Een visie op filosoferen met kinderen: Sharp en Splitter

Door Nanda van Bodegraven

 

CKN wil regelmatig een visie publiceren op wat filosoferen met kinderen is.  In dit artikel gaat het over de visie van twee oude bekenden in het vak: Ann Sharp en Laurence Splitter, zoals zij dit in het boek ‘Teaching for better thinking’ uit 1995 uiteen zetten. Via een samenvatting van het hoofdstuk in dit boek dat hieraan gewijd is, hopen we een indruk te geven van hun gedachten hierover. Als je deze tekst graag zelf wil bestuderen, houd dan de agenda in de gaten: begin 2018 kan dat. Zie onder meer informatie!
Sharp en Splitter stellen de volgende 3 kenmerken van een filosofische dialoog voor.

1 Redeneren en onderzoeken (‘reasoning and inquiry’)
Het eerste kenmerk gaat over goed redeneren en te begrijpen wat dat inhoudt. Ze noemen veel indicatoren voor redeneren en onderzoeken.
Om er enkele te noemen:
-    vragen stellen
-    luisteren naar anderen
-    redenen geven
-    goede en slechte redenen onderscheiden
-    aannames herkennen
-    consistentie zoeken
-    voorbeelden en tegenvoorbeelden geven
-    om bewijs vragen
-    criteria formuleren
Opmerkelijk is dat het er volgens hen niet alleen om gaat dat de studenten deze strategieën toepassen, maar ze ook begrijpen en leren herkennen en deze vervolgens bewust gebruiken, want alleen dan als de kinderen ze bewust gebruiken zijn ze te evalueren of ze goed zijn.

2 Concept formatie (‘concept formation’)
In het hart van de filosofie staan algemene concepten zoals ‘eerlijkheid’, ‘waarheid’, ‘vriendschap’, ‘ruimte’, ‘persoon’.
Dit zijn volgens Sharp en Splitter concepten die:
-    gemeenschappelijk zijn in onze ervaringen
-    centraal staan in hoe we ervaringen begrijpen
-    en betwistbaar of problematisch zijn
Kinderen deze concepten laten onderzoeken maakt dat het helderder wordt wat deze concepten betekenen voor henzelf en maakt dat ze zien dat anderen een andere opvatting kunnen hebben en dat geeft kinderen een rijker begrip van zichzelf en van anderen.

3 Betekenis maken (‘meaning making’)
Dit gaat over gedachten onderling sterker met elkaar laten verweven, bruggen maken tussen wat begrepen wordt en wat niet begrepen wordt.
Vragen zoals deze horen daarbij:
-    Wat bedoel je als je .... zegt?
-    Hoe hangt wat jij zegt samen met wat hij zegt?
-    Ik denk dat hij niet dit bedoelde, maar dit.
Het gaat hier om hechtere connecties maken tussen gedachten, dit noemen zij betekenis maken.
Sharp en Splitter werken vervolgens een stukje dialoog uit waarin ze aanwijzen welk onderdeel bij welk van deze drie hoort.

Lijkt het je leuk samen de tekst van Sharp en Splitter te bespreken (deze is 8 bladzijden)? Houd dan de agenda in de gaten.
Begin 2018, tijdens een inspiratiebijeenkomst, gaan we de tekst bestuderen en bespreken we hoe we het concreet kunnen toepassen bij het begeleiden van een filosofisch gesprek. Dit zal ergens in Amsterdam zijn.




   

Boekrecensie 'Is Nergens Ergens?'

Door Else de Jonge

 

DENKEN OVER DE OERCAKE

Alle dingen – of het nou bomen zijn, poezen of planten - zijn afgeleiden van hun oervorm.
Dennenbomen, berken: beide stammen af van de oerboom. Angorakat én Britse korthaar? Vallen onder de oerpoes.
Zoals een pauwenplant en een cactus, hoe verschillend ook, beide onder de oerplant vallen.
Die oervormen zijn eeuwig en onveranderlijk en niet zintuigelijk waarneembaar.

Ze bevinden zich in een wereld die parallel is aan de onze, een ideale wereld waarvan die van ons een soort tweedehands aftreksel is.
Althans, dat beweerde Plato in zijn vormenleer. Maar hoe is te begrijpen dat poezen met lang haar én poezen met kort haar afgeleiden zijn van dezelfde oerpoes? Of gekker nog: dat een zwierige plant met zachte bladeren dezelfde oervorm heeft als zo’n groene zuil met stekels?

 

Filosoof en beeldend kunstenaar Iris van der Graaf legt het uit aan de hand van een cakeblik. Zo’n blik, betoogt ze, heeft altijd dezelfde vorm.
Maar wat een verschillende cakes kun je erin bakken: lage, hoge, zachte, knapperige, met appels, met noten, met chocola.
Toch noem je al die baksels ‘cake’. Het cakeblik, dat is de oervorm van alle cakes.

Plato’s vormenleer is maar één van de vele ideeën die Van der Graaf behandelt in Is Ergens Nergens?, een kennismaking met filosofen door de eeuwen heen en vooral met de vragen die zij zich stelden.
In dit thematisch opgezette boek komt een scala aan denkers voorbij: van Anaximander, Harry Frankfurt en Spinoza tot Nussbaum, Epicurus en Merleau-Ponty. In heldere en aansprekende taal zet Van der Graaf uiteen wat hun gedachten waren: over de herkomst van de wereld bijvoorbeeld, over het belang van bezit, over opvoeding, vrijheid, oneindigheid, moraliteit of toeval. Vind jij ook dat je zelf verantwoordelijk bent, of denk jij dat er situaties kunnen zijn waarin je niet zelf kunt kiezen, is de vraag waarmee Van der Graaf het hoofdstuk over Sarte, De Beauvoir en het existentialisme besluit.
Zoals dat over oneindigheid eindigt met: Wat denk jij: is oneindig groot groter dan oneindig klein of zijn ze even groot omdat ze allebei oneindig zijn?
Het zijn uitnodigende vragen, waar veel kinderen vermoedelijk graag hun tanden zullen inzetten.

Is Ergens Nergens? is geschikt voor kinderen van acht tot twaalf jaar, maar ook onderhoudende lectuur voor oudere kinderen en volwassen mensen die wel eens wat van filosofie zouden willen weten. Mooi vormgegeven en fraai geïllustreerd (door de schrijfster zelf). Warm aanbevolen dus.



Iris van der Graaf, Is Nergens Ergens? – Verhalen over filosofen en hun ideeën, Uitgeverij Nieuwezijds, Amsterdam,
ISBN 9789057124662, 135 p., €17,95

Bewaren

   

Denken, durven, doen! Verslag bijeenkomst 'Kinderlogica' in Pakhuis de Zwijger

Door Vivienne Janssen

 

kinderlogica

Denken, durven, doen!

Bijeenkomst rondom het boek ‘Kinderlogica’ van Sabine Wassenberg in
 Pakhuis de Zwijger
op 19 september ’17.

Terwijl iedereen het heeft over de 21st-century-skills lijkt het vermogen om helder te leren denken soms bijna prehistorisch in het onderwijs van tegenwoordig. In het boek ‘Kinderlogica’ neemt Sabine Wassenberg ons mee in haar ervaringen als filosofiedocent op multiculturele basisscholen.

 

 

De op waarheid gebaseerde gesprekken, verhalen en gebeurtenissen die omschreven zijn in het boek gaan in op hedendaagse vraagstukken:
– Wat is burgerschap?
– Zijn we allemaal gelijk?

– Wat is het verschil tussen geloof en wetenschap?
– Wat is een cultuur?
– Moet je voor iedereen respect hebben?

– En mag je zelf kiezen van wie je houdt?

Tijdens de editie van Urban Books op 19 september in Pakhuis de Zwijger wordt er gesproken over waarom filosofie op elke school thuis hoort en wordt het heldere denken in zijn tijd geplaatst. Een belangrijke vaardigheid voor kinderen in de 21e eeuw.
Na een korte presentatie van de ervaringen van Sabine Wassenberg gaat zij in gesprek met o.a. basisschooldocent Vidya Dunki Jacobs (OBS de Burght), Siela Ardjosemito-Jethoe (docent, onderzoeker en trainer diversiteit en beleidsmedewerker ministerie van OCW) en
Fransicus Ismaël Kusters (oprichter van Insight Philosophy, docent filosofie in het VO en bestuurslid van de Vereniging Filosofiedocenten in het Voortgezet Onderwijs), Sofyan Mbarki (gemeenteraadslid Amsterdam, PvdA) en Henk Sissing (owner WZJ, onderwijsontwikkeling en advies).

Tot zover de inleiding op de site van Pakhuis de Zwijger.

Na de introductie van de gastsprekers verliep het gesprek rond twee vragen:
– Welke rol speelt filosofie in het werk van de gastsprekers?
– Wat is de kracht van filosofie volgens jou?

Enige fragmenten uit het gesprek:
– Wassenberg: “Filosofie maakt je bescheiden ten opzichte van de waarheid.

Je kunt de vraag terug passen en daarmee zelfdenkzaamheid stimuleren”.

- Kusters is het hiermee eens: “Door filosofie kun je perspectiefverschuiving veroorzaken, verwarring en onwetendheid in het antwoord veroorzaken.

Een vraag met een vraag beantwoorden”.
Dit is een mooie beeldspraak waarmee Wassenberg de kern van het filosoferen weergeeft:

Wanneer je gezamenlijk filosofeert onderzoek je met elkaar naar wat ‘waar’ is en wanneer iets wel of niet waar is.
Immers jouw versie van de waarheid kan totaal anders zijn van wat een ander ‘waar’ vindt.
Bovendien, (hoe) kun je weten of je allebei exact dezelfde versie van ‘de waarheid’ kent?

Deze vraag en de uitkomsten zijn alleen al het filosofisch onderzoeken waard.
Je kunt daarbij in het gesprek de wel bekende doorvraagvragen inzetten:
– Hoe weet je dat zo zeker?
– Geldt dat voor alles en iedereen?
– Waarom is dat zo?
– Wat bedoel je daarmee? Etcetera.
 Oftewel de vraag terug passen, zoals Wassenberg zegt.

Van het individuele naar het universele
Tijdens het filosofisch gesprek probeer je het individuele (de eigen mening/ervaring) te ontstijgen:
“Ik geloof niet zomaar alles wat op social media geplaatst wordt”.
 Maar te zoeken naar het ‘algemene en het universele’:
“Wanneer is iets dan waar?”
 Je komt dan door elkaar verder in je denken en tilt het gesprek naar een hoger filosofisch niveau.

En dat maakt dat je je bescheiden opstelt ten opzichte van dé waarheid (Wassenberg).
Want weet jij het antwoord op de vraag: Wanneer is iets waar?

Hoe past filosofie in het onderwijs?
Daarna verschoof het gesprek meer naar de praktijk. Hoe filosofie is in te passen in het onderwijs, hoe je aansluiting kunt vinden bij de andere vakken en dat leerkrachten die willen filosoferen dit gewoon moeten gaan doen!

Het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs lenen zich bij uitstek voor filosoferen in de klas omdat het onderwijs nog niet gaat over filosofische feitenkennis.
Filosofie kan door alle vakken heen gebruikt worden (Waarom rekenen we eigenlijk?) en zo vakoverstijgend werken.

– Jacobs: Filosoferen in de les is als leerkracht lastig te doen.
Omdat leerkrachten naast het vak filosofie ook andere vakken hebben die ze ook moeten geven (rekenen en dergelijke).
Dat kost tijd, en daardoor kun je er met je hoofd niet helemaal bij zijn.

Iemand zoals Wassenberg of een andere gastdocent kan dat beter omdat ze puur met de filosofie bezig is en niet met andere zaken in het onderwijs.

Maar door filosofie leer je wel de wereld van de kinderen kennen.

En daar is iedereen het er wel mee eens. Door met kinderen te filosoferen leer je ze op een verrassend andere manier kennen.
Je leert vooral ‘hoe’ ze denken.

– Kusters: “Draai de vraag eens om: Past het onderwijs in de filosofie?
  Als je vanuit de filosofie onderwijst komt de verwondering tot stand en vanuit die verwondering kun je dan de lessen aanbieden”.

Een prikkelende vraag van Kusters waardoor het onderwijs er heel anders uit komt te zien en je meer vakoverstijgend te werk kunt gaan.
Je kunt bijvoorbeeld vanuit die verwondering een les wiskunde combineren met een les over kunst (wiskundige kunst) en het in het filosofische gesprek hebben over de kunstzinnige benadering van wiskundige basisprincipes.

Wiskundige kunst
Een idee: als je formules vertaalt naar fysieke beelden (wiskundige kunst) wordt wiskunde concreet en ervaar je de schoonheid van een formule.
Een formule gaat daardoor leven en krijgt een gezicht. Bovendien kom je door gezamenlijk te filosoferen over wiskundige problemen, misschien wel tot betere oplosssingen en concepten.
 En hoe zou een foutieve formule er dan eigenlijk uit zien?

Een vraag die je er ook over zou kunnen stellen is:

– Kan een foutieve formule kunst zijn?

Zo wordt wiskunde wellicht toegankelijker en interessanter voor mensen die denken niet in het bezit te zijn van een wiskunde-knobbel.
Filosofie kan als een soort lijm dienen tussen alle vakken. Een methode om dezelfde kennis op een andere manier tot je te nemen.

– Sissing: Het is wetenschappelijk onderzocht dat goede persoonlijke ontwikkeling bijdraagt in het succes in het leven en in carrière.
Filosofie maakt onderdeel uit van deze algemene ontwikkeling. Persoonsvorming heeft wat Sissing betreft dan ook de toekomst.

Drempels om te gaan filosoferen met kinderen
In het gesprek kwam verder naar voren dat er een bepaalde angst en onzekerheid heerst in het onderwijs om ‘het’ te gaan doen, waardoor leerkrachten er niet aan durven te beginnen. 
Er werden nogal wat obstakels en moeilijkheden gezien die eerst moesten worden overwonnen.
Of dat je tenminste moet weten hoe je daarmee omgaat voordat je aan een filosofisch gesprek begint.
Dat leerkrachten eerst zelf via de filosofie in hun eigen heersende opvattingen zouden moeten wieden voordat ze met kinderen in gesprek kunnen gaan. Maar dan zegt Wassenberg: De filosofie overstijgt juist het conflict en breekt alles open.
Een les over waarheid zorgt voor afstand van je eigen standpunt!

– Mbarki: Is filosofie dan religie vrij?
Dit is een mooie, filosofische vraag. Hier werd het volgende over gezegd: 
Door een verschil in opvoeding vanuit cultuur ontstaan verschillen in opvattingen die het gesprek beïnvloeden.
 Religie en culturele bagage beïnvloeden zeker wel het gesprek en de sfeer in de klas.

Als een religie onder vuur staat is het moeilijker je te uiten.
 En betrek je het op jezelf als het over jouw religie gaat.

Dat zorgt voor een onveilige sfeer in de klas.

Deze vraag raakten de meeste gastsprekers en raakt ook actuele kwesties in de samenleving.

Maar Wassenberg reageert: “Een kind is een kind, wat voor cultuur en achtergrond dan ook, en is een volwaardig gesprekspartner.”
De vraag die daarop volgde:
 Hoe creëer je veiligheid zodat iedereen hardop kan nadenken? 
Want veiligheid creëren is erg belangrijk!
Maar iedereen is op een bepaalde manier gekleurd wat de betrokkenheid beïnvloedt. 
Dit geldt voor elke les.
Kun je als leerkracht wel neutraal zijn als je je vak uitoefent?

Criteria voor gespreksleiders filosoferen met kinderen
Vanuit de zaal roept iemand: er moeten criteria geformuleerd worden waar de gespreksleider aan moet voldoen om dit soort gesprekken te kunnen leiden.

Die criteria zijn er. Je kunt jezelf scholen via allerlei opleidingen en trainingen en het liefst neemt iedereen hier kennis van voordat ze gaan filosoferen.
Zo krijg je de tools in handen om ‘neutraal’ het gesprek in te gaan en minder te sturen, zoals vaak gebeurt in een gesprek.
Voor de rest is het een kwestie van durven en doen!

Conclusie: Filosofie moet je gewoon durven en doen!
Wassenberg benadrukt dat filosofie juist een manier is om op een veilige manier met elkaar in gesprek te treden.
Misschien heeft filosofie juist een oplossendvermogen voor al die lastige lagen en vragen.

De tips die ik meeneem van deze avond zijn:

·    Leren goede vragen stellen is iets wezenlijks in alle beroepen en in elke situatie.
·    Ga filosoferen, wees niet bang, niemand weet hoe het gesprek precies hoort te gaan. Leer van elkaar en ontwikkel jezelf.
·    Wees moedig.
·    Persoonsvorming blijft belangrijk en is een essentieel onderdeel in het onderwijs!
·    Er moet meer gelobbyd worden in de politiek voor filosofie. Dat gebeurt nauwelijks en daar valt nog veel te winnen!

Graag had ik Wassenberg nog meer gehoord over de hoge ‘drempel’ die leerkrachten ervaren om aan de slag te gaan
en in het filosofische diepe te springen.
Vooral als meningen ver uit elkaar lijken te liggen. Is deze angst terecht? Of is dit een aanname?

Wassenberg hakt vaker met dit bijltje en filosofeert met kinderen over heikele kwesties.

Wie weet is dit een mooi thema om verder over door te filosoferen tijdens een verdiepingsavond van het Centrum Kinderfilosofie Nederland.

   

Pagina 1 van 31

Centrum Kinderfilosofie Nederland, Middelburgseweg 113, 2771 NJ Boskoop, e. info@kinderfilosofie.nl