Veel gestelde vragen

In dit onderdeel worden zowel kritische vragen met betrekking tot filosofie voor en met kinderen besproken als praktische vragen.

Waarom zouden kinderen zich op jonge leeftijd met moeilijke filosofische vragen bezig moeten houden?

Kinderen filosoferen al, uit henzelf komen vragen bij hen op. Luister maar thuis, op het schoolplein, achter in de auto: kun je stoppen met denken? Waar blijft de dag van gisteren? Hoe weet ik of dit niet een droom is? Door op school of in de opvang ruimte te geven aan die vragen kunnen kinderen er met anderen over nadenken. Als volwassenen kunnen we helpen die vragen en hun eerste antwoorden te onderzoeken. Is dat moeilijk? Ja soms wel, is dat erg dan?

Gaan kinderen door filosofieles niet aan alles twijfelen?

Liever niet zeg, en er zijn ook geen ervaringen die daarop wijzen. Opvoeders kunnen zich soms terecht zorgen maken over de twijfels van kinderen: als ze weinig zelfvertrouwen hebben; als ze twijfelen aan hun ouders, verzorgers, of leraren. Dit soort twijfels die ingrijpen in het bestaan van kinderen hebben niets van doen met filosoferen. De filosofische twijfel is verwondering, de wil om te begrijpen hoe iets zit, en ja de erkenning dat we daar niet zo maar zekere antwoorden op hebben.

Worden kinderen religieus of moreel beïnvloed door filosofieles?

In de basisschool krijgen kinderen geen les in filosofie, ze filosoferen zelf. Dat betekent dat we geen waarden overdragen, wel dat we (vaak) over waarden communiceren. Filosoferen is er onder andere op gericht dat kinderen hun (morele) oordeelsvermogen ontwikkelen, in alle redelijkheid, rekening houdend met anderen. Ja, die waarden dragen we wel over door te filosoferen: elkaar de ruimte geven, er proberen samen uit te komen.

Wat leren kinderen als ze filosofieles krijgen?

Vaak wordt gezegd: daar hebben we geen tijd voor op school, we moeten al zoveel. Een bekende schoolbegeleider zei daarover: als je gaat filosoferen met kinderen houd je juist tijd over. Filosoferen levert een belangrijke bijdrage aan de taal- en denkontwikkeling van kinderen. Vooral in Amerika is daar veel onderzoek naar gedaan. Je hebt geen apart programma nodig voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Alle leraren die met kinderen filosoferen zeggen dat het een belangrijke bijdrage levert aan het sociaal klimaat in de groep, ze zeggen dat kinderen daardoor conflicten beter kunnen hanteren en oplossen. Burgerschapsvorming ligt in het verlengde daarvan. Elders op deze site vind je meer over onderzoek, en dat gaat vooral over de vraag: wat leren kinderen van het filosoferen?

In hoeverre moet een docent of ouder filosofisch onderlegd zijn om te kunnen filosoferen met kinderen?

Dat helpt wel, veel zelfs. Weinig of geen ervaring met filosofie hoeft je er echter niet van te weerhouden met kinderen te filosoferen. Gewoon beginnen, vragen zijn er genoeg. En ja dan kom je tijdens het gesprek nogal eens op een punt waar je denkt: hoe nu verder? Dan helpen kennis van en ervaring met filosofie. Maar ook zij zitten dan wel eens met hun handen in het haar. Gesprekken met kinderen zijn soms zo aanstekelijk dat je als volwassene ook meer wilt: bijvoorbeeld in de filosofische achtergronden van een vraag duiken.

Hoe kan ik met kinderen vragen bespreken als ik zelf het antwoord niet weet?

Wie denkt dat hij het antwoord op filosofische vragen moet weten, heeft het nog niet zo goed begrepen. Het kenmerk van filosofische vragen is juist dat ze geen vaststaande zekere antwoorden kennen, maar hoogstens voorlopige. Een gespreksleider 'weet' net zomin iets als de kinderen die deelnemen aan het gesprek. Zijn rol is alleen het gesprek te faciliteren door het proces te bewaken en stimuleren.

Hoe kan ik kinderen stimuleren om mee te doen aan de filosofieles?

Leraren hebben daar allemaal verschillende manieren voor. Een van de meest gebruikte vormen is die van het tweegesprek. Na de startvraag of openingsvraag vraagt de gespreksleider de kinderen voor zichzelf na te denken. Daarna wisselt ieder kind zijn gedachten uit met een ander, het kind naast hem. De opdracht kan zijn elkaar te bevragen, maar de gespreksleider kan ook vragen tot één antwoord te komen.

Wat is het verschil tussen een filosofisch gesprek en een gewoon kringgesprek of een discussie?

Hoewel de democratische gespreksregels in al die typen gesprekken nagenoeg hetzelfde zijn, is een filosofisch gesprek (uiteindelijk) een zakelijk onderzoek naar een filosofische kwestie: een ultieme vraag waarop geen eenduidig antwoord bestaat. In zo'n gesprek gaat het er niet om – althans niet primair - persoonlijke ervaringen, gedachten of emoties tot uitdrukking te brengen (wat in het kringgesprek weer wel aan de orde is), maar is juist van belang samen en zorgvuldig te redeneren over een onderwerp en voort te bouwen op elkaars bijdragen aan de discussie.

Een filosofisch gesprek is nadrukkelijk geen wedstrijd die je kunt winnen of verliezen (zoals dat in een discussie wel het geval is) maar een open dialoog waarin de groep gemeenschappelijk verantwoordelijkheid neemt voor een collectief denkproces. Deelnemers versterken elkaars inzichten door tegenwerpingen in te brengen en vragen te stellen. Er is aan het eind niet noodzakelijk een goed antwoord gevonden; wel kan er een antwoord zijn dat de groep voorlopig het beste vindt.

Centrum Kinderfilosofie Nederland, Middelburgseweg 113, 2771 NJ Boskoop, e. info@kinderfilosofie.nl