SLO Map Groep 7 & 8

De stemmen van Pjoki

Eerst volgt het verhaal, dan de handleiding

Het Verhaal

Un
Hallo ik ben Un. Ik ben omdat ik ben. Ik ben niet alleen. Tom en Was zijn er ook. Ze zijn een beetje vreemd. Heel apart.

Was
Zeg, ik weet heus wel wie ik ben. Dat hoef jij niet te vertellen.
Wat weet je er eigenlijk van? Je was er niet bij. Je was er niet bij toen ik geboren werd. Je was er niet bij toen ik klein was. Je was er niet bij toen ik in het water viel.

Tom
Vreselijk, vreselijk. Altijd maar praten over hoe je was. Ik wil hele-maal niet weten wie ik was. Ik wil ...Weten is vervelend, fantaseren is geweldig.

Un
Dat bedoel ik nou, ze zijn heel apart. Mijn vriendin Was en mijn vriend Tom. Was wil altijd praten over wat er gebeurd is. Verhaaltjes vertellen, dat is alles wat Was doet.

Was
Ik vertel geen verhaaltjes. Het was zo.

Un
Tom vertelt nooit hoe het was. Tom vertelt niet over zijn geboorte. Ik weet niet eens of Tom wel geboren is. Tom is altijd aan het fantaseren. Tom praat niet over de Amerikanen die op de maan geweest zijn. Dat doet Was. Tom praat over naar de zon gaan of naar de sterren reizen.

Tom
Welnee, niet naar de sterren reizen. Daar denk ik helemaal niet aan. Ik wil niet ergens naar toe reizen. Dat is uit de tijd. Ik wil uit mezelf reizen.

Was
Hoe kun je nu uit jezelf reizen? Je bent wat je gedaan hebt. Ik ben wat ik heb meegemaakt. Ik ben altijd kleiner dan ik denk.

Tom
Allemaal klets. Niks is, alles komt nog.

Un
Nee Tom, zo is het niet. Alles is, Tom is er, Was is er, ik ben er.
Dat moet je niet vergeten. Stilstaan is het mooiste wat er is.

Zo gaat het nog tijden verder. Un, Was en Tom houden niet op. Die drie zitten altijd bij elkaar in het hoofd van Pjoki. Pjoki is een meisje dat in Nederland woont.
Ze woont haar hele leven in het midden van Nederland samen met die drie stemmen in haar hoofd. De stemmen van Was, Un en Tom.
Stemmen die alsmaar doorgaan.

Tekst: Berrie Heesen

Handleiding

Inleiding

We zijn allemaal met onszelf in gesprek. In het verhaaltje De stemmen van Pjoki heeft een meisje, Pjoki, drie stemmen in haar hoofd. Hebben we allemaal stemmen in ons hoofd? Het is maar wat je stemmen noemt. In dit geval zijn het de stemmen van het verleden, het heden en de toekomst.
Zijn we altijd bezig ons verleden, ons heden en onze toekomstbeelden met elkaar in overeenstemming te brengen? Dat is de ene kant, de andere kant is het verschijnsel stemmen in je hoofd hebben. Eigen associaties bij deze thema's zijn van grote invloed op het verloop van de les.

Zie de analyse van een gesprek in deel C.
Het verhaal heeft al tot heel wat geanimeerde gesprekken geleid. Stemmen houden kinderen bezig, ze kunnen er heel levendige beschrijvingen van geven. Dat geldt ook voor het verleden en de toekomst.

Kwestie 1

Verleden, heden, toekomst
In het verhaal zijn drie stemmen actief in het hoofd van Pjoki: het verleden, het heden en de toekomst. Dit element in het verhaal is geschikt voor herontdekkend leren: waar staan de stemmen van Was, Un en Tom voor? Laat iedereen het antwoord opschrijven. Kinderen hoeven het niet te hebben over de abstracte begrippen verleden, heden en toekomst om toch een omschrijving te kunnen geven van waar de drie stemmen zich over uitspreken. Bijvoorbeeld Tom heeft het over 'wat er komt' en Was over 'wat geweest is'. Het is natuurlijk altijd mogelijk dat een heel andere interpretatie van de stemmen gegeven wordt.
Wat de oorzaak vormt van ons tijdsbesef is een speculatieve kwestie. Er is wel gesuggereerd dat het besef van tijd is opgekomen op het moment, dat de mens zich bewust werd van zijn reacties op genoegens en pijn en van de elkaar opvolgende spiergewaarwordingen in verband met deze reacties. Het lijkt in ieder geval aannemelijk dat het bewustzijn op de een of andere manier verbonden is met ons tijdsbesef.
Velen stellen dat alleen mensen een besef van tijd hebben, omdat ze zich een toekomst kunnen voorstellen. Er zijn onderzoekingen bij dieren geweest omtrent de vraag, of ze zich een toekomst voorstellen en/of ze een besef van tijd hebben. De uitkomst van deze onderzoekingen is veelal negatief.
Wij veronderstellen een bewustzijn bij elkaar omdat we zeggen dat we een bewustzijn hebben. Een dier beweert zoiets niet, maar mag daaruit geconcludeerd worden dat dieren geen bewustzijn bezitten? Uit proefnemingen met bijvoorbeeld chimpansees lijkt de conclusie naar voren te komen dat sociaal contact en communicatie met soortgenoten voorwaarden zijn voor het ontstaan van een zelfbewustzijn.

Kwestie 2

Stemmen in het hoofd
Er zijn vele verschillende stemmen in ons hoofd. Iedereen heeft wel ervaring met stemmen in het hoofd. Maar elk heeft andere stemmen. Stemmen die je elke keer uitschelden hoe stom je hebt gedaan. Stemmen die twisten of iets wel of niet moet gebeuren. Veel stemmen zijn dwangmatig, je kunt je er niet aan onttrekken.
De tijdgeori‘nteerde stemmen van Pjoki zijn een andere vorm die voorkomt. Dat de stemmen namen hebben in het verhaal geeft deze stemmen extra accent. Dat is meestal niet het geval. We ervaren stemmen meer als een reden om iets wel of niet te doen. De een hoort een bepaald timbre bij een stem, de ander niet. Weer een ander ziet telkens een bepaald beeld, een ander ziet niets.
Kinderen kunnen vaak zeer levendig tal van verschillende stemmen beschrijven waar ze dagelijks mee te maken hebben. De productie van onze bovenkamers is bepaald rijk. We hebben met innerlijke conversatie te maken, maar ook met cirkelende gedachten.
De stemmen die de een heeft, hoeft een ander niet te hebben. Wie kent niet de discussies in het hoofd? Het is maar een kleine stap om van stemmen in het hoofd te spreken. Er kan een inventarisatie worden gemaakt van de soorten stemmen die in een groep beschreven worden (een mentale map van de klas!). Wie herkent welke soort stemmen?

Start

Kenmerkende zinnen voor Was, Un en Tom
De tekst van dit korte verhaal is venijniger dan op het eerste oog lijkt. Het is goed om de tekst twee keer te lezen. Een goede leesopdracht is: zoek de meest kenmerkende zinnen voor elk van de drie stemmen Was, Un en Tom. Deze opdracht kan zowel alleen als in groepjes uitgevoerd worden. Het werkblad kan hier niet als alternatieve start gebruikt worden, daar het thema dan al is aangereikt en de kwestie bekend is.
Schrijf de zinnen op die voorgesteld worden voor elk van de stemmen.
Bespreek met elkaar waarom een zin het meest karakteristiek is.
Start een discussie van uit het perspectief het aantal gekozen zinnen terug te brengen, maar wees niet dwingend. Consensus wordt alleen bereikt als iedereen overtuigd is dat er ŽŽn zin het meest karakteristiek is.
Het is lang niet zeker dat die consensus ook daadwerkelijk bereikt kan worden. Meestal is het makkelijker overeenstemming over Un te bereiken dan over Tom.
Het terugbrengen van acht zinnen tot vier of vijf is een belangrijke vooruitgang als gevolg van het gesprek. Het terugbrengen van het aantal karakteristieke zinnen drukt een groeiende overeenstemming uit en is een graadmeter voor de vooruitgang in het gesprek. Benadruk de minieme vooruitgang die in een gesprek gemaakt wordt (bijvoorbeeld de gezamenlijke eliminatie van twee zinnen uit de oorspronkelijke selectie).
Tijdens het filosoferen komen resultaten traag tot stand. Dit suggereert dat er nooit een conclusie is. Wijs op resultaten die wel breikt worden, want voor het behoud van het filosoferen als activiteit is dit van belang. Het gesprek eindigt nooit, maar we veranderen wel in onze opinies. We komen er misschien niet uit, maar we eindigen evenmin op hetzelfde punt!

Gesprek 1

De hakbijl van de tijd
De structuur van het verhaal wordt meestal niet meteen doorzien.
Na een inventarisatie van de meest karakteristieke uitspraken voor Was, Un en Tom kan het gesprek gaan over onze omgang met de tijd.

1. Waarom gaan de stemmen in het hoofd van Pjoki altijd door?
2. Wat is belangrijker het verleden of de toekomst?
3. Wanneer begint het verleden? Kun je dit zelf laten beginnen?
3. Wat noemen we oud, en wat noemen we nieuw?
4. Is er iets dat altijd oud is geweest?
5. Iedereen maakt zich voorstellingen van wat er gaat komen of gebeuren. Hoeveel daarvan gebeurt ook daadwerkelijk?
6. Is het bekend wat er in de toekomst gebeurt?
7. Weten dieren wat ze hebben meegemaakt?
8. Fantaseren dieren over wat er komen gaat?

Gesprek 2

Stemmen praten

1. Stemmen in je hoofd, wie herkent dat?
2. Wanneer zijn er stemmen in je hoofd?
3. Noem je het zelf stemmen of alleen in dit gesprek?
4. Wat is het verschil tussen stemmen en gedachten?
5. Ben je zelf de baas in je hoofd?

Doen

Teken de tijd

1. Teken het begin van de tijd.
2. Werkblad verleden, heden en toekomst. Maak een tekening of een beschrijving voor elk. Ga uit van jezelf: teken of beschrijf iets wat voor jou verleden, heden en toekomst is.
3. Verzin een manier om de stemmen in je hoofd uit te beelden.
Werkblad verleden, heden en toekomst
Laat het werkblad invullen. Schrijf op wat je je voorstelt van het verleden, het heden en de toekomst.

Praktijk

'Misschien vindt de meester de toekomst maar niks!'
Arregrietje (uitvoering schrijfopdracht):
'Je toekomst is vreselijk belangrijk. Het verleden is geweest, iets waar je misschien vaak nog aan denkt en zou willen dat je het over kon doen! Eigenlijk is de toekomst belangrijker dan het verleden. Sommige mensen hebben een vreselijk verleden achter de rug, die ze wel proberen achter hen te sluiten, maar soms heerst je verleden over je toekomst. Ikzelf heb een geweldig verleden gehad.'
Kees:
'Soms denk je aan de toekomst. Nadat je dood bent vergaat de wereld misschien. Waar ben je dan? Nergens. Maar waar is dan nergens? Dat is toch zo'n enge gedachte dat ik daar maar liever niet aan denk.'
Bart over nu:
'Nu is nu, dat is niet zo belangrijk. Nou ja, je vraagt je soms af wat je nu moet doen, maar als je wilt denken over nu, is het al geweest en denk je over de toekomst.'
Shiona over de toekomst:
'Ik ben benieuwd wat de meester ervan zegt. Misschien vindt hij het maar niets, maar misschien vindt hij het wel goed.'

© Berrie Heesen

Centrum Kinderfilosofie Nederland, Middelburgseweg 113, 2771 NJ Boskoop, e. info@kinderfilosofie.nl