Home » Artikelen » Interview met Joost Ouweneel: winnaar Filosofie Olympiade

Interview met Joost Ouweneel: winnaar Filosofie Olympiade

In gesprek met Joost Ouweneel (18): over zijn liefde voor filosofie en hoe dat zo gekomen is.


Het blijft een schandaal voor de filosofie, en voor de menselijke rede in het algemeen, dat we het bestaan van dingen buiten onszelf (…) louter op basis van vertrouwen moeten accepteren, en geen bevredigend bewijs hebben als we een tegenstander willen weerspreken die eraan wenst te twijfelen.

Over dit citaat van Immanuel Kant schreef Joost het winnende essay van de Filosofie Olympiade 2022. In dit stuk in NRC Handelsblad beschrijft Joost wat hij van Immanuel Kant leerde over het belang van het zelf blijven nadenken en het in gesprek blijven met elkaar. In mei deed Joost mee aan de Internationale Filosofie Olympiade in Lissabon en kreeg er een eervolle vermelding.

Mooi dat leerlingen een serieuze gelegenheid hebben om hun gedachten op te schrijven. Hoe pak jij dat aan?

“Je moet stoeien met het citaat: hoe moet ik dit interpreteren en hoe verbind ik mijn eigen gedachten hieraan? Het citaat waarover ik schreef in Lissabon, was van Heraclitus. Ik heb even geworsteld met het woord logos. Logos kan van alles betekenen: woord, gedachte, gesprek, rede, kennis, taal, principe. Toen ik eruit was, heb mijn gedachten geordend en ben gaan schrijven.”

Hoewel logos iets gezamenlijks is, leven de meeste mensen alsof ze eigen gedachten hebben. Heraclitus

 

Hoe is het om op te groeien in een tijd waarin mensen hun eigen waarheid lijken te claimen?

“Ik ben van huis uit gewend gesprekken te voeren over alles. Er is altijd de mogelijkheid om vragen te stellen. Het is een veilige omgeving, waar ik me op mijn manier kan ontwikkelen. Ik ben opgevoed met het geloof. Het werd gewaardeerd dat ik op een gegeven moment vragen begon te stellen. Mijn ouders gaven mij de ruimte om erover na te denken.”

“Als je kijkt naar de socials lijkt het heel belangrijk dat je zelf de beste persoon moet zijn die je kunt zijn. Daarbij vergeet je alleen de ander. Ik zie een apocalyptisch schilderij voor me waarbij iedereen verdwaasd de andere kant op kijkt. Het is denk ik veel waardevoller te kijken naar hoe een ander het ziet, om samen het gesprek aan te gaan, samen te filosoferen. De filosofie geef ons de gereedschappen die we hiervoor kunnen gebruiken.”

Hoe helpt Heraclitus jou onze samenleving te begrijpen?

“Het is een paradox: hoewel hij 2000 jaar geleden leefde, kan ik door het filosoferen zo dichtbij komen te staan, dat ik hem op een betekenisvolle manier kan verstaan. Je begrijpt nu iets van hoe ze toen leefden. Logos brengt mensen samen. Überhaupt je verstand gebruiken kan mensen samenbrengen. Juist door het gesprek aan te gaan, te streven naar consensus en door je in het perspectief van de ander te verplaatsen, leef je beter samen in gezamenlijkheid. De praktische kant van de filosofie leidt tot verbinding”.

Wat vind je van de uitspraak die je soms wel eens hoort in een gesprek: “Ik ben het hier niet mee eens. Maar jij mag denken wat je denkt. Dat is jouw waarheid.”

“Ik hoor het mensen van mijn leeftijd in gesprekken wel eens zeggen: “Dat is voor mij een waarheid.” Het is lastig om daar iets mee te doen. Iedereen heeft een unieke ervaring van de wereld. Ik kan alleen niet zeggen of daar dan ook een eigen waarheid uit voortkomt. En wat classificeren we als waarheid? Iets wat door ervaring of redenering tot stand is gekomen en wat overeenkomt met de werkelijkheid? We hebben er alleen weinig aan dat iedereen zijn eigen waarheid heeft.”

“Het zou veel nuttiger zijn om te erkennen dat we allemaal dezelfde wereld ervaren, dat we allemaal op deze planeet leven en samen tot een oplossing voor de problematiek moeten komen. We kunnen er niks mee dat iedereen daar zijn eigen mening over heeft. We moeten op zoek naar onze gezamenlijke waarden.”

“Bovendien, als je je aan persoonlijke waarden blijft vasthouden, dan isoleer je jezelf. Je blijft dan dat individu met een eigen mening. We leven veel beter samen als we buiten onszelf treden en kijken naar hoe de ander het ziet en in de wereld staat. Dan doorbreek je het proces van individualisering en isolatie.”

“Ter relativering: we moeten onszelf niet verliezen in het proces. Het is belangrijk voor jezelf te zorgen en je te verbeteren. Dat is waardig om na te streven. We kunnen het idee van logos gebruiken als een tussenregister tussen individu en gemeenschap.”

Van wie heb je beter leren denken?

“Mijn opa is gelovig. Op mijn 14e stelde ik vragen aan mijn ouders over god. Zij stonden er open in. Op een bepaald moment waren hun antwoorden niet langer toereikend. Zij verwezen me door naar mijn opa. Hij was enigszins afwijzend: “Hoezo stel je vragen als je er weinig van weet?” Hij gaf me boeken van Kierkegaard. Ik kon beter eerst iets lezen en daarna vragen stellen. Dat heeft mijn hele proces van zelf onderzoeken en filosofen lezen in gang gezet. Later ben ik andere filosofen gaan lezen. Nu heb ik goede gespreken met mijn opa over filosofie en het geloof. Van hem heb ik geleerd nederig te zijn en een stapje terug te doen als filosoof. Weet waar je precies vragen over stelt. Ik heb ook veel geleerd van zijn scherpe argumentatie en zijn standvastigheid. Tegelijk was hij op momenten best ruimdenkend.”

“Op het Emmauscollege in Rotterdam, kreeg ik filosofie vanaf de 2e klas. We gingen buzzen, zoals mijn docent dat noemde: in groepjes oefenen in zeggen wat je denkt en de discussie aangaan over stellingen. Vanaf de 4e zijn we gaan leren over filosofen en wat ze beargumenteren. Het leukst vond ik dat we papers moesten schrijven over een zelf gekozen stelling. Ik leerde gedachten verzamelen, ordenen en onderzoek doen. Welke filosofen kan ik hierop betrekken, hoe kan ik het beste bronnen gebruiken en hoe benut ik andere onderzoeken? Vervolgens moest ik het op een goede manier op papier zetten. In de 4e schreef ik wat ik dacht, in de 5e kon ik onderzoek toepassen op actuele situaties.

Wat is filosoferen volgens jou?

“Filosoferen is wat filosofen doen: de dialoog aangaan met wat filosofen daar eerder over geschreven hebben. Maar waarom zou wat kinderen doen geen filosoferen zijn? Het is minder diepgaand en sluit niet aan op wat filosofen eerder gedacht hebben, maar ze zijn wel samen aan het denken.”

“Ik ga wiskunde en filosofie studeren in Leiden. Mijn opa vind dat je eerst een vak moet studeren en dan filosofie. Eerst doe je kennis van de wereld op, dan kun je erover filosoferen. Filosofie moet aansluiten bij nieuwsgierigheid over de wereld.”

Lees hier het essay waarmee Joost deelnam aan de International Filosofie Olympiade, over het citaat van Heraclites.

Geschreven door:

CKN

Stichting Centrum Kinderfilosofie Nederland
Meer artikelen uit dit dossier:
Share This