Een nieuw bestuurslid: Rob van der Poel

In deze post stelt Rob van der Poel, kersvers bestuurslid bij CKN, zichzelf met een introductietekst voor. Hij heeft zich vanaf 1 april aangesloten bij het bestuur en is al verbonden aan stichting NIVOZ, dat nadrukkelijk in het onderwijsveld en leraren en schoolleiders sterkt in hun pedagogische opdracht.

‘Het filosoferen van kinderen is wezenlijk voor relatie, inter-esse, leven van verbinding en van onderzoek naar wie je bent in de wereld. Het CKN opereert daarmee in het gebied van de pedagogiek, een handelingswetenschap waarin de toekomst en het belang van een open, democratische, duurzame samenleving centraal staat. Een samenleving waarin plek is voor iedereen. Bij stichting NIVOZ – waar ik ook aan verbonden ben – heeft dat al sinds 2011 mijn aandacht, dus juich ik het werk en het bestaan van CKN toe. De ambities om het filosoferen (en daarmee ook het goede gesprek) de scholen in te krijgen, versterk ik graag.’

‘Ik sloot eerder al een aantal keren aan in brainstormsessie van het CKN-bestuur. En toen Alexandra Bronsveld mij benaderde voor een ontstane vacature was er geen twijfel. Vanaf 1 april ben ik uit de startblokken geschoten, gedragen door het vertrouwen van de anderen, en is er al veel in beweging gebracht. Achter de schermen worden er voorwaarden gecreëerd om CKN en de gemeenschap van met name kinderfilosofen een stap verder te brengen. Iedereen kan daar nog voor de zomer wat van gaan merken. Sluimerende plannen en ambities krijgen vorm en worden vertaald naar acties, waardoor er perspectief ontstaat en plots veel mogelijk wordt. Online en zeker ook offline. CKN zal het platform zijn waar we allemaal bij (willen) horen. Waar inclusief denken en verbondenheid centraal zal staan.’

Bij stichting NIVOZ hebben we een soortgelijke weg gelopen en is er door de jaren heen een stevige, moderne en betekenisvolle vrijplaats ontstaan. Het hangt ook een beetje aan de persoon die ik zelf ben, dan wel wil zijn. Ik wil ruimte bieden aan mezelf, aan de ander en aan ontmoetingen. Of zoals Martin Buber het zei: ‘In den beginne is de relatie, alle werkelijk leven is ontmoeting.’ Met Raakvlak – voor verbindend ondernemen – breng ik mezelf vanuit die onderliggende oriëntatie in contact. Ik luister graag, dans, maak en probeer het leven lief te hebben. Vanuit verwondering en aanwezigheid hebben we elkaar allemaal iets te zeggen.’

Oh ja, ik woon in Utrecht, heb in Roos mijn wederhelft gevonden en trek de laatste twee jaar ook op met haar zoontje van zeven. Dat is een feest.

Bestuurslid Britta Bouma stelt zich voor

In deze bijdrage stelt Britta Bouma zich voor als bestuurslid van CKN. Ze is eind vorig kalenderjaar aangesloten. Britta opereert in het managementveld, Human Being Management. In deze filosofie staat de mens weer centraal in een organisatie, niet de taak.

Toen Alexandra mij benaderde of ik in het bestuur van CKN wilde komen, hoefde ik geen moment te aarzelen. Filosoferen met kinderen: daar kan nooit genoeg van zijn. Het kan groter op de kaart worden gezet en daar lever ik graag een bijdrage aan.

In mijn hele loopbaan ben ik altijd al gefascineerd geweest waarom mensen doen zoals ze doen. Ik heb van deze interesse mijn werk gemaakt met ‘Human Being Management’. Deze managementfilosofie stelt de mens weer centraal in een organisatie en niet de taak die iemand heeft. Mensen zijn meer dan alleen hun talenten. Ze nemen ook hun onbewuste belemmeringen mee, die maken dat hun gedrag niet altijd zo rond is als zij zouden willen.

Als mensen geraakt worden door schuldgevoel of angst, luisteren ze niet meer en vervalt een dialoog in discussie. Of gaan ze zelfs uit verbinding. Door al jong te leren om te filosoferen, blijven ze in staat om zich te verwonderen. Met andere woorden met kinderogen te blijven kijken. Bij verwondering ontmoet je eigen kader in een nieuw kader: dat van een ander. Vaak gebeurt er ook iets fysieks. Heel even is er een zwevende toestand.

Dan is er, naast de vraag ‘klopt het wel?’, ruimte om echt gezamenlijk te onderzoeken. Om elkaar aan te vullen en niet in discussie te gaan. Je krijgt allemaal de tijd om je woorden te vinden. De invalshoek van de ander wordt geaccepteerd en er ontstaan nieuwe antwoorden op vragen die nog niet bedacht waren.

Voor kinderen is het nog normaal om grote vragen te beantwoorden. Hapje voor hapje proeven ze wat ze ervan vinden. Wat ze vinden, voelen ze ook. Als volwassene moet ik daar mijn best voor doen. Precies in die ruimte waar verwondering huist, kom ik mezelf tegen. Mijn eigen onvervulde verlangens van vroeger bijvoorbeeld. En ook … mijn eigen weerstanden. Maar gek genoeg zitten daar ook antwoorden.

Ik ben bezorgd hoe onderwijs tegenwoordig is ingericht en vind dat we kinderen onvoldoende voorbereiden op hun toekomstige rol onze maatschappij. Respect hebben voor andere invalshoeken of meningen is het fundament van onze democratie.

Bovendien wordt kritisch denken en kritisch leren voor kinderen steeds belangrijker. Door het internet is veel informatie beschikbaar. Zie daar maar ‘fake news’ van realiteit en waarheid te onderscheiden als je niet kritisch kan denken. Filosoferen helpt samen met anderen helder en congruent te denken. Dat is heel belangrijk om je eigen afwegingen te maken en te leren wat verantwoordelijkheid nemen is.

Dus: helder denken is een vaardigheid die onmisbaar is in een snel veranderende wereld. Filosoferen traint het denken en mag van mij op alle basisscholen in Nederland geïntegreerd worden.

Meer informatie over Britta vind je hier.

 

Filosoferen voor thuis

Hier vind je een aantal artikelen met praktische tips om thuis te filosoferen. De links verwijzen naar websites en partners buiten het CKN. Veel leesplezier.

 

Theoloog en filosoof Tamar Kopmels: ‘FmKJ en levensbeschouwelijk onderwijs horen bij elkaar’

‘FmKJ en levensbeschouwelijk onderwijs zijn nu twee verschillende werelden. In mijn optiek zouden ze elkaar moeten versterken en aanvullen,’ zegt drs. Tamar Kopmels. Ze is theoloog én filosoof, geen wonder dus dat zij hoopt beide werelden dichter bij elkaar te brengen. Dat doet ze in haar boeken, maar ook in de Ronde Tafel bijeenkomst op 19 maart 2020. Dit is een voorbeschouwing.

Tamar zal deze CKN-avond verder ingaan op de verschillen en overeenkomsten zijn tussen FmKJ en levensbeschouwelijk onderwijs. Waar het in haar ogen “kort door de bocht” op neerkomt is dat FmKJ meer een vorm, een techniek is om te leren denken en redeneren. Dat kan over allerlei onderwerpen gaan. Het gaat erom kinderen bepaalde vaardigheden aan te leren waardoor zij zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandig denkende burgers.

Levensbeschouwelijk onderwijs daarentegen draait om bepaalde inhoudelijke, universele vragen over het persoonlijk leven. De vorm waarin je die vragen bespreekbaar kunt maken heeft veel overeenkomsten met FmKJ. Maar de inhoud is persoonlijker. De kinderen leren om eigen ervaringen onder woorden te brengen, die te onderzoeken en te achterhalen welke betekenis ze aan bepaalde gebeurtenissen en belevenissen toekennen. In die toekenning van betekenis zit de clou, want die is altijd persoonlijk. En dat is een andere uitkomst dan die van de meeste filosofische gesprekken.

Op veel openbare scholen geeft men de voorkeur aan FmKJ, omdat dit “neutraal” is en dat klinkt voor openbare scholen natuurlijk ideaal. Maar juist in een tijd waarin er veel negatieve aandacht is voor cultuur- en geloofsverschillen is het volgens Tamar Kopmels nodig om die verschillen niet alleen te bespreken maar ook gezamenlijk te leren duiden. Met die duiding zal vaak blijken dat de verschillen kleiner zijn dan gedacht, dat de betekenis die kinderen toekennen aan bepaalde gebeurtenissen en rituelen heel herkenbaar is voor kinderen die met een heel andere achtergrond. Levensbeschouwelijk onderwijs kan daarmee een belangrijke rol spelen in een samenleving die steeds meer door diversiteit wordt gekenmerkt en waarin actief burgerschap om (nieuwe) vaardigheden vraagt. Maar ook FmKJ heeft daarin een rol te vervullen en daarom zouden beiden elkaar kunnen en moeten versterken.

Op 19 maart 2020 zal Tamar niet alleen nog veel uitgebreider haar opvattingen hierover uit de doeken doen, ook zal ze die avond concrete handvatten geven over hoe je met levensbeschouwelijke vragen aan de slag kunt binnen je filosofielessen.
Een avond dus met een meer theoretische component waar het gaat om het op de kaart zetten van het FmKJ en levensbeschouwelijk onderwijs. En daarnaast een heel praktische component: hoe kan je je filosofielessen uitbreiden met levensvragen.

Filosoof en theoloog Tamar Kopmels is adviseur op het gebied van levensbeschouwelijke educatie en identiteitsbegeleiding. Zij richt zich op de vormgeving van de actief pluriforme opdracht van de openbare school. Haar aandachtsgebieden zijn onder meer: identiteit bij fusietrajecten, nieuwe vormen van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs en burgerschapsvorming.

Een frisse start

Update van het CKN bestuur

Een nieuw jaar, zelfs een nieuw decennium! Tijd voor een update vanuit het CKN bestuur.

Waar zijn wij zoal mee bezig? Het afgelopen jaar hebben we een nieuw meerjarenplan ontwikkeld met een nieuwe missie en visie. Het filosoferen met kinderen en jongeren (hierna FmKJ) is volgens ons bij uitstek een democratische praktijk waarin je leert omgaan met diversiteit. In de gesprekken die kinderen met elkaar voeren, scherpt het filosoferen hun denkkracht en maakt zij ruimte voor ontmoeting. Dit verruimt je blik, vandaar onze slogan: Samen Beter Denken!

Het is onze missie om autonoom denken, verbondenheid, gelijkwaardigheid en openheid in Nederland versterken door op alle basisscholen, de eerste jaren van het voortgezet onderwijs en het vmbo in Nederland te filosoferen. Lange termijn doel is FmKJ een vaste plaats in het basisonderwijs te laten krijgen. Hiervoor is een duidelijkere samenhang tussen alle aanbieders en instanties noodzakelijk.

 

Dit zijn grote dromen en het komend jaar gaan we stappen zetten om die droom langzaam werkelijkheid te laten worden. Dit doen we o.a. door het organiseren van de volgende activiteiten in 2020:

  • We brengen mensen uit het veld bij elkaar bij onze Rond de Tafel bijeenkomsten, masterclasses en versturen drie keer per jaar een nieuwsbrief gekoppeld aan een thema.
  • We gaan onze partners, de opleiders, nauwer betrekken door het organiseren van bijeenkomsten waarin zij hun stem en ideeën kunnen laten horen. Met hen willen we een divers, hecht en goed op elkaar afgestemd netwerk van opleidingen FmKJ creëren. We betrekken FmKJ-opleiders bij onze plannen en ontwikkelen samen met hen het format voor het beroepsregister.
  • We gaan de eerste stappen zetten op weg naar het beroepsregister met een ontwikkelscan voor iedereen die interesse heeft zich te laten registreren in het register (meer informatie hierover volgt in het voorjaar).
  • We willen in samenwerking met de vereniging filosofiedocenten voorgezet onderwijs (VFVO) een doorlopende leerlijn filosofie ontwikkelen van basisschool tot eindexamen voortgezet onderwijs en trekken samen met de VFVO op naar het ministerie van OC&W. Ook komend jaar blijven we nauw betrokken bij de ontwikkelingen rondom de herijking van het curriculum.

 

Wij hopen met deze initiatieven te bouwen aan een sterk merk, zodat voor de buitenwereld (scholen, maar ook het ministerie van onderwijs) duidelijk is wat FmKJ is en wat het oplevert. Wil je meebouwen neem dan vooral contact met ons op! nieuwsbrief@kinderfilosofie.nl

 

Oproep van SOPHIA-leden aan filosofische gemeenschap

Dit is een oproep van SOPHIA-leden – Grace and Michelle – aan de filosofische gemeenschap over de klimaatcrisis: een verzoek om hulp.

Dear Colleagues and friends,

We want to tell you about an initiative that is in the very early stages of development in the hope that you may decide to join us. Or, if you are already working in this area, then perhaps you’ll let everyone know what you are doing and allow us to join you!

I know we’re not alone in feeling horrified by the Climate Crisis. Michelle articulates our concerns well in her recent blog post: “The climate crisis now poses a risk to humanity that is not just grave but existential. It is no longer controversial that we are killing the things needed for our own survival. On the current trajectory of global carbon emissions, we risk, within this century, the displacement of hundreds of millions of people, the loss of most animal and plant species, and severe shortages of clean air, water and food – which, if realised, would likely lead to the collapse of civilisation.”

Some of us may have been inspired – or even shamed – by the thousands of people (including young children) who are using their limited resources to take action, even in the face of astonishing political inaction. You might have already reflected on what you can do personally from changing your behaviour to taking to the streets. I’m sure plenty of you are already acting on theses reflections and this message is not intended to suggest otherwise.

We are inviting you as a philosopher or philosophical educator to consider how you can use your professional skills and your public platform to help address the climate and ecological emergency that we all face.

We are proposing to find a way to work with activists, educators, students and the general public to support the development of the kinds of critical and compassionate conversations that will help people understand the complex ethical issues at play within this crisis and connect their considered views with achievable action. We intend to tap into our existing networks and the international networks that have already done so much in order to devise an offer that can support these communities on their terms. We also want to invite the wider public to join the conversation including those who doubt the evidence and don’t support the protests.

This is not a politically neutral proposal but we are willing to suspend the political neutrality that is often expected of professionals because, as Michelle puts it, “the stakes are too high to stay silent”. However, while we are not impartial when to comes to the view that we must to act to avoid climate catastrophe, we also recognise that beneath this headline there is a nexus of complex philosophical issues to do with “our moral responsibilities to the environment, non-human species, future generations, and the global poor; global governance and international cooperation; the role of individuals and institutions; scientific and moral uncertainty; the ethics of expertise and communication; and more.” (As summarised in an article by the Daily Nous). It is perfectly possible to support these kinds of conversations with the kind of “epistemological” neutrality that is appropriate in cases where issues are contestable and the “pedagogical” neutrality necessary to get participants thinking for themselves (to use Jason Buckley’s distinction).
I note here that at previous board meetings, serious concerns have been raised about not politicising SOPHIA. In respect of that, I want to stress that I put this proposal to you as an individual and not as a board member. This suggestion has not been endorsed by SOPHIA and your involvement or lack-thereof is purely something for you to consider as a professional independently or your membership of our SOPHIA network.

If you are interested in working together then you might consider the following next steps useful:
• Michelle’s blog post can be read in full here: https://thephilosophyclub.com.au/2019/07/29/wake-up/
• This Daily Nous article highlights some of the philosophical issues raised by the Climate Crisis: http://dailynous.com/2015/12/08/philosophers-on-climate-change/
• You can find out more about the International work of Extinction Rebellion here: https://rebellion.earth/
• …and about the School Strikes here: https://www.schoolstrike4climate.com/ and here: https://globalclimatestrike.net/
• You can find the words of Greta Thunberg here: https://www.youtube.com/watch?v=VFkQSGyeCWg

We have attached notes from our first meeting to give you a better sense of what we propose to do at this point. Your thoughts and suggestions on this are very welcome and we encourage you to join us in seeking support your own initiatives too. We already know that that Sue Lyle, Eugenio Echeverría, Pat Hamman, Jason Buckley (and post probably others) have experience and/or ideas to share.
If having done this, you feel you could help in any way, please reply to this email indicating that you would like me to add you to our Google Group which you can access here once you are a member. The conversation will continue there to ensure that only those who explicitly sign up will receive any further correspondence.
https://groups.google.com/forum/#!forum/community-philosophy-and-the-climate-crisis

Please forward this message to colleagues who you think might be interesting in joining us.

Together I hope we can help one another to wake up.

All the best,
Grace and Michelle

 

 

Critical Thinking Bootcamp met Oscar Brenifier.

Denken over denken. Da’s hard werken.

Elke Wiss over de methode van Oscar Brenifier.

Dertien paar ogen kijken me verwachtingsvol aan: wat gaan we doen? Wat kunnen we verwachten? Ben ik hier op de goede plek? Wat vindt de rest eigenlijk van mij? En zou die Oscar nou écht zo pittig zijn als op de website stond?

Drie dagen lang, veertien deelnemers, samen in een prachtige trainingslocatie op de Veluwe. Onze enige bezigheid deze dagen: denken. Denken in zijn puurste vorm. We zullen dit weekend oefenen met analyseren, interpreteren, problematiseren, conceptualiseren, goede vragen stellen, en andere filosofische vaardigheden.
Onze docent: Oscar Brenifier. Oscar Brenifier is een internationaal bekend filosoof en geeft workshops, seminars en cursussen in kritisch denken en de kunst van het vragen stellen. Samen met zijn vrouw Isabelle Millon richtte hij het Institute for Philosophical Practice op.

Denken over denken
Vaak gaat filosoferen over de vraag ‘hoe te leven’. We krijgen daarvoor antwoorden aangereikt vanuit religie, cultuur, ouders, of andere bronnen. Filosoferen gaat volgens Oscar Brenifier eerder om de vraag ‘hoe te denken’. Niet de ideeën of kennis is belangrijk, maar jouw verhouding tót die ideeën en kennis. En de verhouding tot jezelf. Je moet jezelf kennen om helder te kunnen denken. Alleen dán kun je de dingen helder zien, jezelf filosofische vragen stellen, en ook op zoek gaan naar een antwoord op die vragen. Filosofie praktiseren is, volgens Oscar, ‘denken over denken’ en dat is hard werken. Een workshop met Oscar staat garant voor hard werken, veel lachen, en een pittig potje zelfreflectie.

Oscar? Berg je maar!
Ik weet nog dat ik, toen ik een paar jaar geleden voor het eerst naar een workshop van Oscar ging, werd gewaarschuwd: ‘O, je gaat naar Oscar? Dat wordt wat. Berg je maar’. Inmiddels, jaren verder, begrijp ik heel goed waarom Oscar, en wat hij doet, omstreden is. Het druist in tegen alle sociale conventies die we hebben.
In een workshop van Oscar kan het zomaar zijn dat hij je wijst op het feit dat je vaag bent in wat je zegt. Of dat je de dingen onnodig ingewikkeld maakt. Of dat je jezelf keihard tegenspreekt. Of hij prikt door je stiekeme eigen agenda heen. Of hij heeft door dat jíj eigenlijk wel de controle zou willen hebben over de workshop. Dat is geen magie, hij is niet helderziend.
Hij benoemt wat je doet, wat je zegt, en geeft daar een (meestal juiste) analytische interpretatie aan.
Grappig genoeg is voor de rest van de groep vaak heel duidelijk wat je zit te doen en wat Oscar bedoelt, maar voor degene die het betreft is dat een ander verhaal: die was zich er immers nog niet van bewust.
Regelmatig is er eerst overdondering op een gezicht te lezen, en daarna herkenning. Want we wéten het vaak wel, wat Oscar zegt. Hij zegt het alleen nogal…nou ja, direct. Maar echt, je vrienden en familie hebben je eerder op je gedoetjes en irritante eigenschappen gewezen. Waarschijnlijk in andere, onduidelijker, lievere bewoordingen. Oscar maakt het je zó duidelijk dat je er niet omheen kan.

Hoe je een vraag aangaat, zegt iets over wie je bent
Een voorbeeld is het aangaan van de vraag. Oscar stelt veel ja/nee vragen, die mensen vaak niet willen aannemen. De manier waarop je je wel of niet overgeeft aan een vraag, zegt iets over hoe je denkt, hoe je in elkaar zit. Ga je makkelijk mee? Laat je je bevragen? Ben je geneigd de vragensteller te vertrouwen of eerder te wantrouwen? Ga je het gevecht aan? Of ontwijk je de vraag (en daarmee de confrontatie met jezelf)?

Oscar: ‘Ruud, wat denk jij? Klopt het wat hier staat, ja of nee?’
Ruud kijkt met grote ogen terug, trekt zijn wenkbrauwen op.
Ruud: ‘eh….’
Oscar: ‘Je kijkt verbaasd’.
Ruud: ‘Verbaasd? Nee hoor, ik…’
Oscar: ‘Als ik aan de groep vraag of je nu verbaasd kijkt, zeggen ze dan ja of nee?’
Ruud: ‘Dat weet ik niet. Volgens mij keek ik niet verbaasd.’
Oscar: ‘Wil je het weten?’
Ruud: ‘Ja.’
Oscar stelt de groep de vraag: ‘Keek Ruud zojuist verbaasd?’
Iedereen steekt zijn hand op. De groep betrekken bij wat er gebeurt, doet Oscar vaak. Het zorgt voor een grotere mate van objectiviteit, van ‘common sense’: eerst was het alleen Oscar die een uitspraak deed, maar er zaten nog meer mensen in de groep. Die waren er allemaal bij, hebben allemaal de uitdrukking op Ruud’s gezicht kunnen zien en interpreteren. Het geeft je een glasheldere spiegel: als dertien mensen zeggen dat je verbaasd keek, is de kans heel groot dat je verbaasd keek.
Ruud (lacht): ‘oke, ik keek verbaasd’.
Oscar: ‘hoe komt het dat jijzelf niet doorhebt dat je zo verbaasd kijkt als een hertje in de koplampen, en de rest van de mensen wel?’
Ruud hapert, haalt adem, stottert en trekt weer z’n wenkbrauwen op. Hij begint zelf te lachen. ‘Nu doe ik het weer!’ zegt hij. Ergens wordt hij zich al bewuster van zichzelf, zijn gedrag, en daarmee zijn eigen denken.
Oscar: ‘waarom kijk je steeds zo verbaasd, denk je?’
Ruud: ‘omdat ik het niet kan volgen?’
Oscar: ‘waarom kun je het niet volgen denk je?’
Ruud blijft stil.
Oscar vraagt aan de groep: ‘wie heeft er een hypothese waarom Ruud het niet kan volgen?’
Een aantal mensen steken hun hand op.
Oscar: ‘Ruud, je mag drie mensen kiezen die hun hypothese met je delen. Dan kun jij bij jezelf checken of een van hen gelijk heeft.’
Hypotheses formuleren is óók een belangrijke vaardigheid in het denken. Door hypotheses helder en duidelijk te formuleren, begrijp je menselijk gedrag beter, en tegelijkertijd rek je je denken op; de eerste reden die zich aan je opdringt, hoeft het helemaal niet per se te zijn.

Ruud laat drie mensen een hypothese delen.
Oscar: ‘En? Zit er eentje bij die verklaart waarom je het niet kan volgen?’
Ruud: ‘ja, die van Jozefien. Ze zei dat ik het niet kan volgen omdat ik veel te druk ben in mijn hoofd met het te willen begrijpen, ik wil het perfect doen en doorhebben allemaal’.
Oscar: ‘precies! Je bent zó druk met je best doen, met willen begrijpen, met de goede student uithangen, dat je het, heel gek, juist NIET begrijpt!’
Ruud begint te lachen.
Oscar: ‘Grappig he?’
Ruud: ‘Ja, eigenlijk wel. Ik kan gewoon wat minder hard werken. Dat is beter voor het ‘willen begrijpen’.
Oscar: ‘zie je deze dynamiek in je dagelijks leven?’
Deze vraag stelt Oscar vaak: het zorgt ervoor dat je nóg beter begrijpt welke dynamiek zich in jou voltrekt. Je herkent die dynamiek eigenlijk altijd wel, alleen nu word je je er pas écht bewust van.
Ruud: ‘ja, ik wil altijd heel goed mijn best doen, alles snappen. Dan werk ik zo hard dat ik juist het overzicht kwijt raak’.

Denkruimte
De belangrijkste bedoeling van het werk is om je kritisch en helder te laten denken en je door denkoefeningen te confronteren met hóe je denkt. Het gaat daarbij niet per se om het resultaat, de antwoorden van het denkwerk, maar om het denkwerk zelf en je patronen en obstakels daarbij. En dat zorgt voor denkruimte. Wanneer je harde schijf niet bezig is met een imago op te houden, het allemaal perfect te doen, zich zorgen te maken over allerlei kleinigheden, heb je veel ruimte om écht te denken.
Ineens zie je de dingen helder. Zie je waarom dat ene argument niet klopt. Snap je welk centrale concept er in een uitspraak of tekst zit. Of kun je benoemen waarom die vraag van Anja geen heldere vraag is. Lees je de krant scherper, prik je door drogredenen heen en kun je de woorden van een ander glashelder samenvatten. “Nou, dat bedoel ik precies!” hoor je regelmatig als je een samenvatting geeft nadat je een workshop bij Oscar hebt gevolgd.

Problemen opsporen
Een groot deel van het denkwerk is problemen opsporen. Problemen in argumenten, in vragen, in uitspraken. Een uitspraak, vraag of argument, kan bijvoorbeeld vaag zijn. Of onaf: er ontbreekt een stuk. Of er zit een contradictie in. Of je argument heeft geen relatie met de vraag of het onderwerp. Of het is vals bewijs, tautologisch of gebaseerd op een externe autoriteit.
Het supergoed kunnen benoemen van een probleem, levert je veel inzichten op in hoe goed we zijn in elkaar voor de gek houden met uitspraken die mooi klinken, maar bij nader onderzoek nergens op gebaseerd zijn. Het leert je ook beter hoe je iets kunt zeggen dat wél hout snijdt.

Een leuke oefening is het opsporen van problemen in argumenten en uitspraken.
Kun jij in de volgende stellingen benoemen wat het probleem is?

  1. Obama is een goede spreker, want hij heeft een fijn stemgebruik, goede mimiek en gebaren.
  2. Er zijn meer mogelijkheden dan ik kan bedenken.
  3. Als ik moet kiezen tussen mijn gevoel en mijn verstand, kies ik voor mijn gevoel, want dat maakt goede beslissingen.

Denken en jezelf kennen maakt het leven makkelijker
Door het doen van dit soort oefeningen train je je denkspieren. Je onthecht ook je ook van je eigen mening en kijkt kritisch naar ‘wat klopt er hier niet’. Of je het met bovenstaande stellingen eens bent, is niet interessant. Sterker nog; als je het ermee eens bent, zie je hoogstwaarschijnlijk de problemen niet. Workshops met Oscar staan bol van de denkoefeningen. Iedere oefening traint een of meerdere filosofische competenties: analyse, reflectie, tekstanalyse, argumentatie, conceptualisatie, vragen stellen. Door het doen van die oefeningen merk je dat je leniger denkt, anderen sneller en beter begrijpt, je jezelf helderder uitdrukt en betere vragen stelt. Gesprekken verdiepen zich sneller, je komt beter en sneller tot de kern. Ook wanneer je jezelf bevraagt: je eigen vraagstukken en dilemma’s worden glashelder als je deze competenties op je eigen denken kunt toepassen.

Als ik mijn eigen denken vergelijk met jaren geleden, tijdens mijn eerste Oscar-workshop, is dat veel rustiger. Ik ken mezelf zoveel beter dan toen. Ik maak me minder zorgen, pieker nauwelijks nog (en ik was kampioen piekeren) en ben veel meer oké met wie ik ben. Waar ik vroeger nogal een neiging tot perfectionisme had, ben ik nu veel relaxter in ‘mens-zijn’. Mens zijn is rommelig, niet perfect, zoekend, stuntelend.
Ik ben meer mezelf, beter in staat tot keuzes maken die bij mij passen. Ik durf te zeggen dat dat voor een groot deel komt door ‘Oscariaans denkwerk’.

Denken = puzzelen
De activiteit van denken, het zoeken, het puzzelen, moet je leuk vinden. De workshops gaan traag: soms ben je een half uur bezig met uit te vlooien wat één woordje in een zin betekent, en of dat het goede woord is of niet. Niet iedereen heeft daar het geduld voor; ook dit weekend verzuchtte iemand: ‘kunnen we nou niet gewoon eens dóór! Vooruit met de geit!’
Maar zo is het spelletje niet; net als dat je bij schaken geduld hebt, en stap voor stap je volgende zet uitdenkt, heb je dat ook hier nodig. Vergelijk het met een maaltijd: je kunt bij het voorgerecht direct dóór willen naar het toetje, óf genieten van iedere hap die je in je mond krijgt. Oscar kiest overduidelijk voor het laatste.

Principes in helder denkwerk
Een paar principes in dit denkwerk, waarvan ik denk dat ieder mens er beter van wordt als je ze durft te hanteren:

1. Noem een kat een kat, en geen cavia met een snor.
We zijn als mens zó goed in dingen ingewikkelder en mooier maken dan ze in werkelijkheid zijn. We vinden het prima om over een ander (die er niet bij is, stel je voor) te zeggen dat Pietje arrogant is, betweterig, een drammer, een aansteller of egoïstisch. En vaak hebben we nog gelijk ook. Pietje is dat allemaal heus niet 24 uur per dag, 7 dagen per week, maar bij momenten is Pietje heus weleens egoïstisch te noemen. Of arrogant. Maar zeggen we dat tegen Pietje zoals we dat achter Pietje z’n rug om zeggen? Nee, dat vinden we ‘niet kunnen’. Hetzelfde geldt voor dat soort stickers op onszelf plakken: ik kan van Marietje makkelijk zeggen dat ze gierig is omdat ze nooit een rondje geeft, maar als het mezelf betreft, dan noem ik het niet ‘gierig’.
Dan maak ik er een mooi verhaaltje van. ‘Nee joh, ik ben niet gierig, ik ben gewoon zuinig met mijn centen’. Terwijl de rest van het gezelschap heus wel weet, dat ik op dat moment hartstikke gierig ben.

Oscar leert je, met zijn ‘call a cat, a cat’, dat de dingen zich veel helderder aan je voordoen als je ze benoemt zoals ze zijn. Een tafel is een tafel, iemand die nooit een rondje geeft is gierig. Een stoel is een stoel, iemand die in een gesprek enkel over zichzelf praat en geen vraag stelt, is egocentrisch. Een boom is een boom, iemand die continue de leiding wil overnemen is een controlfreak. Wíj leggen steeds een lading in een oordeel, waar dat niet hoeft. Ik heb nog nooit iemand boos horen worden over het oordeel ‘mooi’, ‘slim’ of ‘lief’. Terwijl dat net zo neutraal kan zijn als ‘arrogant’ ‘lui’ of ‘achterbaks’. Het is een woordje, een manier om iets te duiden. Gebruik het ook zo en maak het niet emotioneler dan het is. Een kat is een kat, geen cavia met een snor.

2. Thinking is making the visible, visible. 
We hebben ergens bedacht dat oordelen als ‘mooi’, ‘slim’, ‘enthousiast’, goed zijn. Die willen we graag horen, en we hebben geen enkele moeite dat aan te nemen of uit te spreken. Oordelen als ‘zwaar op de hand’, ‘slachtofferrol’, ‘drammerig’ hebben we bestempeld als fout. Dat willen we niet. We werken keihard om maar onder die zogenaamd negatieve oordelen uit te komen.
Terwijl ze voor anderen o zo zichtbaar zijn. De groep, of een ander, ziet beter dan jijzelf wat je doet en kan dat vaak ook helderder benoemen. De ander ziet en observeert jou van buitenaf, jij voelt jezelf enkel van binnenuit. Je hebt niet altijd door hoe je kijkt, wat je lichaam zegt, welke grimas je trekt. De ander wel, die ziet het immers veel scherper dan jijzelf.
Een grote taak van de praktisch filosoof in dit geval, is dat wat voor de buitenwereld al lang zichtbaar is, ook duidelijk te maken aan degene die het betreft.
Niet om vervolgens te zeggen dat diegene niet zo mag zijn, of hem of haar af te keuren. Maar wél om diegene ergens bewust van te maken, zodat-ie daarna vrijheid van keuze heeft.
Wanneer iemand onbewust in zijn neus peutert, kun je hem daar best eens op wijzen. Zodat-ie de volgende keer dat-ie in zijn neus peutert, het op z’n minst bewust doet.

3. Helder denken is een constante beoefening, geen stappenplan.
Het kritisch denkwerk zoals we dat bij Oscar doen, is geen methodiek die je in twaalf stappen ‘geleerd hebt’. Geen methodische cursus waarvan je aan het eind zegt ‘en nú kan ik het’. Het is eerder, net als yoga, meditatie of mindfulness, een beoefening. Iets wat je bij moet houden, moet trainen, moet ‘beoefenen’ om er beter in te worden. En de vergelijking gaat nog verder: door te beoefenen ontdek je steeds nieuwe lagen, nieuwe manieren van denken. Het leren en ontwikkelen stopt daardoor niet.
De vergelijking met een sportschool gaat ook hier op: je moet blijven trainen om spieren te kweken, én om ze te behouden. Doe je er niets aan, dan zie je ze geleidelijk verdwijnen (en buikvetjes komen er op wonderlijke wijze voor in de plaats).
Ik merk het bij mezelf als ik net terugkom van een training of workshop; de dagen erna ben ik superscherp en zie ik alles helder. Doe ik er daarna niks aan, dan ebt het ook langzaam weer weg, komt het dagelijks leven ertussen en wordt mijn bovenkamer weer troebel.

(De namen van deelnemers genoemd in de tekst hierboven zijn fictief.)

Over de auteur:
Elke Wiss is theatermaker en praktisch filosoof. Als theatermaker maakt en schrijft ze voorstellingen en teksten. Vanuit haar bedrijf De Denksmederij biedt ze filosofische gesprekken, denktrainingen in kritisch denken en de kunst van het vragen stellen. Ze begeleidt groepen en individuen in het helder denken en het voeren van een waardevolle dialoog. Haar boek ‘Socrates op sneakers’, over de kunst van het vragen stellen, ligt in het voorjaar van 2020 in de winkel. Meer weten? Ga dan naar  www.elkewiss.nl en www.denksmederij.nl

“Ik ben inmiddels een soort verslaafd aan de praktische filosofie: samen nadenken, vragen stellen, zoeken naar wijsheid en waarheid. Zeker niet alleen maar op de manier van Oscar, dat is voor mij slechts een van de vele manieren waarop je je denken kan ontwikkelen. Ook het voeren van socratische gesprekken, filosoferen met kinderen of denkconsulten zijn vormen die ik heel gaaf vind om te blijven denken, én dat plezier met anderen te delen.”

“Vanuit mijn bedrijf De Denksmederij geef ik workshops, consulten en individuele denktrainingen, waarin ik onder andere de technieken van Oscar inzet. Niet precies in zijn stijl, wel met een eigen visie en sausje. Maar onmiskenbaar strak, helder en kritisch denken. Bij een van mijn workshops heb ik maar een disclaimer gezet: deze workshop is niet gezellig, leuk of makkelijk. Het is niet voor mensen die zich alles persoonlijk aantrekken, mensen die niet tegen een stootje kunnen of mensen die overgevoelig zijn.
Maar ben je bereid om in een eerlijke spiegel te kijken, je denken sterk te ontwikkelen en heb je een ‘spaar me niet’-attitude; dan vind je het waarschijnlijk – net als ik en de meeste deelnemers van afgelopen weekend – helemaal te gek. Paulien, een van de deelnemers, zei: ‘kritisch denken is een bevrijdingsmechanisme’. Ik kan het niet beter zeggen.”

Meer lezen over Oscar Brenefier:
– website van Oscar Brenifier
– een artikel van Hilde van Aken, over haar ervaring met een seminar van Oscar
– gratis boeken, geschreven door Oscar

 

 

 

 

Weer op de hoogte

We zijn het schooljaar met frisse energie gestart: ons meerjarenplan is zo goed als af, de koers is bepaald en onder het motto Samen beter denken maken we een professionaliseringsslag. In een tijd waarin veel aan het veranderen is en verschillende krachten onze democratie uitdagen stelt het CKN zichzelf hoge doelen. We gaan ons de komende jaren hard maken voor meer filosoferen met kinderen in het onderwijs.

Daarvoor is het nodig om de krachten te bundelen. Een eerste stap hebben we gezet op 19 sept jl.. Opleiders filosoferen met kinderen en jongeren (FmKJ) gaven feedback op een concept beroepsstandaard. De bijeenkomst leverde veel waardevolle feedback op. In de loop van 2020 zullen we de standaard operationeel maken en wordt het mogelijk om je als kinderfilosoof te laten registreren. Hiermee willen we de kwaliteit borgen en kan het veld zich als serieuze gesprekspartner voor de overheid en het onderwijs profileren. We hopen dat jullie allemaal meedoen, zodat we met elkaar een oersterk veld kunnen neerzetten. Samen kunnen we alles op alles zetten en de minister te overtuigen van de waarde van filosoferen met kinderen en jongeren!

In het verlengde van deze ontwikkeling zijn de Rond de Tafel bijeenkomsten dit jaar veel gerichter ingevuld en met een heel actief en toepasbaar programma.

  • We gaan op 21 november 2019 aan de slag met Paulien Hilbrink over orde houden. Als kinderfilosofen komen we met mooie ideeën de klas binnen, maar dan? Hoe houd je iedereen bij de les en actief betrokken?
  • Op 16 januari 2020 komt de filosofiejuf, Fabien van de Ham, ons van alles vertellen over ondernemen als kinderfilosoof. Zij heeft in enkele jaren een stevig netwerk opgebouwd en maakt slim gebruik van social media. We horen van haar verschillende tips en trics.
  • Op 19 maart 2020 gaat Tamar Kopmels in op de relatie filosoferen, levensbeschouwing en levensvragen, hoe die te onderscheiden zijn maar ook hoe die elkaar kunnen versterken.
  • Op 18 juni 2020 sluiten we het jaar af met Rob Bartels over burgerschap want de herijking van het curriculum biedt veel kansen voor filosofieonderwijs in burgerschapseducatie.

Kortom, het worden avonden die hoofd en handen combineren. Naast de interessante bijdragen van de experts, zal er ook ruimte zijn om dat wat aan bod komt te vertalen naar je eigen praktijk. Zie voor meer informatie en mogelijkheid tot aanmelding www.kinderfilosofie.nl/agenda

Tot slot verwelkomt het CKN twee nieuwe bestuursleden. Britta Bouma zal vanuit haar HR-achtergrond en ondernemerschap waken over de missie en visie van het centrum. Paulien Hilbrink was al werkzaam voor het centrum en breidt haar taken uit als secretaris in het bestuur. Zij wil zich vooral richten op versterking van het netwerk en professionalisering van kinderfilosofen. Daarnaast breidt onze schil van enthousiaste vrijwilligers zich steeds verder uit. Zij hebben verschillende projecten of taken onder hun hoede genomen. Zo is Sylwia Falinska de coördinator van de Berrie Heesenprijs. Linda van Denderen denkt mee met verschillende CKN-onderdelen, zoals met de beroepsstandaard en met de nieuwsbrief. Christianne Verheugd komt onze nieuwsbrief redactie versterken en Rob Bartels ondersteund bij verschillende bedrijfsmatige zaken. Tot slot willen we Michaël van Putten bedanken voor de leuke en verdiepende interviews die hij voor de nieuwsbrief verzorgde.

We zijn heel blij met de nieuwe bestuursleden en vrijwilligers en hebben veel zin om samen het filosoferen met kinderen en jongeren op de kaart te zetten.

Alexandra Bronsveld en Nanda van Bodegraven

 

 

Verslag Rond de tafel #5

Verslag Rond de tafel #5

Ed Weijers – wanneer is een gesprek nou echt filosofisch?

Weijers komt vaak websites en filmpjes tegen van mensen die met kinderen te filosoferen, maar hij moet constateren dat de gesprekken niet zo filosofisch zijn. Hij las het proefschrift Democratie leren door filosoferen, waarin Rob Bartels onderzoek naar scholen die FMK vast in het curriculum hadden. Een analyse van interventies die leraren doen, maakt duidelijk dat er slechts weinig socratische onderzoekstechnieken ingezet worden. Weijers stelt dat wanneer je een gesprek labelt als een FMK gesprek je moet weten wat je tot stand wil brengen en wat je wilt laten gebeuren. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor FMK professionals en leerkrachten, omdat we met elkaar het niveau moeten bewaken. 

In het boek Critical thinking for children van Paul Richard, worden onderzoekstechnieken besproken die kritisch dan wel socratisch denken bevorderen. De belangrijkste zijn: socratisch vragen stellen (wat zeg je nu eigenlijk?), conceptuele analyse, de vraag bevragen, het reconstrueren van de context van waaruit men denkt en redeneren door middel van dialoog en dialectiek. Richard zegt dat in het filosofisch onderzoek naar hoe er gedacht wordt, men zich niet steeds afvraagt welke techniek er gebruikt wordt maar dat alle technieken voortdurend aan bod komen. We lopen daarom deze lijst na terwijl Weijers stelt ons bij elke techniek vraagt of deze al dan niet bijdraagt tot het filosofisch gehalte van het onderzoek.

We constateren dat de onderzoekstechnieken op zich niet bepalen of het gesprek waarin ze gebruikt worden filosofisch wordt. In een wetenschappelijk onderzoek houdt men zich immers met dezelfde technieken bezig. Kritisch denken is niet altijd ook filosofisch denken. Maar hiermee is niet gezegd wat filosofisch denken is. De vraag werd zelfs gesteld of er nog wel iets te halen valt voor het filosofisch denken. Is dat dan wel echt iets anders dan kritisch denken?

We kwamen uiteindelijk tot de voorlopige conclusie: “Voor filosofisch denken heb je kritisch denken nodig, maar voor filosofisch denken heb je meer nodig.” Namelijk dat het gesprek inhoudelijk de gebieden van de filosofie (ethiek, esthetiek, epistemologie, metafysica) betreft. Maar ook dat er gedacht wordt over het denken zelf. Bovendien bepaalt de context of het een filosofisch gesprek is of niet. En het principe dat er geen antwoorden hoeven te komen. Er werd aan toegevoegd dat het voor de succesvolle uitwerking van de filosofische vraag bepalend is of er  een bepaalde mate van urgentie is. Zonder die urgentie ontbreekt de betrokkenheid om een filosofisch onderzoek aan te gaan. Ten slotte mag de filosofische houding niet ontbreken aan de receptuur voor een filosofisch gesprek.

Onze gedachten zijn weer eens flink opgeschud en verfrist. We hebben door andere perspectieven gekeken en om bochten gedacht waar we niet eerder dachten. Maar het antwoord op de vraag wàt specifiek is voor een filosofische vraag of gedachte, hebben we niet gekregen. Je zou kunnen zeggen dat we zijn tekortgeschoten in ons kritisch onderzoek. Je zou ook kunnen zeggen dat de vraag wat een gesprek nu filosofisch maakt, een filosofische vraag is. Wat denk jij? Laat het ons weten. Stuur een mail naar nieuwsbrief@kinderfilosofie.nl. Samen denken we beter!

 

FMK, burgerschapsvorming en Curriculim.nu

FMK, Burgerschapsvorming en Curriculum.nu

Woensdag 5 juni hebben we als CKN onze visie gegeven op het laatste tussenproduct van Curriculum.nu over burgerschapsvorming. Wij zijn enthousiast over de grote opdrachten en bouwstenen die geformuleerd zijn door het ontwikkelteam burgerschap omdat deze mooi aansluiten bij de doelstellingen van het filosoferen met kinderen. De herijking van het curriculum biedt een mooi uitgangspunt voor scholen om het filosoferen met kinderen in hun onderwijs te integreren. In de feedback die we geven benadrukken we steeds het belang van de dialoog en kritisch denken voor burgerschapsvorming.

De kern van burgerschapsvorming, zoals het ontwikkelteam met elkaar vaststelt, wordt gevormd door de concepten democratie en diversiteit. Daarvan afgeleid zijn de basiswaarden vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Naast de algemene vaardigheden die door het hele curriculum lopen (kritisch denken, probleem oplossend vermogen etc.) onderscheidt het ontwikkelteam ook specifieke denk -en werkwijze voor burgerschap. Deze vaardigheden hebben kinderen nodig om “met elkaar gestalte te geven aan een democratische cultuur, in een diverse samenleving, waarin de ander als gelijkwaardige wordt herkend en erkend.” Het filosoferen met kinderen en jongeren lijkt ons een krachtig middel om deze vaardigheden te oefenen in de onderwijspraktijk. En voorbeeld:

Een burgerschapsvormende denk- en werkwijze is bijvoorbeeld DW 5: Waarheidszin

Doel: Leerlingen leren over het belang en het proces van waarheidsvinding; leren hoe kennis uiteindelijk berust op overtuigingen, en hoe zij deze overtuigingen kunnen rechtvaardigen.
 Leerlingen leren zich met hulp uit te spreken over de wereld die zij waarnemen. Zij kunnen eenvoudige verbanden leggen tussen verschillende gebeurtenissen en ontwikkelingen.
 Leerlingen leren over de invloed van hun ontwikkeling en hun omgeving op hoe zij de wereld zien en kunnen daarvan voorbeelden geven. Zij kunnen begrijpelijke argumenten geven voor hun
overtuigingen en verbanden te leggen tussen hun eigen overtuigingen en die van anderen.
 Leerlingen leren hun eigen wereldbeeld te begrijpen als het resultaat van ontwikkeling, opvoeding en contexten; zij leren een aantal manieren om kennis te rechtvaardigen en zo nodig hun
overtuigingen bij te stellen.
 Leerlingen leren om hun eigen wereldbeeld te beargumenteren en – waar relevant – te relativeren; zij leren hun aanspraken op kennis te rechtvaardigen en te beoordelen, en stellen op grond
daarvan zo nodig hun overtuigingen en hun wereldbeeld bij. 

(Van: https://curriculum.nu/wp-content/uploads/2019/05/Conceptvoorstellen-Burgerschap.pdf)

Een serie filosofische gesprekken over bijvoorbeeld “Identiteit en de wereld om je heen” is een mooie manier om het gegeven doel te bereiken. Het oefenen van de genoemde vaardigheden is impliciet aan het voeren van een filosofisch gesprek. In plaats van het invullen van vragen in een werkboek, zijn kinderen zelf aan het woord en zien en horen ze van elkaar hoe iedereen met een eigen blik naar de wereld kijkt. Naast dat kinderen leren hun mening te onderbouwen, kritisch nadenken en vragen stellen, zijn ze betrokken bij de les omdat het over henzèlf gaat. Ze hoeven niet ‘het goede antwoord’ te geven, maar leren hun eigen antwoorden beter te formuleren. Dat geeft leerlingen zelfvertrouwen en veerkracht om zich bijvoorbeeld in een discussie te mengen. Een dergelijke aanpak verhoogt de kwaliteit van de les, omdat de leerinhouden en leerdoelen beter beklijven als kinderen betrokken zijn en echt iets over zichzelf leren. Het CKN maakt zich dan ook hard om filosofische gesprekken te integreren in burgerschapsvorming.

Wil je zelf vanuit het FMKJ-veld je stem laten horen dan kun je nog tot 11 augustus je feedback indienen. Kijk voor meer informatie op curriculum.nu.

Hier lees je meer over het proces van het curriculumontwerp voor burgerschapsvorming.