Verslag Rond de tafel #5

Verslag Rond de tafel #5

Ed Weijers – wanneer is een gesprek nou echt filosofisch?

Weijers komt vaak websites en filmpjes tegen van mensen die met kinderen te filosoferen, maar hij moet constateren dat de gesprekken niet zo filosofisch zijn. Hij las het proefschrift Democratie leren door filosoferen, waarin Rob Bartels onderzoek naar scholen die FMK vast in het curriculum hadden. Een analyse van interventies die leraren doen, maakt duidelijk dat er slechts weinig socratische onderzoekstechnieken ingezet worden. Weijers stelt dat wanneer je een gesprek labelt als een FMK gesprek je moet weten wat je tot stand wil brengen en wat je wilt laten gebeuren. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor FMK professionals en leerkrachten, omdat we met elkaar het niveau moeten bewaken. 

In het boek Critical thinking for children van Paul Richard, worden onderzoekstechnieken besproken die kritisch dan wel socratisch denken bevorderen. De belangrijkste zijn: socratisch vragen stellen (wat zeg je nu eigenlijk?), conceptuele analyse, de vraag bevragen, het reconstrueren van de context van waaruit men denkt en redeneren door middel van dialoog en dialectiek. Richard zegt dat in het filosofisch onderzoek naar hoe er gedacht wordt, men zich niet steeds afvraagt welke techniek er gebruikt wordt maar dat alle technieken voortdurend aan bod komen. We lopen daarom deze lijst na terwijl Weijers stelt ons bij elke techniek vraagt of deze al dan niet bijdraagt tot het filosofisch gehalte van het onderzoek.

We constateren dat de onderzoekstechnieken op zich niet bepalen of het gesprek waarin ze gebruikt worden filosofisch wordt. In een wetenschappelijk onderzoek houdt men zich immers met dezelfde technieken bezig. Kritisch denken is niet altijd ook filosofisch denken. Maar hiermee is niet gezegd wat filosofisch denken is. De vraag werd zelfs gesteld of er nog wel iets te halen valt voor het filosofisch denken. Is dat dan wel echt iets anders dan kritisch denken?

We kwamen uiteindelijk tot de voorlopige conclusie: “Voor filosofisch denken heb je kritisch denken nodig, maar voor filosofisch denken heb je meer nodig.” Namelijk dat het gesprek inhoudelijk de gebieden van de filosofie (ethiek, esthetiek, epistemologie, metafysica) betreft. Maar ook dat er gedacht wordt over het denken zelf. Bovendien bepaalt de context of het een filosofisch gesprek is of niet. En het principe dat er geen antwoorden hoeven te komen. Er werd aan toegevoegd dat het voor de succesvolle uitwerking van de filosofische vraag bepalend is of er  een bepaalde mate van urgentie is. Zonder die urgentie ontbreekt de betrokkenheid om een filosofisch onderzoek aan te gaan. Ten slotte mag de filosofische houding niet ontbreken aan de receptuur voor een filosofisch gesprek.

Onze gedachten zijn weer eens flink opgeschud en verfrist. We hebben door andere perspectieven gekeken en om bochten gedacht waar we niet eerder dachten. Maar het antwoord op de vraag wàt specifiek is voor een filosofische vraag of gedachte, hebben we niet gekregen. Je zou kunnen zeggen dat we zijn tekortgeschoten in ons kritisch onderzoek. Je zou ook kunnen zeggen dat de vraag wat een gesprek nu filosofisch maakt, een filosofische vraag is. Wat denk jij? Laat het ons weten. Stuur een mail naar nieuwsbrief@kinderfilosofie.nl. Samen denken we beter!