Lezen, schrijven, rekenen - denken

Don Kwast, Denklicht, Pleidooi voor filosofisch onderwijs, ISVW uitgevers, 2018

 

LEZEN, SCHRIJVEN, REKENEN – DENKEN

In mei verscheen het boek Denklicht, Pleidooi voor filosofisch onderwijs van Don Kwast. Don Kwast is filosoof en werkt al jaren in het voorgezet onderwijs, aanvankelijk als docent maatschappijleer op het vmbo en de afgelopen 12 jaar als docent filosofie op het Stedelijk Gymnasium in Haarlem. Hij publiceerde eerder over filosofieonderwijs en is betrokken bij het promoten van het vak filosofie op school. Met Denklicht schreef hij een stevig betoog om duidelijk te maken dat zelfstandig en kritisch leren denken als onmisbare vaardigheid voor de mens van de 21ste eeuw tot de kern van het onderwijs zou moeten behoren. Zijn stelling is bedrieglijk simpel: iedereen die kan leren lezen, schrijven en rekenen, kan leren denken en zou op school moeten leren denken. Let wel: leren denken.

‘Niemand kan als vanzelf denken’, schrijft Kwast in zijn voorwoord. Je zou er haast overheen lezen, zo gewend zijn wij om het denken in het dagelijks leven te behandelen als ‘iets’ dat wèl vanzelf gaat: ik heb per slot een hoofd vol gedachten - ik heb een mening over zaken, ik geloof dat iets zus is of zo, ik heb een bepaalde kennis: ik weet dingen. Ik kan keuzes maken en beslissingen nemen. Dan kan ik toch denken? Nee, het wezenlijke kenmerk van denken als vaardigheid is nu juist deze meningen, overtuigingen en aannames die als ‘vanzelf’ daar zijn actief te onderzoeken en te ondervragen: waarom heb ik deze mening? waarom geloof ik dit, en niet dat? waar baseer ik dat op? en wat betekent het voor mij? Het wezenlijke kenmerk van denken is juist je bewust te worden waarom je iets kiest of beslist en welke redenen je daarvoor hebt. Dit proces van je eigen gedachten leren onderzoeken en beredeneren gaat net zo min ‘vanzelf’ als leren spreken, schrijven, lezen en rekenen. Het is een vaardigheid waarvoor je bepaalde denkgereedschappen en technieken nodig hebt, die je moet leren hanteren. Denken moet je oefenen, in stilte en hardop, in een groep, waarbij je wordt uitgedaagd je eigen gedachten uit te spreken èn te leren luisteren naar hoe anders anderen kunnen denken. Waar is het beter oefenen dan op school? Want dat is het vormingsinstituut dat wij hebben ingesteld voor het overdragen van kennis en vaardigheden die wij als mens belangrijk vinden om aan àlle mensen te leren.

Waarom is leren denken voor kinderen en jongeren volgens Kwast nu belangrijk? Waarom is het in zijn visie zelfs zò belangrijk dat hij pleit voor de invoering van elementair denken (logica, retorica) en sociaal denken (ethiek, politiek) als verplicht vak op de middelbare school? In vier helder ingedeelde hoofdstukken geeft Kwast zijn onderbouwing. Eerst staat hij uitgebreid stil bij de vraag wat onderwijs eigenlijk is en beoogd en laat hij zien hoe leren denken als vaardigheid wezenlijk bijdraagt aan zelfontplooing: het ontwikkelen van je potentie als mens. In het tweede hoofdstuk gaat hij in op de vraag hoe een denkhouding ontwikkeld kan worden; wat het belang is van vragen leren stellen, aannames onderzoeken, een mening onderbouwen en bewijsvoering leveren, niet alleen voor een vak als filosofie, maar voor alle schoolvakken. Hoofdstuk drie gaat over de vraag hoe het vak filosofie concreet ingevuld kan worden. Kwast geeft ideeën over hoe te starten met filosofische bewustwording in het primair onderwijs, gevolgd door een voorstel voor een curriculum in het voortgezet onderwijs, let wel: op vmbo, havo en vwo niveau. Het laatste hoofdstuk gaat over de rol en houding van de filosofiedocent, over het gebruik van leermiddelen als de dialoog, de uitleg en de verwondering, en over de mogelijke ‘gevaren’ die zelf leren nadenken voor leerlingen met zich mee kan brengen (bedenkingen tegen filosofieonderwijs, die Kwast onderkent en kritisch pareert).

Het is duidelijk: het beeld van filosofie als leuk creatief spel op de basisschool, interessante verbreding voor een paar weken of een vorm van specialistische geschiedenis voor hoogbegaafde leerlingen is in de ogen van Kwast een volledig gemiste kans. Zijn pleidooi stelt vòòr alles dat zelfstandig en kritisch leren denken voor iedere leerling, aangepast aan elk niveau, een noodzaak is voor zowel de eigen ontwikkeling als mens (wie ben ik? welk mens wil ik zijn?) als voor de vorming en het behoud van een democratische samenleving (wie zijn wij als mensen? hoe willen wij met elkaar omgaan?). Leren nadenken is méér dan ooit van levensbelang. Juist de huidige generatie kinderen en jongeren wordt dankzij Internet en mobiele telefoons dagelijks blootgesteld aan leugenachtige reclames, nep nieuws, lukrake meningen, halve waarheden, politiek populisme; juist de huidige generatie kinderen groeit op in een verregaand pluriforme en complexe samenleving, waar traditionele antwoorden niet meer werken  – hoe kunnen zij leren zin en onzin van elkaar te onderscheiden? Waar vinden zij handvatten om hun eigen zin, hun eigen standpunt en betekenis, te kunnen vormen?

Denklicht is een rijke bron aan inzichten en argumenten voor docenten en beleidsmakers die het filosofieonderwijs in Nederland verder willen vormgeven en uitbouwen. Denklicht is vakliteratuur voor iedereen die denken ziet als één van de belangrijke vaardigheden die bewust geleerd moeten worden. En voor wie nog niet (helemaal) overtuigd is van de radicale aanpak zoals Kwast voorstelt: lees Denklicht. En denk erover na.

 

Saskia Wolda

   

Verslag van Rond de tafel #1.

Een boeiend gesprek over ‘betekenis maken’

Verslag van Rond de tafel #1.

Hoe bepaal je nu of een gesprek met kinderen een filosofisch gesprek is? Over die vraag voerden de aanwezigen die met kinderen filosoferen, onder leiding van Nanda van Bodegraven, een gesprek. Het boek Teaching for better thinking van Ann Sharp en L. Splitter, riep bij Nanda vragen op die de aanzet waren voor dit eerste Rond de tafel gesprek van het centrum kinderfilosofie.

De kern van het boek zijn drie hoofdpijlers die de kenmerken vormen van een filosofisch onderzoek: ‘redeneren en onderzoek’, ‘conceptvorming’ en ‘betekenis maken’ ("Meaning making").

Om te kunnen vaststellen of een gesprek filosofisch van aard is, zijn de eerste twee pijlers evident noodzakelijk. De filosofische onderzoeksgroep gaat bijvoorbeeld uit van de redelijkheid van gespreksdeelnemers en proberen met elkaar concepten uit te diepen. En toch is ‘redeneren en onderzoek’ net zo goed een pijler van wetenschappelijk onderzoek. Een filosofisch gesprek wordt dus door meer kenmerken bepaald.

De discussie die ontstond ging vooral over de pijler ‘betekenis maken’. De vraag was of betekenis maken wel of niet een bepalend kenmerk moest zijn. Betekenis maken betreft vragen als: "Wat bedoel je daarmee?" of "Kun je uitleggen wat hij/zij bedoelt?" of "Kun je wat ... zei, in je eigen woorden zeggen?" Betekenis maken is volgens de auteurs een kenmerk van het filosofisch gesprek, omdat het gaat om "vragen en stellingen die een zoektocht onthullen naar de verbindingen die de betekenis maken." Dit laatste was voor de gesprekspartners niet eenduidig en is dat uiteindelijk ook niet geworden. Wel konden we concluderen dat er een boeiend gesprek is gevoerd, waarbij het hoe en waarom van filosoferen met kindern eens goed onder het vergrootglas werden gelegd:

 

Boor je met de vraag: "En wat betekent schoonheid voor jou?" niet een individueel perspectief aan? De betekenis die schoonheid voor een kind persoonlijk heeft, is voor het filosofisch onderzoek niet interessant. Filosoferen is juist een veralgemenisering van een concept: in hoeverre is wat we erover zeggen nog waar?

 

Gaat de vraag naar betekenis niet vooràf aan het filosoferen? Met andere woorden: is betekenis maken niet een voorwaarde voor een filosofisch onderzoek? Waarom zou je anders filosoferen? Iemand voegde daar nog aan toe dat ook de urgentie voor een individu of groep om betekenis te maken een voorwaarde was voor filosofisch onderzoek.

 

De eerste twee pijlers: ‘redeneren en onderzoek’ en ‘conceptvorming’ leken afdoende kenmerken om te beoordelen of een gesprek met kinderen filosofisch is. Daar werd aan toegevoegd dat de denkvaardigheden om te kunnen redeneren en onderzoeken (goede van slechte redenen onderscheiden, tegenspraak herkennen, veralgemeniseren etc.) eerst door de leerkracht zelf beheerst moeten worden. Uit onderzoek van Rob Bartels blijkt namelijk dat dit vaak niet het geval is.

Dat is nog maar eens een goede reden om met elkaar in gesprek te blijven, waarbij we onderzoeken wat nu noodzakelijke voorwaarden zijn voor het filosoferen met kinderen.

Op zaterdag 17 maart gaan we opnieuw Rond de tafel met Kristof van Rossem. Klik hier voor meer informatie.

 

Paulien Hilbrink
Basisschoolleerkracht, filosoof, filosofieleerkracht en student Filosoferen met Jonge Kinderen aan de ISVW.

 

 

   

Terugblik conferentie Identiteitsvorming in het onderwijs

Terugblik conferentie Identiteitsvorming in het onderwijs

17 februari 2018


Tijdens zijn inleiding Hoe beïnvloedt school het denken en (dus?) identiteitsvorming? liet René ten Bos zien dat leren tijd vraagt en dat de kwaliteit van leren niet te organiseren is maar een proces dat gebeurd en pijn kan doen. Aan de hand van de grot van Plato liet hij zien dat het proces van leren een moeizaam en tegelijkertijd bevrijdend proces is. De uitdaging voor leerkrachten is om de condities zo te maken dat het leren kan gebeuren.

Identiteitsvorming gaat eigenlijk om het geven van ruimte en zoeken van ruimte voor leerlingen om iets te laten ontstaan. Leraren moeten in de gaten hebben welke ruimte er is en de ruimte die er is veilig laten zijn. Het is een hele kunst om die ruimte in het huidige onderwijs niet helemaal vol te stoppen, maar wel een beetje. Dat moet de inzet van de leerkracht zijn.

 

 

De organisatie kijkt terug op een geslaagde dag met een divers publiek. Naast filosofiedocenten voortgezet onderwijs waren er ook leerkrachten uit het primair onderwijs, docenten levensbeschouwingen en schoolleiders aanwezig. Wil je meer weten over de conferentie dan is op www.identiteitsvorminginonderwijs.nl terug te lezen welke inhouden er aan bod kwamen.

Ben je docent filosofie in het voorgezet onderwijs dan kun je lid worden van de vereniging voor filosofiedocenten in het voorgezet onderwijs (vfvo). Bekijk de site voor meer informatie: www.vfvo.nl. De vfvo organiseert iedere twee jaar een conferentie waarbij het thema van de conferentie gekoppeld wordt aan het nieuwe eindexamen havo/vwo. Dit jaar was het thema voor de havo persoonlijke identiteit. Het volgende thema zal zich buigen over de vrije markt en het goede leven.

   

Pagina 3 van 35

Centrum Kinderfilosofie Nederland, Middelburgseweg 113, 2771 NJ Boskoop, e. info@kinderfilosofie.nl