Verslag Rond de tafel #5

Verslag Rond de tafel #5

Ed Weijers – wanneer is een gesprek nou echt filosofisch?

Weijers komt vaak websites en filmpjes tegen van mensen die met kinderen te filosoferen, maar hij moet constateren dat de gesprekken niet zo filosofisch zijn. Hij las het proefschrift Democratie leren door filosoferen, waarin Rob Bartels onderzoek naar scholen die FMK vast in het curriculum hadden. Een analyse van interventies die leraren doen, maakt duidelijk dat er slechts weinig socratische onderzoekstechnieken ingezet worden. Weijers stelt dat wanneer je een gesprek labelt als een FMK gesprek je moet weten wat je tot stand wil brengen en wat je wilt laten gebeuren. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor FMK professionals en leerkrachten, omdat we met elkaar het niveau moeten bewaken. 

In het boek Critical thinking for children van Paul Richard, worden onderzoekstechnieken besproken die kritisch dan wel socratisch denken bevorderen. De belangrijkste zijn: socratisch vragen stellen (wat zeg je nu eigenlijk?), conceptuele analyse, de vraag bevragen, het reconstrueren van de context van waaruit men denkt en redeneren door middel van dialoog en dialectiek. Richard zegt dat in het filosofisch onderzoek naar hoe er gedacht wordt, men zich niet steeds afvraagt welke techniek er gebruikt wordt maar dat alle technieken voortdurend aan bod komen. We lopen daarom deze lijst na terwijl Weijers stelt ons bij elke techniek vraagt of deze al dan niet bijdraagt tot het filosofisch gehalte van het onderzoek.

We constateren dat de onderzoekstechnieken op zich niet bepalen of het gesprek waarin ze gebruikt worden filosofisch wordt. In een wetenschappelijk onderzoek houdt men zich immers met dezelfde technieken bezig. Kritisch denken is niet altijd ook filosofisch denken. Maar hiermee is niet gezegd wat filosofisch denken is. De vraag werd zelfs gesteld of er nog wel iets te halen valt voor het filosofisch denken. Is dat dan wel echt iets anders dan kritisch denken?

We kwamen uiteindelijk tot de voorlopige conclusie: “Voor filosofisch denken heb je kritisch denken nodig, maar voor filosofisch denken heb je meer nodig.” Namelijk dat het gesprek inhoudelijk de gebieden van de filosofie (ethiek, esthetiek, epistemologie, metafysica) betreft. Maar ook dat er gedacht wordt over het denken zelf. Bovendien bepaalt de context of het een filosofisch gesprek is of niet. En het principe dat er geen antwoorden hoeven te komen. Er werd aan toegevoegd dat het voor de succesvolle uitwerking van de filosofische vraag bepalend is of er  een bepaalde mate van urgentie is. Zonder die urgentie ontbreekt de betrokkenheid om een filosofisch onderzoek aan te gaan. Ten slotte mag de filosofische houding niet ontbreken aan de receptuur voor een filosofisch gesprek.

Onze gedachten zijn weer eens flink opgeschud en verfrist. We hebben door andere perspectieven gekeken en om bochten gedacht waar we niet eerder dachten. Maar het antwoord op de vraag wàt specifiek is voor een filosofische vraag of gedachte, hebben we niet gekregen. Je zou kunnen zeggen dat we zijn tekortgeschoten in ons kritisch onderzoek. Je zou ook kunnen zeggen dat de vraag wat een gesprek nu filosofisch maakt, een filosofische vraag is. Wat denk jij? Laat het ons weten. Stuur een mail naar nieuwsbrief@kinderfilosofie.nl. Samen denken we beter!

FMK, burgerschapsvorming en Curriculim.nu

FMK, Burgerschapsvorming en Curriculum.nu

Woensdag 5 juni hebben we als CKN onze visie gegeven op het laatste tussenproduct van Curriculum.nu over burgerschapsvorming. Wij zijn enthousiast over de grote opdrachten en bouwstenen die geformuleerd zijn door het ontwikkelteam burgerschap omdat deze mooi aansluiten bij de doelstellingen van het filosoferen met kinderen. De herijking van het curriculum biedt een mooi uitgangspunt voor scholen om het filosoferen met kinderen in hun onderwijs te integreren. In de feedback die we geven benadrukken we steeds het belang van de dialoog en kritisch denken voor burgerschapsvorming.

De kern van burgerschapsvorming, zoals het ontwikkelteam met elkaar vaststelt, wordt gevormd door de concepten democratie en diversiteit. Daarvan afgeleid zijn de basiswaarden vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Naast de algemene vaardigheden die door het hele curriculum lopen (kritisch denken, probleem oplossend vermogen etc.) onderscheidt het ontwikkelteam ook specifieke denk -en werkwijze voor burgerschap. Deze vaardigheden hebben kinderen nodig om “met elkaar gestalte te geven aan een democratische cultuur, in een diverse samenleving, waarin de ander als gelijkwaardige wordt herkend en erkend.” Het filosoferen met kinderen en jongeren lijkt ons een krachtig middel om deze vaardigheden te oefenen in de onderwijspraktijk. En voorbeeld:

Een burgerschapsvormende denk- en werkwijze is bijvoorbeeld DW 5: Waarheidszin

Doel: Leerlingen leren over het belang en het proces van waarheidsvinding; leren hoe kennis uiteindelijk berust op overtuigingen, en hoe zij deze overtuigingen kunnen rechtvaardigen.
 Leerlingen leren zich met hulp uit te spreken over de wereld die zij waarnemen. Zij kunnen eenvoudige verbanden leggen tussen verschillende gebeurtenissen en ontwikkelingen.
 Leerlingen leren over de invloed van hun ontwikkeling en hun omgeving op hoe zij de wereld zien en kunnen daarvan voorbeelden geven. Zij kunnen begrijpelijke argumenten geven voor hun
overtuigingen en verbanden te leggen tussen hun eigen overtuigingen en die van anderen.
 Leerlingen leren hun eigen wereldbeeld te begrijpen als het resultaat van ontwikkeling, opvoeding en contexten; zij leren een aantal manieren om kennis te rechtvaardigen en zo nodig hun
overtuigingen bij te stellen.
 Leerlingen leren om hun eigen wereldbeeld te beargumenteren en – waar relevant – te relativeren; zij leren hun aanspraken op kennis te rechtvaardigen en te beoordelen, en stellen op grond
daarvan zo nodig hun overtuigingen en hun wereldbeeld bij. 

(Van: https://curriculum.nu/wp-content/uploads/2019/05/Conceptvoorstellen-Burgerschap.pdf)

Een serie filosofische gesprekken over bijvoorbeeld “Identiteit en de wereld om je heen” is een mooie manier om het gegeven doel te bereiken. Het oefenen van de genoemde vaardigheden is impliciet aan het voeren van een filosofisch gesprek. In plaats van het invullen van vragen in een werkboek, zijn kinderen zelf aan het woord en zien en horen ze van elkaar hoe iedereen met een eigen blik naar de wereld kijkt. Naast dat kinderen leren hun mening te onderbouwen, kritisch nadenken en vragen stellen, zijn ze betrokken bij de les omdat het over henzèlf gaat. Ze hoeven niet ‘het goede antwoord’ te geven, maar leren hun eigen antwoorden beter te formuleren. Dat geeft leerlingen zelfvertrouwen en veerkracht om zich bijvoorbeeld in een discussie te mengen. Een dergelijke aanpak verhoogt de kwaliteit van de les, omdat de leerinhouden en leerdoelen beter beklijven als kinderen betrokken zijn en echt iets over zichzelf leren. Het CKN maakt zich dan ook hard om filosofische gesprekken te integreren in burgerschapsvorming.

Wil je zelf vanuit het FMKJ-veld je stem laten horen dan kun je nog tot 11 augustus je feedback indienen. Kijk voor meer informatie op curriculum.nu.

Hier lees je meer over het proces van het curriculumontwerp voor burgerschapsvorming.

De eervolle vermeldingen en de aanmoedigingsprijs

 De eervolle vermeldingen en de aanmoedigingsprijs 

De jury heeft uit alle dertien inzendingen twee projecten gekozen die volgens hen een eervolle vermelding verdienen. Daarnaast mocht het publiek ter plaatse een aanmoedigingsprijs uitdelen. Dit gebeurde nadat alle mensen op de shortlist een korte presentatie hielden over hun project. Dit was een levendig gebeuren met een gifbeker die leeggedronken werd, een activiteit voor het publiek en vooral verhalen over de liefde voor en het belang van Filosoferen met kinderen. 

De eervolle vermeldingen waren voor:

MIRJAM POOLSTER, LEONIE VAN WEES en CARLONIEN VAN TWILLERT met “KIEZEN EN DELEN”

Uit het juryrapport: “Een spel met mooie kaarten voorzien van aangenaam beeld en inspirerende quotes, die uitnodigen tot argumentatie. Door het gebruik van de filosofische citaten speelt het gesprek zich af binnen het wijsgerig domein en is het wellicht makkelijk filosofisch te houden, ook door minder ervaren gespreksleiders.” Van harte gefeliciteerd! Lees hier meer over deze inzending.”

Foto: Werend Griffioen

 

JUDITH WAGENSVELD met “FILOSOFEREN OP SCHOOL.NL / DATABASE”

Uit het juryrapport: “De jury waardeert het dat leerkrachten op thema of ijkpunten in de jaarkalender gepast materiaal kunnen zoeken, voorzien van filosofische vragen. Het doel van de database is om de drempel voor de leerkracht te verlagen.”  Van harte gefeliciteerd! Lees hier meer over deze inzending.”

Foto: Werend Griffioen

De aanmoedigingsprijs van het publiek, bestaande uit 50 stemmers, was eveneens voor JUDITH WAGENSVELD. Ga zo door!!

Hier kun je alle inzendingen nog even terug lezen.

Wil jij jouw project ook aan een groot publiek presenteren en meedingen naar de Berrie Heesen Prijs? In 2021 kun je weer meedoen!

Terugblik op het Berrie Heesen Symposium

Terugblik op het Berrie Heesen Symposium 2019

Na een korte vakantie kijken wij terug op een succesvol symposium met een boeiende lezing door Baukje Prins die veel vragen opwierp, een nog lang niet afgeronde paneldiscussie en natuurlijk de bekendmaking van de winnaar van de Berrie Heesen Prijs 2019.

En de winnaar is: 

KATRIN LAUREYSSENS met de VRAGENVULKAAN: een filosofisch kaartspel.

Het kaartspel bevat verschillende spelelementen, zoals het introduceren van een gedachte, doordenken met behulp van filosofische vragen en een verwerkingsopdracht om verder te spelen. Er hoort een zandloper, lavasteentjes en een dobbelsteen bij.

Katrin heeft dit spel ontwikkeld uit liefde voor het filosoferen met kinderen. En dat bleek uit alles. Lees hier meer over haar inzending, of bekijk de website van Katrin: www.denkkaravaan.be . Katrin hoopt dat het spel in september in de winkels ligt.

Volgens de jury, die bestond uit Sabine Wassenberg, Goedele de Swaef en Mariëlle Sauers is dit spel “volledig, meteen toepasbaar, filosofisch verantwoord, speels en mooi.”

De prijs bestaat uit een geldbedrag dat mogelijk was gemaakt door de erven van Berrie Heesen. Daarnaast kreeg Katrin de wisselbeker: een beeld dat waarschijnlijk bij haar thuis staat te stralen. Nogmaals gefeliciteerd!

De juryleden van de Berrie Heesen Prijs 2019

De juryleden van de Berrie Heesen Prijs 2019:

Goedele De Swaef

Goedele De Swaef is licentiaat Morele Begeleiding van opleiding (departement Letteren en Wijsbegeerte Universiteit Gent) en volgde voordien ook een lerarenopleiding NEG. Ze is sinds 1991 actief rond het Filosoferen met Kinderen en Jongeren (onderwerp scriptie), in (hoge-)scholen, universiteiten, psychiatrische ziekenhuizen, alsook met personen met een verstandelijke beperking. Ze houdt lezingen, geeft workshops en cursussen, organiseert studiedagen en intervisie. Ze werkte mee aan tal van publicaties en televisieprogramma’s. Zij is lid van de raad van bestuur van VEFO (Vlaams Netwerk voor Eigentijds Filosofie Onderwijs) en was ook jarenlang bij de board van SOPHIA (Europese Stichting Filosoferen met Kinderen). Ze coördineerde samen met Berrie Heesen het Europese project rond de kinderfilosofiekrant 100.

 

Mariëlle van Sauers

Ik ben afgestudeerd aan de Toneelschool en werk nu voornamelijk als schrijver en theatermaker, met name voor jeugd. Daarnaast werk ik als docent en coach aan HKU Writing for Performance.
Om mijn schrijven voor jong publiek te verdiepen heb ik de opleiding FMKJ gedaan, die heb ik in 2014 afgerond. Momenteel probeer ik een vorm te vinden om het filosoferen te integreren in jeugdtheatervoorstellingen. Met Meneer Bork zoekt een woord (Berrie Heesen Prijs 2016) heb ik daar de eerste stap mee gezet. Momenteel werk ik aan de voorstelling Moooi?!, waarin ik de kinderen uit het publiek wil uitnodigen in hun hoofd mee te filosoferen over kunst.

 

Sabine Wassenberg

Drs. Sabine Wassenberg (1981) is filosofe. Samen met Maaike runt zij WonderWhy, organiseert ze filosofische workshops en filosofeert ze met kinderen. In januari 2015 is bij uitgeverij AW Bruna (LeV) haar boek Mijn Ego & Ik verschenen, een boek over de beleving van de geest en wetenschap over het brein en meditatie. Het boek Kinderlogica, over ervaringen van Maaike en Sabine in de klas, verscheen in 2017 bij WonderWhy.

Verslag Rond de Tafel III Philip Cam

Verslag rond de tafel III

PHILIP CAM

Begin juni gaf kinderfilosoof Sylwia Falińska een workshop over de denkgereedschappen van Philip Cam (van de 20 Thinking Tools). Falińska praktiseert deze vorm van filosoferen met kinderen al een tijd en ze heeft ons met een viertal gereedschappen laten oefenen.

Het doel van het inzetten van de denkgereedschappen, is het bespoedigen en vergemakkelijken van FMK in scholen. Leerkrachten kunnen namelijk vrij snel met de werkvormen aan de slag. De nadruk bij deze zeer gestructureerde werkvormen ligt vooral op het leren van goed denken. Net zoals je met een gestructureerde handleiding en goed gereedschap goed kunt leren bouwen. Leerkrachten en leerlingen die ermee aan de slag gaan worden zich meer bewust van wat ze nu eigenlijk aan het doen zijn tijdens het filosoferen. Zo worden de doeners én de denkers in de klas betrokken en worden de intuïtieve onbewuste denkvaardigheden aan het licht gebracht. Bovendien worden vorderingen en verbeteringen in het denken zichtbaar. Kortom, een zeer aantrekkelijke manier van filosoferen voor het basisonderwijs!

Wij mochten oefenen met gereedschappen voor perspectiefwisseling, het abstraheren van een idee, het leren vragen stellen (van concreet naar abstract / filosofisch), het expliciet maken van de handelingen van het redeneren en het onderzoeken van een concept. De deelnemers gingen na een zeer actieve avond met een goedgevulde gereedschapskist naar huis. Wil je de oefeningen uitgebreid nalezen? Stuur een bericht naar:paulienhilbrink@yahoo.com

De kunst van het vragen stellen – een verslag.

De kunst van het vragen stellen

Een verslag van een training van Kristof van Rossem 

In het weekend van 19 januari 2019 nam ik deel aan de training De kunst van het vragen stellen. In een kasteeltje in Hoepertingen, België, oefenden we op ambachtelijke wijze het stellen van vragen. Het was geen kwestie van het volgen van een stappenplan, maar van observeren van wat er gebeurt in een oefening en op eigen wijze nadoen. Voortdurend werd je uitgenodigd te reflecteren op hoe je de oefeningen had ervaren, om er zo van te leren.

Het is een hele kunst om gericht en zonder vooringenomenheid vragen te stellen. Echt iets waarin je je moet blijven trainen. Vertel maar eens precies na wat een ander gezegd heeft en stel er een vraag over. Telkens ligt de verleiding op de loer om toch de woorden van de ander te interpreteren.

In de volgende oefening die Kristof van Rossem ons liet doen, komt het onbevooroordeeld vragen stellen, scherp luisteren en zelfreflectie voor beide gesprekspartners mooi naar voren.

1. In tweetallen (vragensteller en bevraagde) formuleert de bevraagde een vraag.

2. De vragensteller vraagt volgens: Wat is het antwoord op je vraag? Hierop schrijft de bevraagde het antwoord op. Dit is noodzakelijk voor het succes van de oefening.

3. Vervolgens probeert de vragensteller de zelfkritiek aan te wakkeren bij de bevraagde (de protraptische beweging). Je kunt dan vragen hoe je het betreffende probleem zou noemen of “Kun je in één woord zeggen hoe je deze situatie zou omschrijven?” De bevraagde antwoordt terwijl de vragensteller goed probeert te zien of dat antwoord daadwerkelijk de situatie omschrijft. Kritisch doorvragen, maar met een open blik, helpt de bevraagde zijn antwoord aan te scherpen.

4. Vervolgens is de vraag of de gedachte die nu voor je ligt, nieuwe vragen oproept. Die nieuwe vraag wordt geformuleerd, waarna de bevraagde deze weer zelf beantwoordt en noteert.

Deze vier stappen doorloop je een aantal keer, tot er een voorlopig bevredigend antwoord is.

Van belang is dat de vragensteller vertrouwt op de redelijkheid van de bevraagde. De invloed van de kritische houding van de vragensteller zit in deze oefening op de vorm, niet op de inhoud. De bevraagde wordt door de vorm gedwongen om kritisch naar het eigen antwoord te kijken.

Dit was slechts één van de vele goed doordachte oefeningen die we hebben gedaan.
En oefenen blijft het, want vragen stellen is een kunst die je moet blijven perfectioneren.

Zie voor de volgende training De kunst van het vragen stellen, de agenda op onze site!

Wie meer wil lezen, raad ik het volgende artikel aan, waarin Kristof van Rossem spreekt over de verwondering bij kinderen en of we dat niet teveel romantiseren.

Door: Paulien Hilbrink

Berrie Heesen – een herinnering

“Dit jaar reiken we voor de zesde keer de Berrie Heesen Prijs uit. Nu de prijs al weer zo lang bestaat, lijkt ook de persoon van Berrie Heesen iemand van al weer een tijd geleden. Met deze prijs willen we hem eren en vooral de vernieuwing en verbreding van de kinderfilosofie in Nederland stimuleren. Dat was namelijk ‘zijn ding’, vernieuwen en verbreden, een eigen zich steeds ontwikkelende kinderfilosofie maken en zo veel mogelijk medestanders daarvoor organiseren.

Ergens in de tweede helft van de jaren 80 kwam hij in aanraking met het werk van Lipman. Hij vertelde me ooit dat dat een zeer belangrijk moment voor hem was geweest. Hij was leraar en jeugdwerker, deed allerlei verschillende dingen, maar de kinderfilosofie ‘was waar ik zonder het te weten altijd naar op zoek was geweest’.

Van zijn studie aan de UvA maakte hij een vrije studie, onderwijs en filosofie, en hij ging naar Amerika om daar in opleiding te gaan bij het IAPC, het befaamde instituut van Lipman. Daar werd hem al snel duidelijk dat het veel creatiever moest, veel speelser. Het is goed te zien in de onvolprezen SLO-map uit 1992-1994, die hij samen met drie anderen heeft gemaakt. Het is de Lipmanmethodiek, maar overal komt het speelse en creatieve naar boven.

Zijn mooiste bundel is van iets later: Klein maar dapper; filosofische verhalen en vragen, en ideeen voor filosofische activiteiten voor kleuters, of zeg maar voor alle kinderen. Ik heb toen ook heel wat van die kleuterverhalen in mijn bovenbouwgroep gedaan.

In de jaren 90 was hij de inspirator en het gezicht van de Nederlandse kinderfilosofie, gaf trainingen, organiseerde conferentie, internationale contacten, werkte aan verschillende pabo’s, schreef en probeerde de kinderfilosofie een bredere basis te geven. Een creatief mens, ook gedreven en eigenzinnig. Veel te jong is hij in september 2002 aan een hersentumor overleden.

En er was nog zoveel te doen. En dat gebeurt, al jaren. De beweging is veel groter geworden en veel diverser. Creatieve en nieuwe ideeën zijn daarbij razend belangrijk. Met de Berrie Heesen Prijs willen we dat bevorderen.”

Rob Bartels (in de jaren 90 basisschoolleraar; met Marja van Rossum opvolger van Berrie Heesen bij het Centrum voor kinderfilosofie; is nu o.a. pabodocent in Alkmaar)

Verslag Rond de Tafel I Hoeveel taal heb je nodig?

Verslag Rond de Tafel # I, 20 september 2018

HOEVEEL TAAL HEB JE NODIG OM TE FILOSOFEREN?

Annefieke Bonants geeft een interactieve workshop om de ervaring van Annefieke te combineren met die van de groep. Annefieke is groepsleerkracht op de Internationale Schakelklas en heeft voor de beroepsopleiding FMKJ een onderzoek gedaan naar filosoferen met kinderen op haar school. Het gaat om kinderen tussen de 12 en de 18 jaar met een zeer diverse achtergrond. Ze hebben allemaal gemeen dat Nederlands niet hun thuistaal is. Hun verschillende levensverhalen zijn het aanknopingspunt om met elkaar in gesprek te gaan en elkaar te leren kennen.
“Er is genoeg te denken en te delen, maar hoe kom je uit je woorden?”

Annefieke maakt gebruik van de taaltheorie over de Common Underlying Proficiency: de IJsberg van Cummins.


L1 is de moeder taal, L2 is de tweede taal.

Ook al produceert een kind weinig woorden in de tweede taal, er is voldoende woordenschat aanwezig om een nieuwe taal mee op te bouwen. Om dit te ervaren hebben de deelnemers een filosofisch gesprek gevoerd in een taal die zij niet machtig zijn. De observanten van deze gesprekken concluderen dat ondanks de beperkte taal er toch een gesprek gevoerd kan worden. Er zijn nauwelijks nuances mogelijk, misschien zelfs daardoor komen we snel to the point. Sommigen vervallen tòch in het Nederlands. Het is anders als één persoon de tweede taal wel goed spreekt.
Het spreken wordt door de deelnemers als frustrerend ervaren. Toch komt het beste argument van de slechtste spreker. Het denken lijkt sneller te verdiepen omdat je minder spreekt. De vertraging door de taal is een welkom bijeffect: de gespreksleider hoeft niet te vertragen, dat doet de groep zelf.

Bepalend is of de onderzoekssetting klopt. Wat volgens Annefieke uit maakt, is hoe de groep samenwerkt, hoe ze naar elkaar luisteren en of ze moeite willen doen voor elkaar, ondanks de frustratie. Wat ook bepalend is voor het slagen van een gesprek in een tweede taal is of er ruimte gevoeld wordt voor het oproepen van associaties. Associaties komen voort uit de eigen, voor anderen onbekende achtergrond en de ervaring die men hiermee heeft. Het gemak waarmee associaties geuit worden, is bijvoorbeeld afhankelijk van het onderwijs dat iemand heeft gehad.
Op de Internationale Schakelklas heeft Annefieke veel geoefend met taalstructuren (trappen van vergelijking, modale werkwoorden als mogen en moeten, samengestelde zinnen met omdat en want). Dat biedt steun vooraf. Language tools kunnen daardoor verbonden worden aan thinking tools.

Het geduld dat kinderen voor elkaar moeten opbrengen is groter als kinderen op hetzelfde taalniveau zitten. Het is moeilijker geduld op te brengen als de verschillen te groot zijn.
Het slagen van een filosofisch gesprek waarbij de taal is eigenlijk continu een combinatie van drie factoren: het sociale klimaat, de taal- en de denkvaardigheden van kinderen.
De deelnemers komen tenslotte met elkaar tot de conclusie dat je geen taal moet aanbieden in de filosofieles. De taalles zou je wel kunnen afstemmen op de filosofieles, bijvoorbeeld door het onderwerp voor te bereiden. Het taalleren wordt versterkt door de filosofieles maar moet in het filosofisch gesprek helemaal los gelaten worden.

Meer lezen? Stuur een mail naar paulienhilbrink@yahoo.com om het onderzoeksverslag van Annefieke Bonants op te vragen.

Rond de Tafel II Burgerschapsvorming en FMK

Verslag Rond de Tafel #2, 18 oktober 2018
BURGERSCHAP EN FMKJ

Geïnteresseerden en betrokkenen van PABO tot PO waren vertegenwoordigd om hun kritisch licht te laten schijnen op de tussenproducten van de 3e ontwikkelsessie over burgerschap van Curriculum.nu. Lees meer. Er zijn door Curriculum.nu tien consultatievragen opgesteld naar aanleiding van deze tussenproducten. Hieronder een verslag. De deelnemers moeten hier nog hun naam onder zetten. Met hun goedkeuring sturen we het als terugkoppeling naar Curriculum.nu.

 

“Over de waarde van vrijheid en gelijkheid als grondslag voor ons samenleven is geen discussie. Over wat solidariteit is, en hoe die vorm te geven, bestaan daarentegen verschillende opvattingen in de politiek en samenleving.”

1. Voor de grote opdrachten is een tekst en een model (diagram) ingevoegd. Met deze tekst en met dit model lichten we de keuze voor de onderliggende thema’s democratie, diversiteit en maatschappelijke ontwikkelingen toe. Deze drie thema’s vormen het kader voor de tien grote opdrachten. Biedt deze tekst een voldoende onderbouwing voor de keuze voor de thema’s en de grote opdrachten?

Ad 1: De keuze voor de onderliggende thema’s democratie, diversiteit en maatschappelijke ontwikkelingen vonden we een goede. De vraag rees hoe de begrippen zich tot elkaar verhouden. Er zit een spanning, die door een gelijkmatige verantwoording weggenomen kan worden. Immers, nu worden vrijheid en gelijkheid niet ter discussie gesteld. Door alle begrippen in te kaderen, ontstaat er een verhelderend theoretisch kader dat nu lijkt te ontbreken. Naast vrijheid, gelijkheid en solidariteit, geldt dit ook voor de begrippen burgerschap, technologie en innovatie. De laatste twee lijken in het stuk door elkaar te worden gebruikt. Het bezwaar hierbij is, is dat het bij technologie duidelijker is dan bij innovatie, welke invloed het heeft op de grote maatschappelijke vraagstukken. Innovatie is meer een containerbegrip.

 

“De waarden van vrijheid, gelijkheid en solidariteit vormen de basis van Burgerschap.”

2. In welke mate kunt u zich vinden in het benoemen van vrijheid, gelijkheid/gelijkwaardigheid en solidariteit als basiswaarden voor burgerschapsonderwijs?

Ad Vraag 2 Hoe komt Curriculum.nu tot deze begrippen? Het zijn begrippen die Gert Biesta noemt, maar de begripshiërarchie is verwarrend. Omdat de theoretische verantwoording niet terug te vinden is in het tussenproduct, lijkt het of de begrippen als vanzelfsprekend over genomen zijn van Biesta.
Een belangrijke vraag van de Rond de Tafel is: waarom is filosofie niet genoemd? Alle elementen zijn aanwezig, de essenties komen overeen: reflecteren, morele opvoeding, gezamenlijk zelfonderzoek en waardencommunicatie. De deelnemers stellen dat de dialoog een instrument is van burgerschapsvorming. Er moet een vrij ruimte gecreëerd worden om van elkaar te kunnen leren. Leerkrachten moeten een socratische houding kunnen aannemen. Maar is dat wel wat kritisch denken en communiceren zoals het er staat inhoudt?
Het probleem hier is het ‘hoe’ van de socratische houding. Curriculum.nu mag namelijk wel de doelen voor het onderwijs formuleren, maar niet over de manier waarop les gegeven moet worden (artikel 23 van de Grondwet). Een socratisch of filosofisch gesprek zegt iets over het hoe. Filosofie is geen doel op zich. Hierover kunnen wij dus ook niets zeggen. Echter, het kritisch denken moet sowieso gefaciliteerd worden. Filosoferen is dan een middel waar scholen voor zouden kunnen kiezen.
We vinden tenslotte dat de termen reflecteren en dialoog consequent gebruikt moeten worden, zodat leerkrachten weten wat er van ze verwacht wordt.

 

“Democratie en diversiteit zijn de inhoudelijke kern van waar het bij burgerschapsonderwijs om draait.”

3. In welke mate kunt u zich vinden in het benoemen van democratie en diversiteit als de inhoudelijke kern van waar het bij burgerschapsonderwijs om draait?

Ad Vraag 3
“Democratie moet je doen” houdt in dat je ook stil moet kunnen staan met wat dat met jou doet.
Reflecteren en ‘in de context kunnen plaatsen’ staan niet bij de brede vaardigheden van de Grote Opdracht 3. Bij de Grote Opdracht 4 staat “waarden” niet genoemd onder relevantie. Waarden zijn bepalend voor je identiteit. Over waarden kun je met anderen filosoferen ten behoeve van je identiteitsontwikkeling. Nu staat het nogal passief geformuleerd, alsof je van buitenaf naar je identiteit kijkt. Identiteitsontwikkeling is actief je identiteit te onderzoeken en bewust zijn van wat het ontwikkelen met je doet. Het gaat over zelfonderzoek, zelfreflectie en gezamenlijk zelfonderzoek.

“Uitgaande van hun leerlingpopulatie geven scholen vorm aan de school als oefenplaats voor het omgaan met diversiteit en betrekken daar mogelijk de omgeving bij.”

4. In welke mate laten de Grote Opdrachten als kern voldoende ruimte aan wat u in de vrije ruimte, op basis van schoolidentiteit- of visie, aan burgerschap doet of wilt doen op school?

Ad Vraag 4: Het lijkt ons niet te ingewikkeld voor scholen om hieraan invulling te geven. De tekst biedt een kader met voldoende openheid.

 

“Na de vorige ronde is al vastgesteld dat meerdere vak- en leergebieden al dan niet expliciet al naar Burgerschap verwijzen. Omgekeerd bieden de grote opdrachten van Burgerschap veel aanknopingspunten voor andere vak- en leergebieden. Aan de thema’s die Burgerschap aansnijdt kunnen zij niet alleen thematisch, maar ook heel concreet, in de vorm van inhouden en vaardigheden, hun deel bijdragen.”

5. In welke mate bieden de grote opdrachten voldoende aanknopingspunten om een geïntegreerd onderdeel te kunnen zijn/worden van álle vakken en leergebieden/de school als geheel?

Ad Vraag 5: Waarom zou je nìet aan burgerschap doen bij wiskunde? Bijvoorbeeld door leerlingen te laten ervaren en begrijpen waarom ze eigenlijk wiskunde leren en wat het maatschappelijk belang ervan is en geweest is. Wiskunde is immers een cijfermatige representatie van de werkelijkheid.
De vraag kan ook zijn waarom er verplicht aan burgerschap gedaan moet worden in de wiskundeles. Waarom móet het een onderdeel zijn van alle vakken? Het uitgangspunt dat alle docenten mededrager zijn van de opvoeding is anders dan dat alle docenten burgerschap aan bod moeten laten komen. Wil je dat de school een oefenplaats is of dat burgerschap als programma de school in komt? Is het een vak of is het van iedereen?

“Doet u aan burgerschap? “Nee, burgerschap doet Els.”

 

Vraag 6-10 Er is ons gevraagd één van de Grote Opdrachten uit te werken voor onderbouw PO, VO en bovenbouw PO en VO.

Het resultaat:
Bij Grote Opdracht 7 Innovatie vraagt om reflectie:
Leerlingen kiezen een technologische ontwikkeling met ethische implicaties. Ze werken vervolgens scenario’s uit en denken na over de morele wenselijkheid van die scenario’s. Tenslotte gaan leerlingen evalueren en waarderen, waarbij ook wetenschappers en denkers betrokken worden. Dit is bedacht voor de bovenbouw van het VO. Vanuit de onderbouw PO kun je hier komen door logisch en gedisciplineerd te leren denken, argumenteren en te oefenen in het beoordelen op basis van waarden.

Bij Grote Opdracht 3 Actief meedoen:
Leerlingen PO kijken naar het Jeugdjournaal en werken een thema uit dat hen heeft geraakt. Hierbij wordt respectvol omgegaan met verschillende meningen. Brede vaardigheden komen aan bod en scholen zijn vrij om hier vorm aan te geven.

Als uitsmijter een opmerking bij de doelen van burgerschapsvorming:

“Kinderen weten en zijn in staat om samen met anderen invloed uit te oefenen op de kwesties die spelen in de directe leefomgeving van het kind, de school, het dorp, de stad. Van samen denken naar sociale actie.”