorie zonder praktijk was voor hem als een speler zonder lijf en praktijk zonder theorie als een speler zonder hoofd. Voor mij komt de ware filosoof ook altijd in actie en doet. Filosoferen beweegt de filosofie. Dat doe je met hoofd en lichaam. Met je hele zijn. Daarbij komt een waterpolospeler niet weg met ik-sport. Waterpolo is een strijdvaardig spel. Als waterpolospeler ben ik omdat mijn sportgenoten zijn. Ubuntu.

Het aha-erlebnis dat bewegen eigenlijk ook niets anders is dan filosoferen heb ik onlangs aan den lijve mogen ondervinden. Getriggerd door Pablo Lamberti en zijn boek “Strijdvaardig leven” ben ik op mijn oude dag begonnen met Aikido. Om met Cornelis Verhoeven te spreken stond ik na de eerste les “in verwondering stil, keek alleen maar en wist niet veel te zeggen, misschien niet meer dan een onnozel en weinig academisch ‘goh’ …”.

Op de tatami (mat) leken spieren leken te denken. Ik ervaarde een filosoferend lichaam. Een CoPi-training (vast format van een denkonderzoek ontwikkeld door Catherine Mc Call) in de vorm van een gezamenlijk krachtenonderzoek uitgevoerd door een verdedigingstechniek en de verdediger. Die kennis en kunde had ik als waterpolospeler wel eerder in willen zetten.

Het doen zit niet alleen in het lichaam. Het denken niet alleen in de hersenen. Ik begrijp mijn coach van destijds nog beter. Niet alleen cognitief, maar nu vanuit mijn lichaamsgevoel. Mijn brein denkt zelf niet, ik wel. Hoe we bewegen, bepaalt ook hoe je denkt. Filosoferen is bewegen en bewegen is filosoferen. Een gezonde geest zorgt voor een gezond lichaam en het gezonde lichaam voedt die geest.

Momenteel bestaat er onder de jeugd naast een basale bewegingsarmoede ook achterstallig werk aan een kritische en zelfstandige denkhouding. Deze verwaarlozing ter correctie uitbesteden aan het onderwijs acht ik twijfelachtig. In 1863 kreeg ‘mijn vak’, de lichamelijke opvoeding, een vaste plek in de wet op het onderwijs, maar anno 2023 is het helaas nog steeds een ‘vak achter de streep’. Ik gun de filosofie en het filosoferen toch echt een beter lot.

Beter zal het zijn om het ‘lichamelijk’ en ‘geestelijk’ filosoferen met kinderen en jongeren structureel te integreren in de opvoeding. Niet in de laatste plaats om juist ook die opvoeding te spiegelen. Belangrijke kost binnen alle opvoedmilieus. Thuis, op school, onder peers, op het internet, op de sportclub en voor de rest van je leven. Een warm pleidooi voor filosofie als manier van leven.

Ik zou willen eindigen met het fenomeen neuroplasticiteit. Dat is het vermogen van de hersenen om zich aan veranderende situaties aan te passen. Tweerichtingsverkeer tussen ons gedrag en onze hersenen. Je brein vormt je zijn, maar je zijn vormt ook je brein. Steeds weer nieuwe verbindingen leggen onder je hersenpan. Je bouwt alleen wel netwerken op van wat je ook daadwerkelijk doet. Neuroplasticiteit stelt ons in staat om ons te ontwikkelen. Niet alleen cognitief, maar ook motorisch. Een kwestie van trainen. Ook op latere leeftijd zijn we in dat opzichte ‘kneedbaar’. “Move the brain, move your life” is dan ook het motto van prof. dr. Margriet Sitskoorn. Lerend bewegen en bewegend leren.

Ik wens alle bewegende filosofen en filosoferende bewegers een bevlogen en bewogen 2023!