Kinderen filosoferen met bewoners van een zorginstelling

Rob van Ruiten


Kinderen filosoferen met bewoners van een zorginstelling
Ik geef nu al een aantal jaren filosofie op basisscholen in Friesland. Met de Bonifatiusschool in Sneek is een goede relatie opgebouwd.
Ik geef bij hen jaarlijks 11 lessen aan groep 7, dit jaar verdeeld over 4 groepen. 8 lessen in een lokaal, 1 les filosoferen over kunst indien mogelijk op locatie, 1 x een denkwandeling in de natuur met denkopdrachten over een bepaald thema en 1 x filosoferen op locatie met bewoners van een zorginstelling. Naast de lessen aan de school zijn er nu initiatieven om te starten met het filosoferen met de kinderen van de BSO van de school aangevuld met kinderen die in het kader van buitenschoolse activiteiten voor filosoferen kiezen.


Het filosoferen in een zorginstelling wil ik hier graag even uitlichten

Kinderen van rond de 10/11 jaar gaan filosoferen met bewoners van een tehuis, van gemiddeld 80/90 jaar.
Een kloof (later bleek er eerder sprake van een brug) van 3 generaties en een leeftijdsverschil van ongeveer 80 jaar.
De kinderen zijn al geoefend in luisteren, naar argumenten vragen, doorvragen om beter te begrijpen, zich inleven in wat de ander beweegt, het formuleren van een gedachte of mening ondersteund door eigen argumenten en veel hebben al de kracht om op basis van overtuigende argumenten van anderen te veranderen van mening.

Ik heb ter voorbereiding van deze activiteit diverse mensen gesproken en veel inzicht gekregen door het lezen van het boekje: “In gesprek met meneer Alzheimer”  van Ard Nieuwenbroek, met daarin o.a. de visie van de Hongaarse psychiater Nagy, met vooral zijn accent op de balans tussen geven en ontvangen. Het boekje van Ard Nieuwenbroek is gericht op dementerenden, maar ook goed te gebruiken in relatie tot het in gesprek gaan met niet dementerende ouderen, vinden Ard en ik.

Ook heb ik nagedacht over:
-  Is poneren illustratief voor deze jeugd en de ouderen en zo ja hoe verschuif ik deze houding naar een actieve luisterhouding. Dus meer concreet, welke werkvormen ga ik hiervoor gebruiken
- Moet ik door versnellen en vertragen een tijd creëren die voor beide groepen hanteerbaar is.

Het is een bijzonder waardevolle filosofieactiviteit gebleken.
We hebben gefilosofeerd in de kring en in kleine groepjes naar aanleiding van stellingen over het thema en praatkaarten die o.a. met 4 tallen
(2x jong en 2x oud) werden onderzocht. Er zijn diverse positieve opbrengsten te benoemen voor zowel de kinderen als voor de ouderen.
De activiteitenbegeleiders van de tehuizen waren unaniem erg enthousiast.

Het gaat wat ver om alle reacties van ouderen en kinderen hier te benoemen maar ik geef een paar voorbeelden.

Mevr. Roosenstein (90 jaar)
'Ik kan de kinderen niet zien, want ik ben geheel blind, maar ik zou niet zeggen dat ik hier in gesprek ben met kinderen van 10 jaar, zo wijs zijn ze.
Het was geen gesprek van oudere naar kind, maar een gesprek van mens tot mens. Een gesprek tussen gelijkwaardige gesprekspartners.
Ik ben zeer verbaasd'.

Tjomme (11 jaar)
'Mijn oma is veel jonger dan deze mensen, maar ik ga toch proberen of ik met haar kan filosoferen, ik denk dat ze dat heel leuk zal vinden'.

Een bewoner noemde dat ze er achter was gekomen dat ze wel meer ervaren was dan de kinderen, maar niet per definitie wijzer.
Het gaat hier niet om je leeftijd maar om de validiteit van je argumenten.
Beide groepen benoemden bovendien hetzelfde fenomeen. Namelijk: “Er wordt vrijwel altijd tegen ons gepraat, vrij weinig met ons, het is fijn om te ervaren dat er naar je wordt geluisterd” Het was echt opvallend dat zowel de kinderen als de ouderen dit zo expliciet hebben genoemd.

Juist door de kenmerkende aspecten van het filosofische gesprek is deze vorm van de dialoog uitstekend geschikt om ouderen en kinderen met elkaar in contact te brengen en bij hen de zelfvalidatie te laten groeien.
Het delen van gedachten en het uiten van diepere gevoelens kun je in deze situatie zien als geven.
En de erkenning daarvan manifesteert zich in de welgemeende aandacht en aanvaarding ervan door de ander.
Je merkt dan dat wat je zegt en vindt er toe doet. Fijn dat ik in deze tijd van verharding en verscherping van de dialoog een instrument in handen heb waarmee ik groepen kan laten ervaren dat het mogelijk is om met  anderen in gesprek te gaan met respect voor de persoon en met het aanvaarden van verschillen.

Ik heb dit nu met verschillende groepen in verschillende verzorgingshuizen georganiseerd. Op basis van mond tot mond reclame heb ik van een aantal tehuizen een vraag ontvangen om ook bij hen dit te gaan organiseren. Er staan nu 3 activiteiten gepland in de maand mei.
Indien er belangstelling voor is ben ik bereid om geheel vrijblijvend mijn ervaringen te delen, zodat deze fijne en waardevolle filosofieactiviteit navolging krijgt.

Hier vindt u nog een artikel van Rob van Ruiten rondom filosoferen tussen ouderen en kinderen.

Rob van Ruiten
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
06 25213183

   

Berichten vanuit het bestuur


Berichten vanuit het bestuur:
- Vanaf najaar 2017 gaan we 'inspiratie-avonden’ organiseren, met interessante sprekers over FMK- of een aan FMK gelieerd onderwerp.
De eerste inspiratie-avond kondigen we in oktober aan! Houd de nieuwsbrief en deze site in de gaten!

- We gaan een grootscheepse revisie houden van de website (die belooft er heel mooi uit te gaan zien)

- Save the date!
Op 18 november 2017 organiseert de Vereniging Filosofiedocenten in het Voortgezet Onderwijs (VfVO) de conferentie: Identiteitsvorming in onderwijs, verwondering als noodzaak in de school. 
Deze conferentie gaat over hoe in het onderwijs invulling te geven aan het vormen van een identiteit. Inspirerende sprekers, waaronder de Denker des Vaderlands René ten Bos, zullen ons meenemen in dit complexe, interessante en belangrijke vraagstuk. Het CKN zal de traditie van het filosoferen met kinderen vertegenwoordigen in een workshop .
Na de zomervakantie meer nieuws over het programma en aanmelding voor deze dag.

- Belangrijk! Oproep:
AAN IEDEREEN DIE FILOSOFEERT MET KINDEREN

Het CKN ontvangt soms aanvragen van scholen, BSO’s of andere organisaties die een docent zoeken voor een of meer lessen filosoferen met kinderen.
Om goed te kunnen bemiddelen tussen aanvragers en aanbieders gaat het CKN-bestuur een ‘kaartenbak’ aanleggen van individuen en organisaties die lessen aan kinderen aanbieden. Wil jij als professional in ons databestand?

Mail ons dan de volgende gegevens:
1. je naam en je standplaats/werkgebied
2. de url van je website (voor zover van toepassing)
3. je relevante opleidingsgegevens
4. je relevante ervaring (max. 250 woorden)
5. een ‘elevator pitch’, waarin je uitlegt waarom de betreffende aanvrager jou het best kan inhuren (max.50 woorden)

In verband met de werkbaarheid sturen we te lange teksten retour!
Veel dank voor je moeite,

CKN-bestuur
Alexandra Bronsveld (voorzitter), Else de Jonge (secretaris) en Nanda van Bodegraven (penningmeester).
Reageren? Mail naar Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

   

Wat maakt een gesprek een filosofisch gesprek?

Waarde lezer,


Het CKN heeft het afgelopen jaar een aantal bijeenkomsten georganiseerd over de vraag aan welke voorwaarden een gesprek met kinderen moet voldoen om als ‘filosofisch’ te kunnen worden aangemerkt. Doel was ook om een startpunt te hebben aan de hand waarvan we in de toekomst verschillende levels van bekwaamheid kunnen bepalen. In vier bijeenkomsten – twee met pakweg twintig mensen en twee met een kleinere groep – onderzochten en bespraken we perspectieven op die vraag. Hoewel er op punten verschillen van mening naar voren kwamen, bleek er ook veel eensgezindheid over het onderwerp.

Mede geïnspireerd op wat er zoal naar voren kwam op deze bijeenkomsten, zetten we hieronder als bestuur uiteen wat wij vooralsnog beschouwen als de belangrijkste kenmerken van een filosofisch gesprek met kinderen. Ongeacht of je nu de Socratische gespreksmethode beoefent, of juist graag met de Copi-methode werkt, of nog een andere aanpak hanteert: deze kenmerken zijn overstijgend en vormen wat ons betreft een werkbaar en praktisch uitgangspunt. Uiteraard is ons gezichtspunt voorlopig – wij hopen dat de vraag een voortgaand onderwerp van gesprek blijft tussen de lezers van deze nieuwsbrief en andere belangstellenden.

Alle meedenkers worden van harte bedankt!
Bestuur CKN


Kenmerken van een filosofisch gesprek met kinderen
FILOSOFIE ALS VRIJE DENKRUIMTE


Om ze filosofisch te kunnen noemen voldoen conversaties met kinderen idealiter aan de volgende voorwaarden:

- Er staat een meerduidige vraag ter discussie, dat wil zeggen: een vraag waarop meerdere antwoorden mogelijk en verdedigbaar zijn.
Zo is de vraag naar de naam van de hoofdstad van Frankrijk geen filosofische vraag, terwijl de vraag of iedereen die dat kan ook moreel verplicht is te werken, wel filosofisch is.

- De meerduidige vraag die aan de orde is, is te verbinden met onderliggende morele waarden, mensbeelden, zijns- of kennisopvattingen.

 

Vragen als: 'Mag je dieren eten?', 'Zijn mensen goed?', 'Bestaan getallen?' en 'Wanneer kun je zeggen dat je iets zeker weet?', zijn hier illustratief.
Het zijn meerduidige vragen die een appel doen op fundamentele opvattingen. Ook deze fundamentele opvattingen en onderliggende aannames kunnen worden besproken en onderzocht.

- Ook meerduidige vragen die niet (direct) refereren aan fundamentele opvattingen, maar die eerst en vooral bedoeld zijn om de verbeelding aan te spreken en plezier in het samen nadenken te stimuleren, kunnen startpunt zijn van een filosofisch gesprek.
Stel je voor dat… bomen konden praten, honden de wereld regeerden, je wakker werd in de toekomst – wat zou er dan gebeuren?  

- Over de betreffende vraag wordt een open discussie gevoerd: er gelden geen vooropgestelde waarheden. In principe mag alles worden ingebracht in het gesprek: ook gezichtspunten die voor afwijkend, immoreel of ouderwets doorgaan zijn welkom. Filosofie biedt een vrije denkruimte.

- Deelnemers argumenteren voor of tegen ingebrachte gezichtspunten en zijn bereid hun eigen argumenten aan de kritiek van anderen te toetsen.

- Standpunten en de argumenten daarvoor vormen het object van een gemeenschappelijk onderzoek.

- Deelnemers nemen samen verantwoordelijkheid voor een collectief denkproces. Niet competitie, maar samenwerking is de leidraad.

- Het opheffen van meningsverschillen (overeenstemming bereiken) is niet het hoogste doel, wel is het denkbaar dat de groep aan het eind van een gesprek beslist dat de ene opvatting op basis van argumenten voorlopig te verkiezen is boven de andere.

Reageren? Mail naar Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

   

Pagina 3 van 31

Centrum Kinderfilosofie Nederland, Middelburgseweg 113, 2771 NJ Boskoop, e. info@kinderfilosofie.nl