Filosoferen met jongeren – Making a difference

Filosoferen met jongeren – Making a difference.

16 mei mocht Paulien Hilbrink van het CKN een filosofisch gesprek bijwonen onder leiding van Rudolf Kampers van Leren Filosoferen en coauteur van ‘Filosoferen aan de keukentafel’ (2015). Hieronder een verslag.

“We kunnen van Kampers leren hoe je een grote groep jonge mensen van ongeveer 13 jaar aandachtig kunt laten luisteren naar elkaar.”

29 jongeren uit alle hoeken van Europa kwamen bijeen om een filosofisch gesprek te voeren. Het gesprek maakte onderdeel uit van een uitwisselingsproject Making a difference. De leerlingen hebben eerst een dag vrijwilligerswerk gedaan. Kampers had als doel ze te bevragen over de betekenis van hun sociaal handelen. Dit is een slimme insteek, omdat zo hun eigen ‘verse’ ervaring het beginpunt van het filosofisch onderzoek vormt. Het waren bovendien herkenbare ervaringen, omdat alle leerlingen vrijwilligerswerk hadden gedaan.

Omdat het de eerste keer was dat deze groep filosofeerde, kregen ze een korte introductie. Filosoferen betekent letterlijk liefde voor wijsheid. Kampers stelde de groep daarom de vraag: Wat heeft vragen stellen te maken met wijsheid? en Wat is wijsheid voor jou? In tweetallen gingen de leerlingen hierover met elkaar in gesprek. Kampers moedigde de ze aan om kritisch naar elkaar te luisteren. Hij deed dat zelf ook voor toen hij om de antwoorden vroeg. “Ik hoor dat je “doing the good things” zegt: wat bedoel je precies met “good”? Kampers nodigde ze uit om scherp te zijn en hun vragen helder te formuleren.

De antwoorden varieerden van weten wat het goede is om te doen tot weten dat je niks weet. Kampers nodigde ze uit om scherp te zijn en hun vragen helder te formuleren. Iemand zei: “Je bent wijs als je antwoord hebt op alle vragen.” Kampers schreef de formulering op. Een andere leerling wierp tegen: “Maar ik weet niet of de wijze persoon dan wel het goede antwoord heeft”. Omdat de stelling niet houdbaar bleek, veegde hij hem na akkoord van de leerlingen weer uit. Dit onderdeel vond iedereen spannend, omdat ze goed over hun antwoorden na moesten denken.

Het was voor deze leerlingen niet makkelijk om met elkaar in gesprek te raken. Ze hadden nooit eerder met elkaar gefilosofeerd. Ze waren nog in de veronderstelling dat ze ‘het goede antwoord moesten geven.’ Omdat de kinderen niet wisten wat er nu precies van hen verwacht werd, werden ze af en toe onrustig. Kampers bleef steeds uiterst alert en damde onrust steeds tijdig in. Dat deed hij enerzijds door het af en toe luchtig te maken door middel van humor. Anderzijds door uit te leggen waarom het belangrijk is om naar elkaar te luisteren. Luisteren is belangrijk omdat je anders niet weet waarop je precies moet reageren. Je verstoort dan de loop van het gesprek. Hierna vervolgde hij het gesprek weer zo snel mogelijk. Doordat Kampers oprecht nieuwsgierig was naar hun antwoorden, durfden de leerlingen hun gedachten te delen. Hun antwoorden waren in goede handen. Leerlingen werden zelf ook nieuwsgierig, waardoor ze er met hun aandacht goed bij bleven.

In het tweede gedeelte van de les gingen de leerlingen aan de slag met de vraag: wat betekent sociaal handelen voor jou? Dit kon slaan op het vrijwilligerswerk dat ze deden, maar dat kon ook een ander moment van handelen zijn. Allereerst moest er een helder beeld van een ervaring op tafel komen. Vervolgvragen die ze elkaar moesten stellen, maakten dat ze er dieper op in gingen (waar, met wie, wat deed je precies, wat dacht je en wat voelde je er toen bij?) Toen het tijd was de antwoorden te oogsten, probeerde Kampers het beeld dat een leerling schetste steeds helderder te krijgen. “Waarom was het belangrijk om te spreken over racisme op de werkvloer?” Of: “Hoe voelde het om te helpen reanimeren?” Hij wilde ook precies weten waarom het zo spannend was om een wasbeer uit een bevroren meer te redden. Dit kostte veel tijd, waardoor het filosoferen erbij in schoot. Gelukkig hadden de leerlingen de introductie gekregen en hebben ze kritisch naar elkaar geluisterd en serieus en aandachtig over hun antwoorden na moeten denken. Ze wogen hun antwoorden duidelijk goed af. Ze begrepen wel dat ze tijdens een filosofisch gesprek niet ‘zomaar’ iets konden roepen.

   Praktijkvoorbeelden van sociaal handelen volgens de leerlingen.

Kampers houding maakte deze les tot een succes. Hij toonde zijn oprechte nieuwsgierigheid en wist waar hij naartoe wilde met de leerlingen. Omdat hij continu alert was op wat er gezegd werd, kon hij snel de filosofische interessante punten eruit halen. Hij nam de leerlingen uiterst serieus, waardoor zij graag hun gedachten wilden delen. Ook al was het niet makkelijk om hun soms fragiele gedachten te uiten voor een groep. Kampers moedigde ze aan door niet te oordelen, maar wel te bevragen en ze te bedanken voor hun antwoord.

Dank aan Rudolf Kampers voor zijn gastvrijheid en dat ik deze ervaring mocht delen in de nieuwsbrief.

Paulien Hilbrink