Rond de Tafel II Burgerschapsvorming en FMK

Verslag Rond de Tafel #2, 18 oktober 2018
BURGERSCHAP EN FMKJ

Geïnteresseerden en betrokkenen van PABO tot PO waren vertegenwoordigd om hun kritisch licht te laten schijnen op de tussenproducten van de 3e ontwikkelsessie over burgerschap van Curriculum.nu. Lees meer. Er zijn door Curriculum.nu tien consultatievragen opgesteld naar aanleiding van deze tussenproducten. Hieronder een verslag. De deelnemers moeten hier nog hun naam onder zetten. Met hun goedkeuring sturen we het als terugkoppeling naar Curriculum.nu.

 

“Over de waarde van vrijheid en gelijkheid als grondslag voor ons samenleven is geen discussie. Over wat solidariteit is, en hoe die vorm te geven, bestaan daarentegen verschillende opvattingen in de politiek en samenleving.”

1. Voor de grote opdrachten is een tekst en een model (diagram) ingevoegd. Met deze tekst en met dit model lichten we de keuze voor de onderliggende thema’s democratie, diversiteit en maatschappelijke ontwikkelingen toe. Deze drie thema’s vormen het kader voor de tien grote opdrachten. Biedt deze tekst een voldoende onderbouwing voor de keuze voor de thema’s en de grote opdrachten?

Ad 1: De keuze voor de onderliggende thema’s democratie, diversiteit en maatschappelijke ontwikkelingen vonden we een goede. De vraag rees hoe de begrippen zich tot elkaar verhouden. Er zit een spanning, die door een gelijkmatige verantwoording weggenomen kan worden. Immers, nu worden vrijheid en gelijkheid niet ter discussie gesteld. Door alle begrippen in te kaderen, ontstaat er een verhelderend theoretisch kader dat nu lijkt te ontbreken. Naast vrijheid, gelijkheid en solidariteit, geldt dit ook voor de begrippen burgerschap, technologie en innovatie. De laatste twee lijken in het stuk door elkaar te worden gebruikt. Het bezwaar hierbij is, is dat het bij technologie duidelijker is dan bij innovatie, welke invloed het heeft op de grote maatschappelijke vraagstukken. Innovatie is meer een containerbegrip.

 

“De waarden van vrijheid, gelijkheid en solidariteit vormen de basis van Burgerschap.”

2. In welke mate kunt u zich vinden in het benoemen van vrijheid, gelijkheid/gelijkwaardigheid en solidariteit als basiswaarden voor burgerschapsonderwijs?

Ad Vraag 2 Hoe komt Curriculum.nu tot deze begrippen? Het zijn begrippen die Gert Biesta noemt, maar de begripshiërarchie is verwarrend. Omdat de theoretische verantwoording niet terug te vinden is in het tussenproduct, lijkt het of de begrippen als vanzelfsprekend over genomen zijn van Biesta.
Een belangrijke vraag van de Rond de Tafel is: waarom is filosofie niet genoemd? Alle elementen zijn aanwezig, de essenties komen overeen: reflecteren, morele opvoeding, gezamenlijk zelfonderzoek en waardencommunicatie. De deelnemers stellen dat de dialoog een instrument is van burgerschapsvorming. Er moet een vrij ruimte gecreëerd worden om van elkaar te kunnen leren. Leerkrachten moeten een socratische houding kunnen aannemen. Maar is dat wel wat kritisch denken en communiceren zoals het er staat inhoudt?
Het probleem hier is het ‘hoe’ van de socratische houding. Curriculum.nu mag namelijk wel de doelen voor het onderwijs formuleren, maar niet over de manier waarop les gegeven moet worden (artikel 23 van de Grondwet). Een socratisch of filosofisch gesprek zegt iets over het hoe. Filosofie is geen doel op zich. Hierover kunnen wij dus ook niets zeggen. Echter, het kritisch denken moet sowieso gefaciliteerd worden. Filosoferen is dan een middel waar scholen voor zouden kunnen kiezen.
We vinden tenslotte dat de termen reflecteren en dialoog consequent gebruikt moeten worden, zodat leerkrachten weten wat er van ze verwacht wordt.

 

“Democratie en diversiteit zijn de inhoudelijke kern van waar het bij burgerschapsonderwijs om draait.”

3. In welke mate kunt u zich vinden in het benoemen van democratie en diversiteit als de inhoudelijke kern van waar het bij burgerschapsonderwijs om draait?

Ad Vraag 3
“Democratie moet je doen” houdt in dat je ook stil moet kunnen staan met wat dat met jou doet.
Reflecteren en ‘in de context kunnen plaatsen’ staan niet bij de brede vaardigheden van de Grote Opdracht 3. Bij de Grote Opdracht 4 staat “waarden” niet genoemd onder relevantie. Waarden zijn bepalend voor je identiteit. Over waarden kun je met anderen filosoferen ten behoeve van je identiteitsontwikkeling. Nu staat het nogal passief geformuleerd, alsof je van buitenaf naar je identiteit kijkt. Identiteitsontwikkeling is actief je identiteit te onderzoeken en bewust zijn van wat het ontwikkelen met je doet. Het gaat over zelfonderzoek, zelfreflectie en gezamenlijk zelfonderzoek.

“Uitgaande van hun leerlingpopulatie geven scholen vorm aan de school als oefenplaats voor het omgaan met diversiteit en betrekken daar mogelijk de omgeving bij.”

4. In welke mate laten de Grote Opdrachten als kern voldoende ruimte aan wat u in de vrije ruimte, op basis van schoolidentiteit- of visie, aan burgerschap doet of wilt doen op school?

Ad Vraag 4: Het lijkt ons niet te ingewikkeld voor scholen om hieraan invulling te geven. De tekst biedt een kader met voldoende openheid.

 

“Na de vorige ronde is al vastgesteld dat meerdere vak- en leergebieden al dan niet expliciet al naar Burgerschap verwijzen. Omgekeerd bieden de grote opdrachten van Burgerschap veel aanknopingspunten voor andere vak- en leergebieden. Aan de thema’s die Burgerschap aansnijdt kunnen zij niet alleen thematisch, maar ook heel concreet, in de vorm van inhouden en vaardigheden, hun deel bijdragen.”

5. In welke mate bieden de grote opdrachten voldoende aanknopingspunten om een geïntegreerd onderdeel te kunnen zijn/worden van álle vakken en leergebieden/de school als geheel?

Ad Vraag 5: Waarom zou je nìet aan burgerschap doen bij wiskunde? Bijvoorbeeld door leerlingen te laten ervaren en begrijpen waarom ze eigenlijk wiskunde leren en wat het maatschappelijk belang ervan is en geweest is. Wiskunde is immers een cijfermatige representatie van de werkelijkheid.
De vraag kan ook zijn waarom er verplicht aan burgerschap gedaan moet worden in de wiskundeles. Waarom móet het een onderdeel zijn van alle vakken? Het uitgangspunt dat alle docenten mededrager zijn van de opvoeding is anders dan dat alle docenten burgerschap aan bod moeten laten komen. Wil je dat de school een oefenplaats is of dat burgerschap als programma de school in komt? Is het een vak of is het van iedereen?

“Doet u aan burgerschap? “Nee, burgerschap doet Els.”

 

Vraag 6-10 Er is ons gevraagd één van de Grote Opdrachten uit te werken voor onderbouw PO, VO en bovenbouw PO en VO.

Het resultaat:
Bij Grote Opdracht 7 Innovatie vraagt om reflectie:
Leerlingen kiezen een technologische ontwikkeling met ethische implicaties. Ze werken vervolgens scenario’s uit en denken na over de morele wenselijkheid van die scenario’s. Tenslotte gaan leerlingen evalueren en waarderen, waarbij ook wetenschappers en denkers betrokken worden. Dit is bedacht voor de bovenbouw van het VO. Vanuit de onderbouw PO kun je hier komen door logisch en gedisciplineerd te leren denken, argumenteren en te oefenen in het beoordelen op basis van waarden.

Bij Grote Opdracht 3 Actief meedoen:
Leerlingen PO kijken naar het Jeugdjournaal en werken een thema uit dat hen heeft geraakt. Hierbij wordt respectvol omgegaan met verschillende meningen. Brede vaardigheden komen aan bod en scholen zijn vrij om hier vorm aan te geven.

Als uitsmijter een opmerking bij de doelen van burgerschapsvorming:

“Kinderen weten en zijn in staat om samen met anderen invloed uit te oefenen op de kwesties die spelen in de directe leefomgeving van het kind, de school, het dorp, de stad. Van samen denken naar sociale actie.”