Verslag van Rond de tafel #1.

Een boeiend gesprek over ‘betekenis maken’

Verslag van Rond de tafel #1.

Hoe bepaal je nu of een gesprek met kinderen een filosofisch gesprek is? Over die vraag voerden de aanwezigen die met kinderen filosoferen, onder leiding van Nanda van Bodegraven, een gesprek. Het boek Teaching for better thinking van Ann Sharp en L. Splitter, riep bij Nanda vragen op die de aanzet waren voor dit eerste Rond de tafel gesprek van het centrum kinderfilosofie.

De kern van het boek zijn drie hoofdpijlers die de kenmerken vormen van een filosofisch onderzoek: ‘redeneren en onderzoek’, ‘conceptvorming’ en ‘betekenis maken’ ("Meaning making").

Om te kunnen vaststellen of een gesprek filosofisch van aard is, zijn de eerste twee pijlers evident noodzakelijk. De filosofische onderzoeksgroep gaat bijvoorbeeld uit van de redelijkheid van gespreksdeelnemers en proberen met elkaar concepten uit te diepen. En toch is ‘redeneren en onderzoek’ net zo goed een pijler van wetenschappelijk onderzoek. Een filosofisch gesprek wordt dus door meer kenmerken bepaald.

De discussie die ontstond ging vooral over de pijler ‘betekenis maken’. De vraag was of betekenis maken wel of niet een bepalend kenmerk moest zijn. Betekenis maken betreft vragen als: "Wat bedoel je daarmee?" of "Kun je uitleggen wat hij/zij bedoelt?" of "Kun je wat ... zei, in je eigen woorden zeggen?" Betekenis maken is volgens de auteurs een kenmerk van het filosofisch gesprek, omdat het gaat om "vragen en stellingen die een zoektocht onthullen naar de verbindingen die de betekenis maken." Dit laatste was voor de gesprekspartners niet eenduidig en is dat uiteindelijk ook niet geworden. Wel konden we concluderen dat er een boeiend gesprek is gevoerd, waarbij het hoe en waarom van filosoferen met kindern eens goed onder het vergrootglas werden gelegd:

 

Boor je met de vraag: "En wat betekent schoonheid voor jou?" niet een individueel perspectief aan? De betekenis die schoonheid voor een kind persoonlijk heeft, is voor het filosofisch onderzoek niet interessant. Filosoferen is juist een veralgemenisering van een concept: in hoeverre is wat we erover zeggen nog waar?

 

Gaat de vraag naar betekenis niet vooràf aan het filosoferen? Met andere woorden: is betekenis maken niet een voorwaarde voor een filosofisch onderzoek? Waarom zou je anders filosoferen? Iemand voegde daar nog aan toe dat ook de urgentie voor een individu of groep om betekenis te maken een voorwaarde was voor filosofisch onderzoek.

 

De eerste twee pijlers: ‘redeneren en onderzoek’ en ‘conceptvorming’ leken afdoende kenmerken om te beoordelen of een gesprek met kinderen filosofisch is. Daar werd aan toegevoegd dat de denkvaardigheden om te kunnen redeneren en onderzoeken (goede van slechte redenen onderscheiden, tegenspraak herkennen, veralgemeniseren etc.) eerst door de leerkracht zelf beheerst moeten worden. Uit onderzoek van Rob Bartels blijkt namelijk dat dit vaak niet het geval is.

Dat is nog maar eens een goede reden om met elkaar in gesprek te blijven, waarbij we onderzoeken wat nu noodzakelijke voorwaarden zijn voor het filosoferen met kinderen.

Op zaterdag 17 maart gaan we opnieuw Rond de tafel met Kristof van Rossem. Klik hier voor meer informatie.

 

Paulien Hilbrink
Basisschoolleerkracht, filosoof, filosofieleerkracht en student Filosoferen met Jonge Kinderen aan de ISVW.

 

 

Centrum Kinderfilosofie Nederland, Middelburgseweg 113, 2771 NJ Boskoop, e. info@kinderfilosofie.nl