Wat maakt een gesprek een filosofisch gesprek?

Waarde lezer,


Het CKN heeft het afgelopen jaar een aantal bijeenkomsten georganiseerd over de vraag aan welke voorwaarden een gesprek met kinderen moet voldoen om als ‘filosofisch’ te kunnen worden aangemerkt. Doel was ook om een startpunt te hebben aan de hand waarvan we in de toekomst verschillende levels van bekwaamheid kunnen bepalen. In vier bijeenkomsten – twee met pakweg twintig mensen en twee met een kleinere groep – onderzochten en bespraken we perspectieven op die vraag. Hoewel er op punten verschillen van mening naar voren kwamen, bleek er ook veel eensgezindheid over het onderwerp.

Mede geïnspireerd op wat er zoal naar voren kwam op deze bijeenkomsten, zetten we hieronder als bestuur uiteen wat wij vooralsnog beschouwen als de belangrijkste kenmerken van een filosofisch gesprek met kinderen. Ongeacht of je nu de Socratische gespreksmethode beoefent, of juist graag met de Copi-methode werkt, of nog een andere aanpak hanteert: deze kenmerken zijn overstijgend en vormen wat ons betreft een werkbaar en praktisch uitgangspunt. Uiteraard is ons gezichtspunt voorlopig – wij hopen dat de vraag een voortgaand onderwerp van gesprek blijft tussen de lezers van deze nieuwsbrief en andere belangstellenden.

Alle meedenkers worden van harte bedankt!
Bestuur CKN


Kenmerken van een filosofisch gesprek met kinderen
FILOSOFIE ALS VRIJE DENKRUIMTE


Om ze filosofisch te kunnen noemen voldoen conversaties met kinderen idealiter aan de volgende voorwaarden:

- Er staat een meerduidige vraag ter discussie, dat wil zeggen: een vraag waarop meerdere antwoorden mogelijk en verdedigbaar zijn.
Zo is de vraag naar de naam van de hoofdstad van Frankrijk geen filosofische vraag, terwijl de vraag of iedereen die dat kan ook moreel verplicht is te werken, wel filosofisch is.

- De meerduidige vraag die aan de orde is, is te verbinden met onderliggende morele waarden, mensbeelden, zijns- of kennisopvattingen.

 

Vragen als: 'Mag je dieren eten?', 'Zijn mensen goed?', 'Bestaan getallen?' en 'Wanneer kun je zeggen dat je iets zeker weet?', zijn hier illustratief.
Het zijn meerduidige vragen die een appel doen op fundamentele opvattingen. Ook deze fundamentele opvattingen en onderliggende aannames kunnen worden besproken en onderzocht.

- Ook meerduidige vragen die niet (direct) refereren aan fundamentele opvattingen, maar die eerst en vooral bedoeld zijn om de verbeelding aan te spreken en plezier in het samen nadenken te stimuleren, kunnen startpunt zijn van een filosofisch gesprek.
Stel je voor dat… bomen konden praten, honden de wereld regeerden, je wakker werd in de toekomst – wat zou er dan gebeuren?  

- Over de betreffende vraag wordt een open discussie gevoerd: er gelden geen vooropgestelde waarheden. In principe mag alles worden ingebracht in het gesprek: ook gezichtspunten die voor afwijkend, immoreel of ouderwets doorgaan zijn welkom. Filosofie biedt een vrije denkruimte.

- Deelnemers argumenteren voor of tegen ingebrachte gezichtspunten en zijn bereid hun eigen argumenten aan de kritiek van anderen te toetsen.

- Standpunten en de argumenten daarvoor vormen het object van een gemeenschappelijk onderzoek.

- Deelnemers nemen samen verantwoordelijkheid voor een collectief denkproces. Niet competitie, maar samenwerking is de leidraad.

- Het opheffen van meningsverschillen (overeenstemming bereiken) is niet het hoogste doel, wel is het denkbaar dat de groep aan het eind van een gesprek beslist dat de ene opvatting op basis van argumenten voorlopig te verkiezen is boven de andere.

Reageren? Mail naar Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Centrum Kinderfilosofie Nederland, Middelburgseweg 113, 2771 NJ Boskoop, e. info@kinderfilosofie.nl