SLO Map Groep 4 & 5

Doctor Kortaf spreekt en Jeremy knikt

Hieronder volgt eerst het verhaal, daarna de handleiding.

Het Verhaal

Tussen Amerika en Azië ligt de Grote Oceaan. Midden in de Grote Oceaan liggen de Hawaï eilanden. De mensen op Hawaï lijken op de mensen in Japan, maar ze horen bij de USA. Op Hawaï woont een professor en zijn naam is Doctor Kortaf.
Doctor Kortaf praat soms met kinderen op school. Dan gaan ze filosoferen, zeggen ze.
Filosoferen gebeurt op allerlei plaatsen op de wereld en ook op de Hawaï eilanden.
Ze doen dat daar zo.

Doctor Kortaf vraagt aan de kinderen in de klas wat ze denken dat een verschil is.
Mitzi, een meisje, zegt : 'Het is hoe dingen anders zijn.'
Doctor Kortaf: 'Juist, het is hoe dingen anders zijn. Je houdt twee dingen naast elkaar en zegt wat er anders is.'
Jeremy knikt.
Doctor Kortaf pakt een schaar en een nietmachientje en houdt beide omhoog.
Vrijwel alle kinderen kijken naar deze twee dingen.
'Wat zijn verschillen tussen deze twee dingen?'
De kinderen in Hawaikunnen wel verschillen opnoemen tussen een schaar en een nietmachine. Niet zo moeilijk, nietwaar?

Doctor Kortaf wil niet alleen over scharen en nietmachines praten. Hij is professor in de filosofie. Filosofie, dat is zo knap zijn dat je het niet weet. Kortaf wil over gedachten praten. Gelukkig willen de kinderen op Hawaidat ook wel. Anders had Doctor Kortaf in z'n eentje moeten praten. Daar kun je het warm van krijgen. Het is op Hawaï altijd lekker warm is en soms zelfs heet. Sneeuw kennen ze daar niet!
Doctor Kortaf vraagt: 'Neem nou eens gedachten. Hoe kunnen twee gedachten verschillend zijn?'
Delvin is een klein jongetje met donkere ogen. Delvin fluistert: 'De ene zou kunnen gaan over spelen en de ander over niet spelen.'
Jeremy knikt.
'Over niet spelen?' vraagt Doctor Kortaf. 'Waar zou je aan denken als je dacht over niet spelen?'
Echt een professor die Doctor Kortaf, die houdt van lekker moeilijke vragen stellen!
'Schoolwerkjes', antwoordt Keone.
Doctor Kortaf maakt twee rijen op het schoolbord. De ene rij noemt hij Gedachte 1 en de andere rij noemt hij Gedachte 2:

Gedachte 1: over spelen
Gedachte 2: over niet spelen: schoolwerkjes

'Dus er zijn gedachten over verschillende dingen. Hoe kunnen gedachten nog meer verschillen?' vraagt Doctor Kortaf. Kim zegt: 'De ene kan goed zijn en de andere slecht.'
'Kun je een voorbeeld geven van een slechte gedachte?' vraagt onze Doctor.
De kinderen maken zich niet druk, ze weten wel een antwoord.
Judy zegt: 'Het kan over iets slechts zijn, dat je iemand te eten had gisteren, die je niet mag.' En ze zegt erbij 'Een goede gedachte kan zijn dat je denkt aan een film waar je van houdt.'
Jeremy knikt.
Delvin heeft ook nog wat: 'Het kunnen gedachten zijn van verschillende mensen.'
Kortaf vraagt: 'Je bedoelt dat de ene kan gaan over de ene persoon en de andere over iemand anders?'
Nee, dat bedoelt Delvin niet. Delvin bedoelt: 'De ene kan van de ene persoon zijn en de andere gedachte kan van iemand anders zijn.'
Doctor Kortaf heeft het door.
Hij schrijft netjes in de ene rij Van jou en in de andere rij Van mij:

Van jou, Van mij

Jeremy knikt.
De volgende vraag is: 'Kunnen jullie en ik ooit dezelfde gedachte hebben?'
De meeste kinderen schudden met hun hoofd.
Doctor Kortaf wil weten waarom ze nee schudden.
Ruth geeft antwoord: 'Twee mensen kunnen niet dezelfde gedachte hebben, omdat niemand de gedachten van een ander kan lezen. Dus weet niemand wat een ander precies denkt.'
Doctor Kortaf zegt kortaf: 'Oke.'
Mitzi is het er niet mee eens: 'Je kunt iemand anders vertellen wat je denkt en dan kan die ander jouw gedachten hebben.'
Ruth schudt heftig van nee: 'De ene zou de eerste zijn die de gedachte had en de ander zou iemand zijn die deze gedachte geleerd heeft van iemand.'
Doctor Kortaf vraagt: 'Dus de ene zou de originele gedachte zijn en de andere zou een kopie zijn?'
Ruth knikt ja, maar ze zegt niet ja. Jeremy knikt niet.
Jeremy zegt: 'Nee hoor, iemand hoeft alleen maar alle stukjes van zijn gedachte te vertellen en dan kunnen wij dezelfde gedachte hebben.'
Hoe ze ook spreken, de kinderen op Hawaï worden het die dag niet eens.
Kunnen twee gedachten nu hetzelfde zijn of niet?
Zijn gedachten anders dan dromen?
De kinderen op Hawai, Ruth en Jeremy die knikt, Kim en Keone en Delvin, ze spreken geen Nederlands. Zij spreken Engels.
Spreken ze ook over andere dingen dan kinderen in Nederland?
In Hawaï schijnt vaak de zon en is het warm, in Nederland kan het vriezen.
Denken de kinderen op Hawaï anders dan kinderen hier?
Kunnen kinderen op Hawaï en kinderen in Nederland dezelfde gedachte hebben?

Tekst: Berrie Heesen

De handleiding

Inleiding

Kunnen twee gedachten hetzelfde zijn?
Die vraag staat in het middelpunt. Wat is denken, wat zijn gedachten? Een eeuwenoude kwestie. Het verhaal 'Dokter Kortaf spreekt en Jeremy knikt' gaat over kinderen in Hawaï die ongeveer op dezelfde manier in de klas filosoferen als kinderen hier. Daar denken ze er over na of twee gedachten hetzelfde kunnen zijn. Deze les is geschikt als afsluiting van een aantal lessen uit deze map. Als steeds het denken centraal staat, dan gaat het ditmaal over het 'denken over denken'. En het verhaal geeft aanleiding na te gaan wat we met elkaar gedaan hebben. Wat doe je als je met elkaar filosofeert?

Kwestie I

Twee gedachten hetzelfde
Hoe lang kunnen twee gedachten hetzelfde zijn? Een tel of voor altijd?
Stel dat twee uitvinders los van elkaar een vergelijkbare gedachte hebben (zoals de uitvinding van de boekdrukkunst in Europa), is dat dan ook dezelfde gedachte? Een gedachte is vaak een web van relaties en associaties, die in geen enkel hoofd precies hetzelfde kunnen zijn. Maar om de vraag te beantwoorden, moeten we goed weten wat een gedachte is. Dat blijft een geweldig moeilijke vraag.
Er is zelfs gesteld dat iemand niet twee maal dezelfde gedachte kan hebben; de tweede keer is het een herhaling van de eerste keer en mist deze de oorspronkelijkheid van de ervaring, die hoort bij de eerste keer dat een gedachte opkomt.
Als twee gedachten nooit hetzelfde kunnen zijn, wat zijn dan nog gedachten? Kunnen we nog spreken over gedachten als het onmogelijk is dat twee gedachten ooit hetzelfde zijn? Hebben we in dat geval wel te maken met een aanduiding die zinvol is?
Waar verwijst dan dit begrip 'gedachte' naar?
Hoe zit het met dromen, nachtmerries, idee‘n? Zijn dat allemaal gedachten of zijn dat juist geen van alle gedachten? Is het begrip 'gedachte' een verzamelnaam voor een veelheid van mentale activiteiten of duiden we daar iets speciaals mee aan, een bepaalde mentale activiteit?
Misschien zijn geen twee gedachten precies hetzelfde, maar kunnen twee gedachten wel isomorf zijn. Een voorbeeld van isomorfie: neem ons alfabet en alles wat in het Nederlands geschreven is. Nu maken we 26 nieuwe tekens (het Tekenlands) en koppelen deze aan de 26 letters van het alfabet. Nu kan elke Nederlandse tekst omgezet worden in een tekst geschreven met onze nieuwe tekens. Deze nieuwe Tekenlandse teksten zijn isomorf met onze Nederlandse teksten. Kunnen twee gedachten van twee mensen op een soortgelijke manier isomorf zijn?

Kwestie II

Lijken en horen bij
'De mensen op Hawaï lijken op de mensen in Japan, maar ze horen bij de USA.'
Wat is er aan de hand in deze zin? Wat wordt hier uit elkaar geplukt?
In uiterlijk lijken de mensen op Hawaï op de mensen in Azie, bijvoorbeeld op Japanners. Hawaï is evenwel de eenenvijftigste staat van de USA en daarmee horen de mensen op Hawaï als burgers bij de USA. Dat zegt niets over hoe ze eruit zien, maar over hun nationaliteit, over hun paspoort, over hun stemrecht, over hun salarisstrookjes, etc.
De Hawaieilanden zijn de 51e staat van de USA sinds 1959 en bestaan uit 8 grote eilanden en een keten van kleinere eilandjes. Honolulu is de hoofdstad. De vulkanen van Hawaï vormen het grootste vulkanisch gebied van de aarde. Op Hawaï is de marine basis Pearl Harbour gelegen, die op 7 december 1941 door de Japanners onverwacht gebombardeerd werd. Er wonen ongeveer 1 miljoen mensen, de meesten leven in de stad.

Start Stop met lezen als discussie ontstaat

De ervaring leert dat dit verhaal vanzelf overgaat in discussie. Soms wordt het niet eens uitgelezen De vragen halverwege het verhaal zijn al prikkelend genoeg om te bespreken. Dat kan heel goed in dit geval, het verhaal lezen en onderbreken daar waar iemand wil reageren. De vragen uit het verhaal vormen dan meteen de startvragen. Zeker bij dit verhaal hoort een open gesprek zonder uitgestippeld pad dat gevolgd wordt. Volg de groep!

Gesprek I

Wat zijn gedachten?
1. Wie is het eens met Mitzi? Wie is met Ruth eens?
2. Wie zou het liefst net zo knikken als Jeremy doet?
3. Wanneer zijn twee gedachten hetzelfde?
4. Kun je twee gedachten bedenken die hetzelfde zijn?
5. Is een droom een gedachte?
6. Is een herinnering een gedachte?
7. Is een ideetje een gedachte?

Bij de vergelijking tussen een nietmachientje en een schaar kunnen de volgende vragen gesteld worden:
1. Kunnen twee dingen hetzelfde zijn?
2. Als twee dingen precies hetzelfde zijn, moeten ze dan op het hetzelfde moment gelijk zijn?

Gesprek II

Zoek een overeenkomst
Dingen kunnen voor een bepaald aspect overeenkomen en voor andere aspecten niet. Het kan ook zo zijn dat afhankelijk van het gebruik dingen overeenkomstig zijn of niet. Als je absoluut een gaatje ergens in moet prikken, dan kun je gebruik maken van de punt van een schaar, een schroevedraaier, een sleutel, een pen, de achterkant van sommige vorken, etc. Voor dat doel zijn al die dingen dan gelijk (afhankelijk van hoe zacht of hoe hard de substantie is waar in geprikt moet worden). In andere opzichten zijn die dingen natuurlijk helemaal niet gelijk. Bij de volgende vragen gaat het om zaken die meestal nauwelijks iets met elkaar te maken hebben. Maar wellicht is er toch een aspect waarin sprake is van een overeenkomst tussen de genoemde zaken.

1. Als sinaasappelen niet hetzelfde zijn als scharen, betekent dit dan dat ze compleet verschillend zijn?
2. Als scharen niet hetzelfde zijn als mensen, betekent dit dan dat ze compleet anders zijn?
3. Als apen niet hetzelfde zijn als mensen, betekent dit dan dat ze compleet anders zijn?
4. Als een droom niet hetzelfde is als modder, betekent dit dan dat een droom en modder totaal verschillend zijn?
5. Als ideetjes niet hetzelfde zijn als telefooncellen, betekent dit dan dat ze totaal anders zijn?

Gesprek III

Lijken op en horen bij
1. Kun je lijken op iemand uit Nederland?
2. Kun je lijken op iemand uit Afrika?
3. Kun je horen bij Nederland?
4. Kun je horen bij de Noordzee?
5. Horen kinderen ook bij een land?
6. Lijken kinderen die in Nederland wonen op Nederland?
7. Lijken kinderen die op Hawaï wonen op Hawai?
8. Horen poezen die in Nederland wonen ook bij Nederland?

Doen

De zin die niemand kent
Laat het Werkblad slingerzinnen invullen. Hierbij is het idee dat niemand de gedachten van een ander kan controleren. Door in de open hokken woorden in te vullen, ontstaan acht zinnen. Alleen de laatste vier zinnen heeft niemand in de hand. Het is belangrijk dat het werkblad van boven naar beneden wordt ingevuld.
Als een woord is ingevuld, moet dat woord ook worden ingevuld in het hok dat met een slinger is verbonden.

Vervangverhaaltje maken

Schrijf een verhaaltje over een ding, bijvoorbeeld een sinaasappel (of vliegtuig of pindakaas). Het verhaal moet tien regels lang zijn. Het ding moet minstens 4 keer genoemd worden.
Schrap nu de woorden 'sinaasappel' en vervang die door een ander (bijvoorbeeld modder of gedachte).
Ruil de verhalen per tweetal. Ontdek wat het oorspronkelijke woord is geweest.

Praktijk Groep 5 droomt en denkt.

'Ik vind dromen ... ook wat je gewoon in het echt meemaakt, dat doe je 's nachts over met een beetje onzin erin.'
'Als ik nog niet helemaal in slaap ben, doe ik mijn ogen dicht en ga ik allemaal fantaseren, een droom fantaseren. Dat weet ik dan nog de volgende dag. Maar als ik echt slaap, weet ik niet meer wat ik gedroomd heb'
'Is fantaseren ook denken?'
'Ja ik denk het wel, want je moet denken wat je gaat fantaseren.'
'Ja, ik denk dat dromen wel denken is. Ik droom meestal over waarom leven we eigenlijk op de wereld?' Veel instemming.
'In andere landen kun je dezelfde gedachte hebben, maar je kunt het niet controleren, omdat je geen contact hebt.'

© Berrie Heesen

Centrum Kinderfilosofie Nederland, Middelburgseweg 113, 2771 NJ Boskoop, e. info@kinderfilosofie.nl